(36) 1971: Michels, Cruijff en Neeskens van Ajax naar Barcelona

De eerste grote drie gaan naar Barcelona

Barcelona, AC Milan, Manchester United; zomaar wat Europese groot- machten waar door de jaren heen diverse Nederlanders actief waren. De een was er uiterst succesvol en liet een blijvende indruk achter, de ander beleefde er een vluchtig intermezzo. Maar de drie die de eerste grote buitenlandse overstap maakten in de jaren zeventig van Ajax naar Barcelona hebben hun voetsporen en vingerafdrukken voor eeuwig achtergelaten in Catalonië.

1. Rinus Michels (1971-1975 en 1976-1978)

Na de eerste gewonnen Europa Cup in 1971 vertrok Michels op 43-jarige leeftijd van Ajax naar Barcelona. De voorafgaande zes jaar had hij dermate veel conflicten met zijn spelers uitgevochten, dat hij het niet voor mogelijk hield ooit nog met deze spelers samen te werken. Te veel oud zeer, te veel nooit uitgesproken kwesties. Drie jaar later zag hij een flink aantal van die spelers toch weer terug op het WK in 1974. Cruijff was hem in 1973 achterna gereisd naar Spanje en in het voorjaar van 1974 drukte hij ook de Ajacieden Ruud Krol, Wim Suurbier, Arie Haan, John Rep en Johan Neeskens weer de hand. Evenals Piet Keizer, de linksbuiten die in 1971 nog op tafel had staan dansen uit blijdschap over het vertrek van de "onmenselijke bullebak".

"Iedereen binnen de club heeft er het volste vertrouwen in dat señor Michels voor de landstitels zal zorgen waar iedereen al zo lang naar smacht." Voorzitter Agustí Montal spreekt duidelijke taal voorafgaand aan de eerste training van Barcelona in het seizoen 1971/72. Rinus Michels heeft Ajax naar vier landstitels en de Europa Cup I geleid en wordt in staat geacht hetzelfde te realiseren als hoofdcoach in Camp Nou. Het betekent een koerswijziging bij Barcelona na het tweejarige bewind onder Vic Buckingham, toevallig ook zijn voorganger bij Ajax die hij in 1965 opvolgde. De losse aanpak maakt plaats voor de harde hand.

Al na twee dagen trainingskamp in Olot, een dorpje aan de voet van de Pyreneeën, hebben de spelers hun oordeel klaar. Fysiek genadeloos afgebeuld krijgt Michels, de eerste Nederlander ooit in dienst van Barcelona, van hen de bijnaam Mister Marmol, meneer Marmer. Precies zoals hij zelf bij zijn kennismaking met de spelersgroep al had aangekondigd: "Vanaf vandaag gaan wij hard werk werken, zo hard als marmer…"

14 juli 1971: Rinus Michels zet zijn handtekening onder het een contract voor een jaar bij Barcelona.
foto: ANP

Rinus en Wil Michels vonden een flat in het sjiekste deel van de stad, Pedralbes. Daar vandaan reed Michels elke dag de twee kilometer in zijn Mercedes naar het stadion, waar hij zich lange tijd opsloot in een sober kantoortje, met een bureau, drie stoelen, een airco-apparaat en jaloezieën voor de half ondergrondse ramen. Één TL-buis verlichtte de vier maagdelijk witte muren waarop geen enkel opwekkend detail was gehangen of geplakt. Hij stond liever op het veld dan dat hij in het kantoor zat, zei hij, maar dat was niet de reden dat hij twee trainingen per dag invoerde, tot afgrijzen van de spelers, die altijd na één uur ‘s middags vrij waren geweest. "Het is niet méér trainen, het is béter trainen, vooral met die hitte."

In plaats van één keer twee uur, trainen we nu twee keer één uur, dat levert een beter resultaat op. Bovendien, hier wordt maar 70% getraind van wat we bij Ajax deden.’

Rinus Michels had wel meer uit te leggen. Zijn Spaans was uitstekend, maar de culturen botsten. Discipline in plaats van improvisatie, vandaag in plaats van mañana. Zijn favoriete werkwoord was luchar, vechten, strijden. In oktober, met het seizoen drie maanden op gang en zonder goede resultaten, gaf hij toch maar eens een interview, aan El Mundo Deportivo, om de opdringerige Spaanse pers een lesje te leren.

"Nee, de fysieke kracht is niet het verschil tussen Nederlandse en Spaanse voetballers,"’ zei hij, nadat hem gevraagd was of zijn spelers van Barça maar watjes waren in vergelijking met de stevige, onverschrokken jongens van Ajax die maar bleven triomferen in Europa. "Het temperament maakt het onderscheid. Nederlanders zijn koeler, Spanjaarden emotioneler. Wat niet wil zeggen dat dat slecht zou zijn, alles heeft  zijn positieve en negatieve kanten. Die emotie van de Spanjaarden kan een kwaliteit én een gebrek zijn. Als het goed gaat groeit de voetballer, maar als het even tegenzit raakt hij snel in de put. Nederlanders spelen ook georganiseerder, zoals de Engelsen. Spanje is wat dat betreft achtergebleven, het Spaanse voetbal is nog schoolpleinvoetbal." Voetbal trouwens waarmee Real Madrid vijf Europa Cups op rij had gewonnen. Maar dat was Madrid, en hoe méér triomfen daar werden behaald, hoe pijnlijker het dagelijkse bestaan van de Barça-supporter, was.

Dagenlang sloot Rinus Michels zich in dat sombere kantoortje af, in een poging zijn nieuwe ploeg op de rails te krijgen. Theo Stols, vriend en journalist, was vaak de spreekbuis van de trainer in de Spaanse media. "Ach," zei Stols, "Rinus zou wat meer moeten leren het werk en het vermaak te verenigen."

Na een reeks van 18 ongeslagen wedstrijden die FC Barcelona uiteindelijk tot op vier punten van kampioen Real Madrid bracht, mocht Michels in mei ’72 voor een seizoen bijtekenen en stelde hij de eis dat zes spelers moesten verdwijnen. Een jaar later hadden van hem nog eens zeven spelers mogen vertrekken, maar de meeste van hen waren te belangrijk om ze de laan uit te sturen. Het was de historische avond van 31 mei 1973. Barça had in en tegen Sevilla een wedstrijd in het bekertoernooi, de Copa del Generalísimo die later in de democratie de Copa del Rey werd, met 3-1 verloren. Weer een seizoen zou zonder prijs worden afgesloten. Of ze nog even de stad in mochten, hadden enkele spelers aan de trainer gevraagd. De voetballers mochten niet van meneer Michels, dat verdienden ze die avond niet. Ze verdienden het eigenlijk nooit.

"Ik weet niet meer van wie het idee kwam," zegt Juan Carlos, de aanvoerder toen, die samen met Marcial, Reina, Sadurni en Pérez naar de kamer was gegaan die Rexach en Martí Filosia met elkaar deelden. "Het was niet bedoeld om de trainer in de maling te nemen of zo. Iemand van ons zei gewoon waarom we niet een paar flessen cava bestelden, dat was toch de beste manier om de nederlaag te vergeten." Michels zat in de receptie van Hotel Colón toen de bestelling voor twee flessen van de Catalaanse champagne doorkwam. Voor welke kamer dat was, vroeg hij aan de obers.
"Kamer 634, meneer."
"Geeft u mij het dienblad maar, ik breng het wel."

De trainer ging zelf naar de zesde verdieping, klopte aan op de deur van Rexach en zijn kornuiten. "Hij begon toch te schreeuwen, alles in het Nederlands, we begrepen er niets van," aldus Juan Carlos. Michels gooide het blad en de glazen op de grond, honderden splinters bezaaiden het tapijt, de champagne bruiste tussen de vezels. Elke speler kreeg 100.000 peseta’s boete, "wat voor die tijd heel erg veel was"’. Doelman Reina zou nooit meer spelen.

Enkele weken later tekende Hugo Sotil, een Peruaan, een contract bij Barcelona als eerste van de buitenlanders, nu de grenzen net weer waren opengesteld. Er was een pers- conferentie, met voorzitter Montal en trainer Michels aan weerszijden van het Zuid- amerikaanse talent. Eerste vraag van een verslaggever aan de verbouwereerde Sotil: "Hou je van champagne?"’

1973: Michels en Cruijff herenigd bij Barcelona
foto: onbekend

Michels has 21 speler tot zijn beschikking, maar niet één buitenlander, want die mochten niet worden opgesteld. "Hij wilde Ajax kopiëren, maar had nog geen Johan Cruijff," schreef portkrant Dicen vijf jaar later over de mislukte eerste twee seizoenen. En op 28 juni 1973, na weer een verloren Liga, schreef La Actualidad Española: "Hij is slachtoffer van zichzelf. Michels praat goed Spaans, maar denkt nog altijd in het Nederlands." Bij zijn dood, ruim dertig jaar later, waren de meesten een stuk positiever. "De beruchte harde hand van Michels, de vader van het Nederlandse voetbal, maakten hem in Spanje tot Mister Marmol. Maar het marmer is, behalve koud en hard, ook een elegant materiaal dat lang meegaat," aldus schrijver Sergi Pàmies in het dagblad El País.

Op 22 augustus 1973 tekende Cruyff voor zes miljoen gulden een contract bij FC Barcelona. Cruijff wordt in Barcelona herenigd met Rinus Michels die van 1965 tot 1971 zijn trainer bij Ajax is geweest. Cruijff wordt ‘El Salvador’ (De Verlosser) genoemd (althans in Nederland, in Spanje kent men de bijnaam die met grote regelmaat in de Nederlandse pers opduikt niet. Hiermee is het vooral een bijnaam van Nederlandse kant geworden.) en groeit uit tot een symbool voor de Catalanen. Die waren tijdens het bewind van dictator Franco onderdrukt. Nu waren ze weer vrij en dat vierden ze met voetbal. Bij zijn debuut staat Barcelona op de 15e plaats. Met Cruijff wordt Barcelona voor het eerst in veertien jaar kampioen van Spanje. Vooral de 0-5 overwinning op Real Madrid spreekt tot de verbeelding.

‘Michels was veel meer dan Mister Marmol,’ schreef uitgever Josep Maria Casanovas van Sport. ‘Hij was een voetbalrevolutionair, een liefhebber van het spektakel en aanvalsvoetbal dat in het Camp Nou altijd op prijs wordt gesteld. De dag dat Michels voor elkaar kreeg dat Cruijff het blaugrana shirt aantrok schiep hij een nieuw Barça.’

In 1975 vertrok Michels naar Ajax om vervolgens in 1976 terug te keren bij Barca. Cruijff botste met de nieuwe Duitse coach Hennes Weismeiler.  De socio’s kozen massaal partij voor Cruijff en Weismeiler moest het veld ruimen. In 1976 eiste El Flaco dat Michels werd teruggehaald naar Catalonie. Deze eis werd ingewilligd en onder Michels won Barca in 1978 zijn tweede prijs: de Spaanse beker.

Sinds Rinus Michels in 1971 trainer van FC Barcelona werd, werkten er nóg vierentwintig Nederlandse spelers en trainers voor de Catalaanse club. Bepaald niet de minsten – Cruijff, Van Gaal, Neeskens, Rijkaard, Koeman, Kluivert, Frank en Ronald de Boer en Cocu bijvoorbeeld – kozen voor het avontuur bij Barça. Ze brachten de club aantrekkelijk spel en succes.

Rinus Michels en Johan Cruijff vieren succes bij Barcelona
foto: onbekend

2. Johan Cruijff (1973-1978)

In 1973 ontvangt Ajax als eerste club in Nederland een miljoenensom voor een speler, Barcelona betaalt zes miljoen voor de beste speler in Europa van dat moment. Cruijff speelt er vijf jaar en behaalt met de club grote successen.

Cruijff was al vanaf zijn debuut in Ajax 1 een leider in het veld geweest. Vanaf seizoen 1971/1972 liet hij zich steeds vaker uit de spits naar het middenveld zakken om de ploeg te dirigeren. Toen hij de aanvoerdersband kreeg, ging hij zich ook buiten het voetbalveld (reclames e.d.) steeds meer presenteren als de aanvoerder/leider/ belangrijkste man van Ajax. Zijn medespelers ergerden zich hieraan en kozen Keizer opnieuw als aanvoerder, nadat de nieuwe trainer George Knobel in de voorbereiding op seizoen 1973/1974 hiervoor verkiezingen organiseerde. Kort daarna werd Cruijff voor 6 miljoen gulden verkocht aan FC Barcelona. Hij voelde zich in de steek gelaten door zijn ploeggenoten. Bovendien kon hij bij Barcelona een veel beter contract tekenen. Cruijff speelde nog 2 wedstrijden voor Ajax in het seizoen 1973-1974 en scoorde daarin 3 keer. Op 19 augustus 1973 nam hij afscheid met een 6-1 overwinning op FC Amsterdam.

Barcelona President Agustí Montal kijkt toe bij de contractondertekening van Johan Cruyff
foto: FCB ARCHIVE

De transfer van Ajax naar Barcelona verliep stroef. Eerst stond de Spaanse voetbalbond geen buitenlanders toe, daarna werkte de KNVB niet mee, omdat Cruijff na het verstrijken van de transferperiode was gecontracteerd. Cruijff kon aanvankelijk alleen in vriend- schappelijke wedstrijden voor Barcelona uitkomen en maakte zijn officieuze debuut op 5 september tegen Cercle Brugge (6-0). Met het argument dat hij wedstrijdritme moest behouden voor het Nederlands Elftal, zwichtte de bond en kon Cruijff op 28 oktober 1973 zijn officiële debuut voor Barcelona maken in de thuiswedstrijd tegen Granada. Hij maakte meteen zijn reputatie waar door 2 keer te scoren in de met 4-0 gewonnen wedstrijd.

Cruijff wordt in Barcelona herenigd met Rinus Michels die van 1965 tot 1971 zijn trainer bij Ajax is geweest. Cruijff groeit uit tot een symbool voor de Catalanen. Die waren tijdens het bewind van dictator Franco onderdrukt. Nu waren ze weer vrij en dat vierden ze met voetbal. Bij zijn debuut staat Barcelona op de 15e plaats. Met Cruijff wordt Barcelona voor het eerst in veertien jaar kampioen van Spanje. Hoogtepunt is een uitwedstrijd tegen Real Madrid, die Barcelona met 5-0 wint. Eén doelpunt van Cruijff, die dat jaar opnieuw tot Europees voetballer van het jaar wordt gekozen.

Het Barcelona van de jaren zeventig bleek inderdaad een droomland voor de Nederlandse kolonie, in sportief opzicht vooral voor Michels en Cruijff, die in het seizoen 1973-1974 het uitzinnige kampioenschap meemaakten waar de supporters veertien oneindig lange jaren op hadden moeten wachten. Direct vanaf zijn vertraagde officiële debuut in de competitie, op 28 oktober 1973 tegen Granada (4-0, twee treffers van de Nederlander), maakte Cruijff van het onzekere, mentaal wankelende elftal een goed geoliede machine. Juist in die maand oktober was Barça eindelijk begonnen met winnen of tenminste niet meer te verliezen, maar het stond nog in de onderste regionen van de Primera Divisió met twee overwinningen, twee gelijke spelen en drie nederlagen, met de magere doelcijfers van zeven voor en vijf tegen. En het nietige Nice had de ploeg van Michels in de eerste ronde van de Uefa Cup uitgeschakeld.

Hollandse school in Barcelona: Johan Cruijff en Johan Neeskens geven aan hoe een vrije trap genomen moet worden.
foto: onbekend

Eenmaal mét Cruijff raasde Barça in sneltreinvaart naar de titel met negentien overwinningen, zes gelijke spelen en twee nederlagen, die overigens pas geïncasseerd werden toen de ploeg al kampioen was geworden. Doelcijfers in die reeks: 68-19. Cruijff zelf scoorde zestien keer, eentje minder dan topscorer Marcial, het hoogste aantal dat hij in Spanje zou halen, maar ver verwijderd van de 33 in zijn beste seizoen bij Ajax. Nu nog altijd is de reeks van toen, 27 officiële wedstrijden zonder nederlaag, een record in de clubgeschiedenis van FC Barcelona.

En Rinus Michels heeft als trainer nog een andere recordserie achter zijn naam, die van 67 thuiswedstrijden in de competitie zonder nederlaag tussen 4 maart 1973 en 20 februari 1977, met 55 overwinningen en 12 gelijke spelen, 155 doelpunten voor en 37 tegen.

In 1973 en 1974 werd Cruijff opnieuw Europees voetballer van het jaar. Zijn laatste wedstrijd voor Barcelona speelde hij op 7 mei 1978 tegen Valencia (1-0 overwinning). In zijn laatste seizoen won hij met Barcelona de Spaanse beker.

Johan 1 (Cruijff) en Johan 2 (Neeskens) de Nederlandse motors bij Barcelona
foto: onbekend

Johan Cruijff zou bijna zes jaar voor Barcelona spelen. Hij stopte met voetballen en kreeg een afscheidswedstrijd van Ajax die jammerlijk met 8-0 verloren werd van Bayern München. Enkele spelers van Bayern München bieden later hun excuses aan voor hun rol in Cruijff’s erewedstrijd. Het enige dat Cruyff overhield aan deze afscheidswedstrijd was een gouden horloge en een kleurentelevisie.

Johan Cruijff ging in zaken maar daar was hij niet gehaaid genoeg voor, zijn zakenpartners brachten hem vele verliezen waardoor hij zich genoodzaakt zag weer te gaan voetballen. Hij zou nog voetballen bij de Los Angeles Aztecs, Washington Diplomats, Levante, Ajax en Feyenoord. Bij de Rotterdammers sloot hij zijn carrière definitief af, nadat hij in 1983 uit wraak bij Ajax was vertrokken na ruzie met Ajax-voorzitter Ton Harmsen. Zijn sportieve revanche was een kampioenschap en de KNVB-Beker.

In 1998 nadat Cruijff bij Ajax als trainer vertrok leek het even op dat Cruijff naar sc Heerenveen zou gaan. Maar na een aanbod van FC Barcelona besloot de oud-speler terug te keren naar zijn voormalige werkgever als trainer. Evenals in Nederland ontstond er ook in Spanje bezwaar op zijn aanstelling als trainer. Cruijff beschikte wel over de benodigde diploma’s maar het ontbrak hem aan de vereiste drie jaar ervaring als trainer. Ondanks dit gemis werd de aanstelling van Cruijff toch goedgekeurd. Daarmee volgde hij interim-trainer Charly Rexach op, die in de jaren 70 te boek stond als een goede vriend van Cruijff tijdens hun gezamenlijke verblijf bij Barcelona. Rexach keerde terug in zijn oude functie als assistent-trainer en ging Cruijff ondersteunen bij de opbouw van een nieuw te vormen elftal. Een groot deel van de oorspronkelijke spelersgroep was namelijk in opstand gekomen, toen zij op 28 april 1988 tijdens een door hen zelf ingelaste persconferentie het vertrek van het clubbestuur hadden geëist vanwege een financieel dispuut. Clubpresident Núñez was weinig vergevingsgezind en had op negen spelers na de hele selectie ontslagen.

Johan Cruijff tijdens zijn eerste training bij Barcelona
foto: onbekend

Door het vertrek van zoveel spelers hadden Núñez en Cruijff alle vrijheid om samen de fundamenten te leggen voor een elftal dat voldeed aan hun eigen wensen. Na enkele seizoenen begon de speelstijl vruchten af te werpen en brak er een jarenlange bloeiperiode aan. Het succesvolle elftal kreeg als bijnaam het Dream Team. Onder leiding van Cruijff doorbrak het Dream Team de jarenlange dominantie van Real Madrid en won het vier opeenvolgende landstitels (1991-1994), waarvan drie op de laatste speeldag van de competitie. Op Europees vlak legde Barcelona in 1989 beslag op de Europacup II en won het in 1992 de Europacup I. Tijdens beide finales waren de Catalanen te sterk geweest voor Sampdoria. Vooral de winst van de Europacup I was een memorabel moment, aangezien het de eerste maal in de historie was dat Barcelona de belangrijkste Europese beker veroverde.

Na 1992 begonnen de reseltaten wat tegen te vallen en verhoogde Núñez de druk door Cruijff persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de tegenvallende resultaten en begon kritiek te leveren op zijn selectiebeleid. Op 18 mei 1996, de dag voor de een-na-laatste wedstrijd tegen Celta de Vigo, barstte de bom. De zaterdagkrant meldde die ochtend namelijk dat Núñez en vicepresident Gaspart Bobby Robson als nieuwe trainer hadden gecontracteerd. Toen Cruijff bespeurde dat Barcelona in het geheim een breuk had geforceerd, raakte hij buiten zinnen. Hij zei dat het niet uit te leggen viel, waarna het gesprek met Núñez en Gaspart ontaardde in een pijnlijke ruzie. De breuk betekende het vertrek van Cruijff, die na 2.936 werkdagen werd ontslagen. Met zijn acht achtereen- volgende dienstjaren werd hij de langst zittende coach uit de clubgeschiedenis.

1971: Cruijff bijna naar Feijenoord

Klinkt als een grap, maar is het niet. Voormalig Feijenoord Guus Brox manager deed er jaren geleden verslag van in de Rotterdamse krant Het Vrije Volk tegen Jan D. Swart, de latere Feyenoord-perschef, wat bekend werd als de ‘Brox memoires’.

Na het winnen van de Europacup en de Wereldbeker in 1970 wordt alles minder bij Feijenoord. Al vroeg in het Europa Cup-toernooi van 1970/1971 wordt Feyenoord uitgeschakeld door het Roemeense UT Arad, een naam waar veel Feyenoorders nog steeds slapeloze nachten aan beleven. Tot overmaat van ramp besluit topspits Ove Kindvall, die Feijenoord een jaar eerder nog naar de Europa Cup 1 had geschoten, de club in 1971 te verlaten voor zijn thuisland Zweden. Brox, die doorgaans de hand op de knip houdt, besluit een forse investering te gaan doen in de club. Johan Cruijff, dé topspeler van aartsrivaal Ajax, moet naar Rotterdam komen en Kindvall opvolgen. Via Cor Coster, schoonvader en zaakwaarnemer van Cruijff, is Brox ter oren gekomen dat Cruijff Ajax voor een gelimiteerd bedrag van 1,2 miljoen gulden, een hoofdprijs in die tijd, mag verlaten voor een buitenlandse club. Brox besluit een poging te doen.

En zo raakt Brox in contact met het Belgische Waregem. Vier maanden lang probeert hij in het diepste geheim Cruijff naar Rotterdam-Zuid te halen. Waregem zou 1,2 miljoen gulden overgemaakt krijgen, waarna Feyenoord het salaris van Cruijff zou betalen, die na een halfjaar vervolgens de stap naar Rotterdam moest maken om een zevenjarig contract met een recordsalaris te gaan tekenen. Waregem haakt echter af, waarna het Spaanse Barcelona betrokken wordt voor de schimmige constructie.

Zo kwam Coster rond de tafel te zitten in restaurant Het Witte Paard met een delegatie van Barcelona (de heer Caraben) en Feyenoord (Gerard Kerkum en Fred Blankemeijer).

De grenzen van Spanje waren indertijd nog niet open voor buitenlandse voetballers, zodat Barcelona – we spreken dus over 1971 – Cruijff voor 1,2 miljoen gulden zou kopen en aan Feyenoord zou verhuren.

Later kwam Barcelona op de afspraak terug, omdat er ‘opeens’ aanwijzingen waren dat de grenzen voorlopig niet geopend zouden worden. Het Vrije Volk citeerde uit een brief van Caraben: "We kunnen ons niet verbinden tot een transactie, die pas op zeer lange termijn tot een gunstige ontknoping zou leiden."

Toen kwam de constructie Waregem/Feyenoord weer in beeld. Niet voor lang echter. Ajax had er lucht van gekregen dat Coster met Cruijff aan het leuren was, mede gewaarschuwd door in Amsterdam zetelende journalisten. Prompt trekt Ajax de aanbieding om naar het buitenland te vertrekken in en doet Cruijff een grootst aanbod: een zevenjarig contract tegenover een torenhoog salaris. Op 23 juni 1971 tekent Cruijff en zo bleef alles zoals het was. Twee jaar later vertrekt hij alsnog naar Barcelona.

Of Coster en Cruijff de besprekingen van vier maanden hadden misbruikt om een mega- contract bij Ajax af te dwingen, is nooit opgelost. Twaalf jaar later zou Cruijff toch in de Kuip arriveren. Hij nam er elf maanden later afscheid met de dubbel.

1974 EC I Feyenoord-FC Barcelona. Wim Jansen in duel met Johan Cruijff op het doorweekte veld.
foto: ANP

3. Johan Neeskens (1974-1979)

Na de periode bij Ajax speelde hij van 1974 tot 1979 bij FC Barcelona, waar hij naast Johan Cruijff speelde, vandaar zijn bijnaam "Johan Segundo", dat "Johan de Tweede" betekent. De toen nog jonge Neeskens kende aanvankelijk wel de nodige aanpassingsproblemen.

Nieuweling Johan Neeskens was overweldigd toen hij voor het eerst de stad binnen werd gereden. "Gigantisch. Ik was Amsterdam gewend, dat was een dorp natuurlijk. In het begin moest ik voortdurend de weg vragen, had ik moeite met al dat eenrichtingsverkeer. Mocht je daar niet links en daar niet rechts. Het gemakkelijkst was het om een taxi te nemen." Hij kocht wel zelf een auto, een kleintje, om makkelijk te parkeren. "De auto kwijt kunnen was toen al een ramp, net als nu." In een tweedehands Renault 5TS reed hij door de stad, daarmee kon hij bijna overal parkeren als hij met echtgenote Marianne ergens uit eten ging, bijvoorbeeld. Ze waren allebei niet veel gewend. Jong, net in de twintig, en altijd bij de ouders thuis gewoond totdat ze in de zomer van 1974, kort na afloop van het WK in Duitsland, waren getrouwd. De eerste trip naar Barcelona om de laatste zaken van de transfer van Ajax naar Barça af te ronden en alvast een nieuw huis te bekijken was tegelijk een soort huwelijksreis.

Kwamen ze aan bij een restaurant, rond een uur of zes, het tijdstip dat hij in Nederland thuis, bij zijn ouders, ook altijd had gegeten.
"Was het nog dicht en zeiden ze ons dat we maar om een uur of negen moesten terugkomen. Negen uur! Met een volle pens naar bed, dat vond ik maar niks."

Aan de vooravond van de thuiswedstrijden trok Barcelona zich een hotelletje terug om zich daar voor te bereiden, om er ver weg van het gezin of de verlokkingen van de stad de nacht door te brengen. De spelers kozen samen een video uit die ze die avond in een donker zaaltje in het zwart-wit zouden bekijken, maakten een wandeling, sliepen en hingen veel op hun kamers en, heel belangrijk in Spanje, brachten uren door aan tafel, om te eten.

Neeskens zat samen met Johan Cruijff, Rexach en Marcial. Dat had een reden. Neeskens: "Elke tafel had een fles wijn, maar dat vond ik maar raar, de dag voor de wedstrijd nog alcohol. Ik dronk dan niet. Dat zagen die drie, dus zeiden ze dat ik maar bij hun aan tafel moest komen. Hadden zij een hele fles voor hun drieën."

Rexach, de Catalaan, de ‘gastheer’, het flegmatieke maatje van Cruijff, zorgde ervoor dat de salade op smaak kwam, want veel was er niet aan: wat groene blaadjes, tomaat, kom- kommer en een uitje. Zout erover, azijn en flink wat olijfolie. Olie. Gezond, maar toen een product dat in Nederland nog onbekend was en waar Nederlanders bang voor waren. Ook Neeskens kende de olijfolie niet: "Dat was ik niet gewend, natuurlijk. Ik at thuis altijd sla met van die Calvé-slasaus eroverheen. En Rexach deed niet zuinig met die fles olijfolie. Ik scheet mezelf helemaal leeg, in het begin. Ik dacht: dat is toch te veel, ik moet zelf mijn salade maar eens klaarmaken."

1975: Johan Neeskens in actie voor Barcelona.
foto: onbekend

Het wende snel, ook omdat ze thuis gewoon op hun Hollandse tijd konden blijven eten. En het leven was mooi, net als het voetbal. Vijf jaar bracht hij in het Camp Nou door, bijna altijd samen met Rinus Michels en Johan Cruijff, die de club juist het seizoen ervoor, 1973-’74, een langverwachte titel hadden bezorgd.

De vijf jaren erna waren wel wat minder succesvol, maar vol avontuur. ‘De Nees’ troost zich met de herinnering aan een Spaanse beker, een Europa Cup II en de uitverkiezing tot beste voetballer van de Primera División in 1976. Neeksens was de eerste buitenlander die die prijs kreeg.

Na een moeilijk begin, waarin hij publiekslieveling Hugo Sotil uit het team verdreef, stal de middenvelder de harten van de Catalanen met zijn vertrouwde vechtlust. In 1979 moest ‘Johan Segundo’, ofwel Johan II, vertrekken op last van voorzitter Josep Lluís Núñez.

"Neeskens sí, Núñez no", joelde het publiek toen de ploeg de net veroverde Europa Cup II vierde.

Zijn toenmalige ploeggenoot Pepito Ramos spreekt nog steeds van een legendarisch moment. Geen enkele speler van Barcelona werd zó hartstochtelijk toegezongen door de eigen aanhang als Johan Neeskens. De Spaans-Marokkaanse verdediger verwijst naar het massale feest op Plaza de Sant Jaume, waar de spelers in mei 1979 het winnen van de Europa Cup II groots vierden na de met 4-3 gewonnen finale tegen Fortuna Düsseldorf.

Op het balkon kan Neeskens zijn tranen niet bedwingen; op dat moment is al bekend dat hij na vijf seizoenen trouwe dienst moet wijken voor de Deen Allan Simonsen. Neeskens sí, Núñez no, schreeuwen de dertigduizend uitzinnige Barça-fans massaal. Symbolisch doet Neeskens zijn stropdas af en gooit die in de richting van de menigte. Neeskens’ gedwongen vertrek – Spaanse clubs mogen slechts twee buitenlanders onder contract hebben – leidt bijna de eerste crisis in voor de een jaar eerder aangestelde president Josep Lluís Núñez.

Johan Neeskens met zijn Oostenrijkse medespeler Hans Krankl
foto: DFB

Na zijn tijd bij Barcelona, speelde Neeskens nog zes seizoenen bij de New York Cosmos. Met Cosmos behaalde hij in 1982 het landskampioenschap. Na Cosmos speelde hij verrassend bij FC Groningen aan het eind van het seizoen 1984/1985. Dat liep echter uit op een deceptie, ondanks een onverwachte en sensationele 1-3 zege uit tegen kampioen Ajax en een 5e plaats in de eindklassering. Hij speelde maar zeven wedstrijden waarin hij niet scoorde. Hierbij dient te worden aangetekend dat hij op de positie "laatste man" speelde, terwijl Neeskens van origine een (verdedigende) middenvelder was.

Net als Michels en Cruijff keert ook Neeskens voor een tweede keer terug bij Barcelona. In 2006 haalde de toenmalige Barca trainer Frank Rijkaard hem weer bij zich, als assistent trainer, – ze waren al samen bij Oranje tijdens EURO 2000 – nadat de vorige assistent-trainer Henk ten Cate voor het hoofdtrainerschap bij Ajax had gekozen. 

De wereldreiziger, die ooit vanuit Barcelona naar New York vertrok. Via Zwitserland en Vianen keerde hij weer tijdelijk terug bij Barcelona, nu met zijn nieuwe gezin, zijn Zwitserse vrouw Marlis en hun drie kinderen. 

Eten met het gezin doet Neeskens ook nu op een erg Zwitsers-Nederlandse tijd tussen zes uur en half zeven. 

Na zijn Barcelona periode werd Neeskens een jaar de bondscoach van het Nederlandse B-elftal en vanaf het seizoen 2009/10 was hij opnieuw de assistent van Rijkaard; dit keer bij het Turkse Galatasaray SK, tot oktober 2010. Medio 2011 werd hij trainer bij het Zuid-Afrikaanse Mamelodi Sundowns. Dat werd geen succes, hij werd meerdere malen bedreigd door zijn eigen fans, begin december 2012 werd hij ontslagen.

Bronnen en referenties
barcanieuws.nl, mokums.nl, edwinwinkels.com, Voetbal International, showbiznews.nl, Volkskrant, levenmetfeijenoord.wordpress.com, Algemeen Dagblad, voetbalonline.nl, kentudezenog.nl, sportgeschiedenis.nl.