(35) 1971: 2 juni EC 1 finale: Ajax – Panathinaikos 2-0

Ajax komt op stoom.

De finale van de Europacup I van het seizoen 1970/71 werd gehouden op 2 juni 1971 in het Wembley Stadium in Londen. Voor de derde keer op rij stond er een Nederlandse club in de finale van de Europacup. Ajax, dat in 1969 verloor van AC Milan, mocht het nu opnemen tegen het Griekse Pana- thinaikos van gewezen stervoetballer Ferenc Puskás. Een vroeg en een laat doelpunt zorgden ervoor dat de Amsterdammers met 2-0 wonnen. Het was de eerste en laatste keer dat een Griekse club de finale van de Europacup I bereikte.

De UEFA introduceerde tijdens dit toernooi voor het eerst destrafschoppenserie als de manier om wedstrijden die in een gelijke stand eindigen te beslissen. Het was de allereerste keer sinds de oprichting in 1955 dat Real Madrid niet van de partij was.

Ajax in het seizoen 1970-1971

In en rondom De Meer werd druk gespeculeerd over de stroefheid van de Amsterdam- mers. Op zich kon het de selectie niet zijn. Deze was goeddeels in tact gebleven. Alleen doelman en aanvoerder Gert Bals vertrok na vijf goede seizoenen om zijn loopbaan verder zetten bij de Arnhemse eerste divisie ploeg Vitesse. Bals had zien aankomen dat trainer Rinus Michels de jongere reserve doelman Heinz Stuy dat seizoen een kans zou gaan geven. Sies Wever nam op zijn beurt weer de plek op de reservebank in die Stuy daar voor hem had open gelaten. Naast Wever werd de selectie uitgebreid met de UEFA jeugd internationals Johan Neeskens afkomstig van RCH en Arie Haan, afkomstig uit de B selectie van Ajax zelf. Libero Velibor Vasovic nam de aanvoerdersband over van Bals zodat de oudste basisspeler ook weer het team zou leiden.

Maar volgens velen ‘de echte leider’ van Ajax, was er al vanaf het begin van het seizoen niet bij. Midvoor Johan Cruijff had in de voorbereiding last gekregen van een liesblessure en bleef daar nog weken last van houden waardoor hij tot aan oktober slechts een paar competitieminuten in de benen had. Naast de blessure was er meer nieuws rondom de inwoner van Vinkeveen. Zijn schoonvader en zakelijk begeleider Cor Coster was al in de zomer begonnen om met het Ajax bestuur te onderhandelen over een nieuw contract. Op zich was Ajax er veel aan gelegen om Cruijff snel vast te leggen aangezien en sinds het voorjaar van 1970 nadrukkelijk belangstelling was geweest van het ‘grote’ FC Barcelona. Dit had tot veel onrust geleid zowel binnen als buiten de club. Trainer Michels zag dat met lede ogen aan en ergerde zich aan zijn speler die in de pers openlijk koketteerde met de belangstelling van de Spaanse grootmacht.

29 november 1970: Ajax-AZ’67 (uitslag 8-1), Cruijff scoort ééen van zijn zes doelpunten.
foto: ANP

Er moest op dat gebied iets gebeuren vond ook voorzitter Jaap van Praag. Om tegen de hoge salarissen in Spanje op te kunnen bieden moest Ajax wel met een voor Nederlandse begrippen uniek contract komen. Het Ajax bestuur kon Cruijff een contract aanbieden voor zeven jaar, ingaande per juni 1971. Hij zou ieder jaar een ruim salaris ontvangen en daarnaast forse premies afhankelijk van de successen van Ajax. Vanaf 1978 zou Cruijff, dan 30 jaren jong, stoppen met professioneel voetbal, zoals hij dat zelf ook al in interviews herhaaldelijk had aangegeven en tot zijn 65ste in dienst treden van warenhuisketen ‘De Bijenkorf’. Daarvoor zou hij dan enkele keren per jaar in reclame campagnes moeten optreden en verder zou hij de tijd aan zichzelf en zijn gezin kunnen besteden.

Dit was voor Nederlandse begrippen inderdaad een uniek contract als het ging om een profvoetballer. Maar geheel tevreden waren Coster en Cruijff niet en vandaar dat Coster, de oud diamantair uit Amsterdam Zuid, aan het begin van het seizoen 1970-1971 nog steeds in onderhandeling was met Jaap van Praag c.s.. Er waren zelfs enkele kwaad denkenden die Cruijff ervan beschuldigde dat hij zijn liesblessure erger maakte dan het was om zo de onderhandelingen onder druk te zetten. Feit was wel dat het zonder Johan Cruijff niet goed liep bij Ajax. Maar toen hij eind oktober in de competitiewedstrijd tegen PSV ( 1–0 overwinning) definitief terugkeerde in het elftal bleef het voetbal volgens Ajax begrippen onder de maat. Cruijff viel tegen PSV in met het nummer 14 op zijn rug in plaats van zijn vaste nummer 10. Vanaf dat moment zou hij dat nummer tot het zijne maken en een wereldwijde legende was geboren.

De weg naar Wembley

Ajax moest in de eerste ronde tegen 17 Nëndori Tirana. Men verwachtte wel problemen, maar niet wegens de voetbalkwaliteiten, maar vanwege de autoriteiten van het com- munistische Albanië. Vooraf maakten die namelijk bekend geen langharige mannen en kortgerokte dames toe te laten. Het viel allemaal nog wel mee. Ook het Albanese team viel mee, mede omdat in de eerste helft sterspeler Kazanxhi niet van de partij was. Zijn voetbalschoenen waren namelijk door de scheidsrechter afgekeurd en hij had geen andere. Pas in de rust kwamen er schoenen die hij aankon. Uit werd het 2-2, en thuis won Ajax met 2-0, zodat Ajax zich op kon maken voor de tweede ronde tegen FC Basel uit Zwitserland.

1971 Kwartfinale: Ajax – Celtic. Piet Keizer scoort het 3e doelpunt voor Ajax
foto: onbekend

Thuis won Ajax gemakkelijk met 3-0 en uit won Ajax met 2-1 zodat Ajax in de kwartfinale zat. In die kwartfinale stuitte Ajax op een tegenstander van een groter formaat. Men moest namelijk tegen Celtic, dat het jaar ervoor de finale van Feyenoord had verloren. Ajax speelde thuis een grandioze wedstrijd en won met 3-0. Uit verloor Ajax met 1-0. In de halve finale was Atletico de Madrid de tegenstander. Uit kreeg Ajax het moeilijk, maar omdat Ajax zeer goed verdedigde kon Atletico maar 1 maal scoren. Thuis overdonderde Ajax Atletico (3-0) en Ajax stond weer in de finale.

Eerste ronde: 17 Nëntori Tirana – Ajax 2-2
Suurbier (19′, 58′)
Eerste ronde: Ajax – 17 Nëntori Tirana 2-0
Keizer (8′), Swart (70′)
1/8 Finale: Ajax – Basel 3-0
Keizer (16′), Van Dijk (25′), Hulshoff (61′)
1/8 Finale: Basel – Ajax 1-2
Rijnders (69′), Neeskens (71′)
Kwartfinale: Ajax – Celtic 3-0
Cruijff (60′), Hulshoff (67′), Keizer (89′)
Kwartfinale: Celtic – Ajax 1-0

Halve finale: Atletico Madrid – Ajax 1-0

Halve finale: Ajax – Atletico Madrid 3-0
Keizer (8′), Suurbier (77′), Neeskens (85′)

De tegenstander: Panathinaikos

Toen Ajax in 1971, dankzij een 2-0 overwinning op Panathinaikos, in Londen de Europa Cup I won, had eigenlijk Rode Ster Belgrado de tegenstander in de finale moeten zijn. De Joegoslaven hadden zich echter laten omkopen, die onthulling deed Despina Gaspari; de vrouw van de voormalige Griekse dictator Giorgios Papadopoulos, in het Servische dagblad Politika. Rode Ster Belgrado won in de halve finale thuis dik verdiend met 4-1. In Athene liep het fout: 3-0. Enkele Joegoslavische spelers presteerden ondermaats vanwege een voedselvergiftiging. Volgens Despina Gaspari klopt dit verhaal echter niet. Volgens haar ging het om een politiek akkoord.

"Panathinaikos was bijzonder goed bezig dat seizoen," aldus Gaspari. "Maar na de 4-1 nederlaag had ik er weinig vertrouwen in. Ik vertelde dit voor de wedstrijd aan de president. "Toen ik bij de return de eretribune opkwam, zei ik tegen de voorzitter van Panathinaikos dat ik erg nerveus was. Mijn man, die naast me stond, zei dat dat niet hoefde. Er was geen reden tot onrust omdat het duel was verkocht", aldus Gaspari. Je denkt toch niet dat we zoiets van nationaal belang overlaten aan het toeval?, vroeg Papadopoulos zijn vrouw. "Rode Ster geeft zich over en wordt daarvoor beloond."

Ajax bleek moeilijker te verleiden: Panathinaikos verloor in de finale op Wembley met 2-0 van de Amsterdammers.

De finale

Zes dagen voor de tweede Europa Cup 1-finale van Ajax, tegen Panathinaikos, spelen de Amsterdammers in het Olympisch Stadion tegen Feyenoord. Bij winst kunnen de bezoekers uit Rotterdam het (officieuze) kampioenschap vieren, maar ze moeten het wel doen zonder het geblesseerde centrale verdedigingsduo Laseroms en Israël. Tenminste, dat wil Feyenoord-coach Happel iedereen doen geloven. Iedereen gelooft het ook, totdat beide ploegen het veld betreden, met Laseroms en Israël voorop. De wedstrijd eindigt in een enorme anti-climax voor Ajax. Feyenoord wint, mede door twee doelpunten van Schneider, en bij Ajax raken Keizer, Cruijff, Swart en Rijnders geblesseerd. De kwetsuur bij Keizer, een spierscheuring onder de hak, baart de medische staf de meeste zorgen met het oog op de Europese finale tegen Panathinaikos.

Ajax en Panathinaikos betreden de heilige grond van het Wembley stadion
foto: ANP

Zes dagen later, op 2 juni, is de linksbuiten er toch bij in het Wembley-stadion van Londen. En met zijn eerste actie zet Keizer Ajax na vijf minuten op het goede spoor. Uit zijn loepzuivere voorzet kopt Van Dijk, die van Michels de voorkeur krijgt boven Blankenburg, de 1-0 in. Ajax lijkt op een grote overwinning aan te sturen. Onder aanvoering van de uitblinkende Cruijff worden de Grieken onder grote druk gezet. In de dagen voor de finale onderhandelt Cruijff met het Ajax-bestuur over een nieuw contract. Anderlecht heeft serieuze interesse en dus speelt Cruijff hoog spel. "Wat Ajax bruto biedt, wil ik netto ontvangen", zegt Cruijff, die zich na de Wembley-finale toch langer aan Ajax bindt.

Het is geen hoogstaande, maar wel een spannende finale en de vroege voorsprong zorgt niet voor de nodige rust bij het nerveus spelende Ajax. Pas tegen het einde van de eerste helft krijgen de Amsterdammers grip op de wedstrijd.

Dick van Dijk scoort de openingsteffer na vijf minuten spelen.
foto: Popperfoto

Omdat de Amsterdammers het overwicht tegen Panathinaikos niet in treffers kunnen omzetten, ruikt de Griekse kampioensploeg van de Hongaarse trainer Puskas kansen. Onder leiding van spelmaker Damazos ontpopt Panathinaikos zich tot een gelijkwaardige opponent van Ajax. In de rust wisselt Michels Swart voor Haan en Rijnders voor Blankenburg. Een gedurfde zet van Michels. Na een lang seizoen maken zijn spelers een vermoeide indruk en een verlenging behoort wel degelijk tot de mogelijkheden want in de tweede helft ontwikkelt zich een heus Grieks offensief.

Hulshoff groeit uit tot de grote man in de defensie van Ajax. Hij houdt de spits Antoniadis aan de ketting en vangt de Griekse aanvallen bekwaam op. De bevrijding voor Ajax komt in de 86ste minuut. Uit een pass van Keizer scoort Haan via het been van Sourpis 2-0. Het feest kan beginnen, hoewel een ereronde er door opdringerige fans en strenge Wembley-bewakers niet inzit. Voor aanvoerder Vasovic is driemaal scheepsrecht. Na twee verloren Europa Cup-finales mag hij aan het slot van zijn loopbaan de bokaal met de grote oren omhoog houden. Ook Michels is opgelucht. Hij had de Grieken niet één keer persoonlijk in actie gezien. Een filmopname van de wedstrijd Panathinakos-Rode Ster Belgrado (3-0) houdt hij verborgen voor zijn spelers. "De opnamen werden te snel afgedraaid. De spelers zouden dan kunnen denken dat alle Grieken de 100 meter in 10 seconden kunnen open."

Arie Haan zorgt vlak voor tijd voor de beslissende 2-0
foto: onbekend

Wedstrijdgegevens:
2 juni 1971
Ajax – Panathinaikos 2-0
Doelpunten: 5. Van Dijk 1-0, 87. Haan 2-0.
Wembley Stadium, Londen
Toeschouwers: 83 000.
Scheidsrechter: Taylor (Eng).

Ajax:
Stuy; Neeskens, Hulshoff, Vasovic, Suurbier; Rijnders (Blankenburg), Gerrie Mühren; Swart (Haan), Cruijff, Van Dijk, Keizer.

Panathinaikos:
Oeconomopoulos; Tomaras, Kapsis, Sourpis, Vlahos; Kamaras, Elefterakis; Grammos, Antoniadis, Domazos, Filakouris.

De geblesseerde Ruud Krol op krukken zwaait naar het publiek. Na afloop bestormen de supporters het veld en Ajax-aanvoerder Velibor Vasovic krijgt de beker overhandigd. De volgende dag arriveert Ajax met de beker op Schiphol, waar supporters het vliegtuig omringen. Burgemeester Ivo Samkalden spreekt het bestuur en de spelers toe. ‘s Middags tonen trainer Rinus Michels en aanvoerder Vasovic op Paleis Soestdijk de beker aan koningin Juliana. Prinses Irene zet prins Carlos Xavier Bernardo in de beker en Juliana brengt met champagne een toast uit op Ajax. ‘s Avonds maken de spelers een rijtoer door Amsterdam. Op het balkon van de Stadsschouwburg toont Ajax met burgemeester Samkalden de beker, terwijl het Leidseplein vol supporters staat.

De mooiste jaren voor Ajax zijn aangebroken. Ajax speelt in Europa, Ajax heerst in Europa en Ajax is drie jaar achter elkaar de beste van Europa. De Amsterdammers breken internationaal door met een herkenbaar spelsysteem, gebaseerd op 4-3-3 met echte vleugelspelers. De ‘Hollandse School’ is geboren.

Ajax wint de Europacup voor Landskampioenen drie maal (1971/1972/1973). In deze drie opeenvolgende jaren worden in de finale Panathinaikos (2-0), Inter Milan (2-0) en Juventus (1-0) verslagen. In 1973 wordt ook nog eens de Wereldbeker binnengehaald ten koste van Independiente. Het jaar daarna bedankt Ajax voor de eer, aangezien het wedstrijdschema van de ploeg te zwaar is. Ook op nationaal nivo is Ajax oppermachtig, mede door spelers als Cruijff, Swart, Neeskens, Krol, Keizer, de broertjes Mühren, doelman Stuy en de trainers Kovacs en Michels. Niet veel later verlaten veel spelers Ajax om hun geluk elders te beproeven. Enkele voorbeelden daarvan zijn Johan Cruijff (1973), Sjaak Swart (1973), Piet Keizer (1974) en Johan Neeskens (1974).

Uitblinker Cruijff in de finale tegen Panathinaikos.
foto: onbekend

Een nieuwe lichting neemt het over met spelers als Geels, Tahamata, Tscheu La Ling en Lerby. In de tweede helft van de jaren 70 wordt Ajax drie keer landskampioen en wint het één maal de nationale beker.

In de zomer van 1971 Ajax’ stopt aanvoerder Velibor Vasovic, Piet Keizer werd door de spelersgroep tot aanvoerder gekozen en Johan Cruijff tot zijn vervanger benoemd. In het Nederlands elftal was het vanaf december 1971 omgekeerd: Cruijff was eerste aanvoerder en Keizer tweede. In het begin van seizoen 1972/1973 wilde Keizer niet langer aanvoerder van Ajax zijn, omdat zijn spel eronder zou lijden. Cruijff kreeg toen deze erebaan toegewezen.

Het verhaal en de keuze rond het aanvoerdersschap zou overigens in 1973 nog een vervelend staartje krijgen.

Ajax selectie seizoen 1970-1971

Horst Blankenburg, Johan Cruijff, Dick van Dijk, Arie Haan, Barry Hulshoff, Piet Keizer, Ruud Krol, Gerrie Mühren, Johan Neeskens, Nico Rijnders, Heinz Stuy, Wim Suurbier, Ruud Suurendonk, Sjaak Swart, Velibor Vasovic, Sies Wever.

foto: onbekend

Ruud Krol mee naar Wembley als mascotte

Wanneer er ooit een of ander NIPO-onderzoek zou worden gehouden over de vraag wie Nederlands meest begeerde vrijgezel was, dan zou Ruud Krol zeker een vooraanstaande plaats op die hitparade innemen. Daarin schuilde ook een duidelijk gevaar. Sterker nog: niet zelden meende Michels, dat het terugvallen in vorm te wijten was aan de manier waarop de voor vrouwen aantrekkelijke Krol zich in Amsterdams bar-, dancing- en discotheekwezen had gestort.

In ieder geval had Krol zélf soms het idee, dat het niet om tactische redenen was, dat hij werd gepasseerd voor de basis-opstelling. In thuiswedstrijden, wanneer Ajax voor eigen publiek een super-aanvallende show moet opvoeren, was het niet onlogisch, dat bij- voorbeeld Dick van Dijk als extra-aanvaller voor Krol speelde. Maar toen hij er in het seizoen 1970-1971 in de uitwedstrijd tegen MVV naast kwam te staan, is Krol voor de eerste maal in vier seizoenen zélf naar Michels gestapt om hem de werkelijke redenen van zijn maatregelen te vragen. Hoewel Michels ontkende wat Krol vermoedde (‘Ik had via via te horen gekregen, dat er over mij de meest opwindende verhalen werden verteld. Dat was in die periode zeker niet waar’), heeft Krol sindsdien zijn plaats als linksachter niet meer verloren.

Tot aan die beenbreuk, in de wedstrijd tegen NEC, toen kenners meenden dat Krol op het hoogtepunt van zijn prestatievermogen stond. Vóór de grote confrontaties met Atletico Madrid en Feyenoord in het Olympisch stadion; vóór de bekerfinale(s) tegen Sparta en, tenslotte, vóór de finale op Wembley. Dáár strompelde Ruud Krol moeizaam in het rond, het in gips gestoken been door een stok ondersteunend. Het was een psychologisch juiste zet van het bestuur geweest Krol de hele voorbereiding mee te laten maken. Het vergrootte de onderlinge band in die spannende dagen, bovendien maakte Krol zich op zíjn manier nog verdienstelijk door in de rust het publiek tot grotere aanmoedigingen aan te sporen.

Ruud Krol en Johan Cruijff met Burgemeester Ivo Samkalden en de eerste Cup van de drie op een rij.
foto: onbekend

Die periode is voor Krol bijzonder moeilijk geweest. Hij vertelde later over de beroemde tunnel op Wembley. De beide kleedkamers in dat stadion komen uit op een brede tunnel, die naar het stadion leidt. Aan het eind van die tunnel moeten de spelers altijd wachten, voor de ceremonie van start kan gaan. Dan bekruipt zelfs de meest ervaren voetballer een eng gevoel. Vanuit de tunnel komt dan het geluid van de massa, die, zwanger van opge- wonden hoop, zingt, schreeuwt en toetert. Die orgie van geluiden komt nergens ter wereld zo duidelijk over als vanuit die tunnel op Wembley. Ruud Krol stond daar, te midden van de spelers en beleefde het moeilijkste moment uit zijn loopbaan als voetballer. Typerend voor hem was toen de opmerking: "Als we om de wereldbeker spelen is het míjn beurt", en: "Als ik met vakantie ga, dan gaat mijn fiets mee. Want ik móét klaar zijn, als het nieuwe seizoen begint."

Uiteindelijk wordt zijn doorzettingsvermogen beloond.

Te vroeg van ons heengegaan

Na Nico Rijnders (1976), Dick van Dijk (1997) en Velibor Vasovic (2002) is met Gerrie Mühren (2013) de vierde Ajacied, op relatief jonge leeftijd, overleden die in 1971 tegen Panathinaikos in Londen de Europa Cup 1 veroverde.

Op 24 maart 2016 voegt ook Johan Cruijff (1947-2016) zich op 69 jarige leeftijd aan om dit droevige rijtje toe. Hij overlijdt aan de gevolgen van longkanker.

Reinier Johannes Maria (Nico) Rijnders (Breda, 30 juli 1947 – Brugge, 16 maart 1976) kwam onder andere uit voor Ajax en Club Brugge. Hij moest echter wegens hartproblemen zijn loopbaan vroeg afbreken en overleed in 1976 op 28-jarige leeftijd.

Rijnders was in 1969 voor 400.000 gulden van Go Ahead naar Ajax gegaan. In zijn eerste seizoen werd de centrale middenvelder en balafpakker met Ajax landskampioen en bekerwinnaar. Het jaar daarop werd de Amsterdamse ploeg opnieuw bekerwinnaar en werd tevens de Europacup I binnengehaald. Op Wembley werd Panathinaikos verslagen. In deze wedstrijd kreeg Rijnders echter last van benauwdheid in zijn borst en werd hij in de rust vervangen door Horst Blankenburg. Rijnders speelde in twee seizoenen 63 competitieduels voor Ajax, waarin hij vier keer scoorde. Opmerkelijk genoeg vertrok de hardwerkende en goed functionerende Rijnders in de zomer van 1971 naar FC Brugge in België, dat hem een beter contract aanbood dan Ajax hem wilde geven. Later werd er gesuggereerd dat het bestuur van Ajax onder leiding van Jaap van Praag weet had van zijn hartproblemen en daarom weinig moeite deed hem voor de Amsterdamse club te behouden.

Rijnders opende een sportwinkel in Brugge. De zaak ging al snel failliet, zijn echtgenote verliet hem en hij zou een drankprobleem hebben gehad. Op 3 maart 1976 werd hij tijdens het vieren van carnaval in Deventer onwel. Na enkele dagen in een Deventer ziekenhuis kwam hij bij. Rijnders overleed op 16 maart 1976, alleen in Brugge, in zijn woning boven zijn oude sportwinkel, aan een hartkwaal. Hij is 28 jaar geworden.

Een cardioloog die Rijnders behandelde, meldde in 2009 op basis van het medisch dossier dat de voetballer leed aan aangeboren hartritmestoornissen. Destijds waren deze niet vast te stellen en niet te verhelpen.

Nico Rijnders in actie de Europacup finale tegen Panathinaikos
foto: onbekend

Dirk Wouter Johannes (Dick) van Dijk (Gouda, 15 februari 1946 – Nice, 8 juli 1997). In 1968 deed Twente lang mee in de strijd om het landskampioenschap en Van Dijk werd met 30 doelpunten topscorer in de Eredivisie. Bekend is de thuiswedstrijd tegen Ajax op 3 november 1968 toen Ajax in Enschede tegen de jonge fusieclub FC Twente (’65) tegen een 5-1 nederlaag opliep. De midvoor Dick van Dijk was de ongrijpbare plaaggeest en scoorde driemaal. Aangenomen wordt dat met deze wedstrijd de interesse van Ajax in Van Dijk definitief gewekt werd en speelde het seizoen daarop in de hoofdstad.

Er werden 500.000 goedbestede Guldens (€ 227,000) voor hem neergeteld. Van Dijk zou in zijn drie seizoenen en 117 wedstrijden 69 keer scoren (Ter vergelijking, Cruijff zou er 92 maken). Het spel van Dick van Dijk zou model gaan staan voor het wurgende profiel van De Ajax-spits, die niet alleen overal en altijd dient te scoren maar ook als balvast aanspeel- punt moet kunnen meevoetballen en medespelers in stelling brengen.

Terwijl Van Dijk bij Twente nog de absolute vedette was, was hij bij Ajax niet meer dan één van de zestien geselecteerden en moest hij vechten voor een plek in de basisopstelling. Het maakte hem een andere, completere voetballer, die leerde mee te verdedigen. In zijn eerste seizoen scoorde hij 23 doelpunten in 32 wedstrijden. Hoewel hij in zijn tweede seizoen bij Ajax niet meer wekelijks in de basis stond, scoorde hij toch nog 18 doelpunten in 29 wedstrijden. In de finale van de Europa Cup I op 1 juni 1971 tegen Panathinaikos stond Van Dijk wel in de basis. Al na vijf minuten scoorde hij met het hoofd. Ajax zou de wedstrijd met 2-0 winnen.

Op 10 oktober 1971 speelde Van Dijk zijn zevende en laatste interland, tegen de DDR. Na een derde seizoen bij Ajax, waarin hij voornamelijk reserve was, vertrok Van Dijk in 1972 naar OGC Nice in Frankrijk. Ook daar scoorde hij veelvuldig. De ploeg stond in seizoen 1972/1973 maandenlang aan kop in de Franse competitie en haalde een jaar later een opmerkelijk resultaat in de eerste ronde van de UEFA Cup, door het FC Barcelona van trainer Rinus Michels en speler Johan Cruijff uit te schakelen. In 1974 verkaste Van Dijk naar Real Murcia in Spanje. Een jaar later beëindigde hij zijn voetballoopbaan. Hij ging terug naar Nice waar hij makelaar werd. Hij was woonachtig in het nabijgelegen Saint-Paul-de-Vence.

In 1997 overleed hij plotseling op 51-jarige leeftijd. Tijdens een medisch onderzoek in een ziekenhuis liep hij een bacteriologische infectie op aan de hartkleppen, welke hem fataal werd. Ter nagedachtenis werd op 12 oktober 1997 een benefietwedstrijd georganiseerd tussen ONA uit Gouda en het Ajax van de Europa Cup I-finale uit 1971.

Dick van Dijk scoort de 1-0 tegen Panathinaikos.
foto: onbekend

Velibor Vasovic (Požarevac, 3 oktober 1939 – Belgrado, 4 maart 2002) speelde voor Partizan Belgrado, Rode Ster Belgrado, Ajax en het Joegoslavische elftal. Hij speelde drie Europacup I-finales waarvan hij er één won. De veelvoudig Joegoslavisch international werd na zijn actieve carrière trainer en werkte onder meer bij Rode Ster Belgrado.

Velibor Vasovic scoorde de eretreffer in finale van 1969, die Ajax met 4-1 verloor van AC Milan. Vasovic, die in 1966 ook al had gescoord in de eindstrijd tegen Real Madrid. Ook toen was hij, als speler van Partizan Belgrado, nog de verliezer (2-1).

Vasco‘ was een pure liefhebber. "Een goed mens, voorbeeldige aanvoerder en fantastische verdediger", zette voormalig assistent-trainer Bobby Haarms de Joegoslaaf in één kernachtige zin neer. Vasovic maakte in ’66 gebruik van een vrije transfer, wilde naar Duitsland maar weigerde een proefwedstrijd te spelen. Via een relatie van trainer Rinus Michels kwam hij bij Ajax terecht. Haarms: "Het was een Amsterdamse groep. Maar een groep die kwaliteit herkende. En dus werd Vasco meteen in de armen gesloten."

In zekere zin was het bijzonder zo’n bescheiden man in 1970 tegen het bestuur te horen zeggen dat hij aan het eind van dat seizoen zou vertrekken, maar dan wel met een Europa Cup in zijn handen. Vasovic hield woord en stopte, na 204 wedstrijden in het eerste elftal, op het hoogtepunt. Niets vond de stijlvolle verdediger mooier dan afscheid nemen op Wembley, door hem betiteld als "het altaar van het voetbal". Een premie wilde hij niet hebben. Het ging Velibor Vasovic altijd om het spel, niet om de knikkers. Hij behoort letterlijk tot het uitgestorven ras.

Velibor Vasovic ,Dick van Dijk en Heinz Stuy met de Europacup na de gewonnen finale tegen Panathinaikos.
foto: onbekend

Gerardus (Gerrie) Dominicus Hyacinthus Mühren (Volendam, 2 februari 1946 – Voldendam, 19 september 2013). In 1968 werd hij van Volendam naar Ajax gehaald. In dit eerste seizoen had Mühren nog geen basisplaats, maar in dat jaar scoorde hij wel tegen Telstar het duizendste doelpunt van Ajax in de eredivisie. Het jaar erop zou hij Bennie Muller uit de startopstelling verdringen. Zijn technische hoogstandjes moest hij van trainer Rinus Michels achterwege laten. Wereldberoemd is zijn staaltje hooghouden in de wedstrijd tegen Real Madrid. 1969 was ook het jaar dat Gerrie Mühren als eerste Volendammer in het Nederlands elftal speelde.

In 1976 vertrok hij naar Real Betis. De Volendamse popgroep BZN bracht naar aanleiding hiervan de single Sevilla uit. Later speelde Müren voor MVV en Seiko. Na zijn carrière als voetballer hield Mühren zich bezig met het begeleiden van de jeugd. Ook zijn jongere broer Arnold was een succesvol voetballer.

In totaal heeft Gerrie Mühren 298 wedstrijden gespeeld, waarin hij 72 keer scoorde. Ook speelde hij 10 interlands. Zijn eerste interland was in 1969 tegen Engeland en zijn laatste was in 1973 tegen België. Mühren overleed op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beenmergstoornis.

Gerrie Mürhen (9) probeert de keeper van Panathinaikos. te omspelen.
foto: Bert Verhoeff / Anefo

Bronnen en referenties
dutchfellow.wordpress.com, Trouw, nieuwsdossier.nl, Polygoon nieuws, voetbalcanon.nl, Telegraaf, home.concepts.nl, degoeieoudetijd.nl, De Ajaxieden-Maarten de Vos