(37) 1971: Het Bundesliga schandaal

Omkoping is van alle tijden

In 1971 werd het West-Duitse voetbal opgeschrikt door het zogenaamde Bundesliga schandaal. Op grote schaal was er gerotzooid. Rond 1970 werd betaald voetbal in Europa echte business. Topspelers en -trainers gingen kapitale salarissen verdienen. En de keerzijde van het Grote Geld liet dan ook niet lang op zich wachten. In juni 1971 onthulde voorzitter Canellas van Kickers Offenbach een gigantisch omkoopschandaal. West-Duitsland was geschokt, en de Bundesliga schudde op de grondvesten.

Voetbal en gokken horen bij elkaar. Al decennia. Het gevaar van vals spel en een schandaal ligt dus op de loer.

Alle Ajacieden wisten het. Bij 6-0 moest er gestopt worden met scoren want rechtsback Wim Suurbier zou met die uitslag zo’n 700 gulden verdienen. En toen werd het 6-0. "Willem, voor mij ook een deeltje, anders maak ik er 7-0 van" riep linksbuiten Piet Keizer tegen het eind van de wedstrijd naar zijn ploeggenoot. Suurbier verwierp Keizers voorstel in woord en gebaar en even later lag de zevende erin. Doelpunt: Piet Keizer. "Ik kreeg natuurlijk van alles naar m’n kop", zo blikt Keizer 35 jaar later in Het Ajax Boek gniffelend terug.

Suurbier zal niet de eerste en niet de laatste zijn geweest die, al of niet onschuldig, gokte op een uitslag van een eigen wedstrijd. In dezelfde periode dat Ajax nog heerste op de velden vond er in Duitsland al een heus gokschandaal plaats. Twee clubs (Arminia Bielefeld en Kickers Offenbach) raakten in 1971 hun licentie kwijt, meer dan vijftig spelers kregen uiteenlopende straffen.

1971: Het Bundesliga schandaal

In juni 1971 onthulde voorzitter Canellas van Kickers Offenbach een gigantisch omkoopschandaal. West-Duitsland was geschokt, en de Bundesliga schudde op de grondvesten. Op zondag 6 juni 1971 vierde de zuidvruchtenhandelaar Horst-Gregorio Canellas zijn vijftigste verjaardag. Dat was één dag na de laatste speelronde van het Bundesliga-seizoen 1970-1971, waarin Kickers Offenbach was gedegradeerd. Canellas organiseert een groot tuinfeest bij hem thuis in Offenbach en nodigt verschillende bonzen van de DFB en ook een flink aantal journalisten uit en speelde een paar opgenomen telefoongesprekken af op het tuinfeest. (Onmiddellijk na de introductie van Canellas verlaat Bundestrainer Helmut Schön in stilte het feest.)

Het gezelschap hoorde hoe diverse bekende voetballers in de afgelopen competitie hun aanstaande tegenstanders geld aanboden om hun elftal te laten winnen. Hoe voetballers van een sterke tegenstander informeerden hoeveel Kickers Offenbach voor een overwinning overhad. Het was een wijdvertakt kwaad, wat mede kwam omdat de Bundesliga dat jaar erg spannend was geweest. Pas op de laatste speeldag werden kampioenschap en degradatie beslist.

Het schandaal komt aan het rollen: Horst-Gregorio Canellas speelt opgenomen gesprekken af op zijn bandrecorder.
foto: picture-alliance

Er gebeurt in eerste instantie maar weinig na het tuinfeest: spelers die op de band te horen zijn, ontkennen simpelweg dat zij het zijn en ook de Duitse voetbalbond stelt eenvoudig dat Canellas de zaak overdreven heeft aangezet en dat het met de omkoping in de Bundesliga allemaal wel meevalt – men wil de hele affaire het liefst zo snel mogelijk vergeten, de Olympische Spelen in München en het WK , de sporttoernooien die naoorlogs Duitsland voor het oog van de wereld moeten rehabiliteren, komen immers rap naderbij.

De enige man die geschorst wordt, is Horst-Gregario Canellas. Van hem wordt ‘poging tot omkoping’ bewezen geacht. Geen van de voetballers wordt ook maar ondervraagd. Het is opvallend dat Kickers Offenbach en zijn voorzitter Canellas fors gestraft werden, terwijl Canellas het schandaal zelf openbaarde. Horst-Gregorio Canellas heeft het motief voor zijn actie in 1999 in zijn graf meegenomen. Hij wordt herinnerd als een Don Quichot in een tijdperk waarin bedrog een windmolen bleek die niet te bevechten was.

In de maanden en jaren die volgen storten officieren van Justitie overal te lande zich op de omkoping, halen talloze dubieuze betalingen boven tafel en ook Canellas zelf reist het hele land door om gesprekken te voeren met spelers en bestuurders, alles om de zaak die zijn levenswerk aan het worden is fundament te geven.

Het zal nog jaren duren voor het tot het daadwerkelijk tot een rechtszaak komt. Wanneer het eind jaren zeventig eindelijk zover is, blijken de wantoestanden in de Bundesliga nog meer bizar dan men al die jaren heeft vermoed, met name in de onderste regionen: alle clubs die in degradatiegevaar verkeerden, blijken in de afgelopen twintig jaar af en toe wedstrijden en doelpunten te hebben gekocht. Bij maar liefst 26 van de 72 wedstrijden in de laatste acht Bundesliga-speeldagen deden zich manipulaties voor en in 18 van die 26 gevallen kan een of andere vorm van omkoping daadwerkelijk bewezen worden. Enkele voorbeelden, alleen al uit het seizoen 1970-1971:

* 17 april 1971: Arminia Bielefeld betaalt Schalke 04 40.000 Mark voor een overwinning.
* 22 mei 1971: Manglitz (keeper van Köln) krijgt 25.000 Mark voor het doorlaten van vier doelpunten in de 4-2 tegen Rot-Weiss Oberhausen.
* 29 mei 1971: Arminia tast diep in de buidel om drie spelers van VEB Stuttgart te overtuigen niet al te zeer hun best te doen – 45.000 Mark.
* 5 juni 1971: Arminia biedt 170.000 Mark voor een zege van Braunschweig tegen concurrent Oberhausen. (de wedstrijd eindigt uiteindelijk in 1-1, wat Braunschweig toch nog 40.000 Mark oplevert).
* Erich Ribbeck, veel later nog Bundestrainer, raadt in het voorjaar van 1971 als trainer van Eintracht Frankfurt de omkopers uit Oberhausen zijn eigen doelman Horst Wolter aan. "Met hem valt te praten.". Op 3 april 1971 won Rot-Weiss Oberhausen met 5-2 van Eintracht Frankfurt.

Uiteindelijk beperkte het onderzoek naar dit omkoopschandaal zich tot datgene, wat bij Kickers Offenbach bekend was. Nou ja, beperkte … De uitslag liet zien dat maar liefst negen van de achttien Bundesliga-clubs besmet waren. Schalke 04 was de grootste zondaar, Bayern München en kampioen Borussia Mönchengladbach bleven
buiten schot.

Verschillende spelers van Schalke werden levenslang geschorst, waaronder drie Duitse internationals uit die tijd – Klaus Fischer, "Stan Libuda" en Klaus Fichtel. Hoewel de straffen later omgezet werden tot schorsingen van zes maanden tot twee jaar, had het schandaal zijn sporen nagelaten op wat één van de dominante Duitse clubs uit de jaren 70 had kunnen zijn.

Een van de hoofdrolspelers in het Bundesliga schandaal: Klaus Fischer van Schalke 04
foto: onbekend

In totaal kwam ongeveer twee miljoen Duitse mark omkoopgeld boven water, wat voor 1971 een zeer aanzienlijk bedrag was. De West-Duitse voetbalbond DFB schorste 52 spelers, twee trainers, zes officials (waaronder Canellas), en de clubs Kickers Offenbach en Arminia Bielefeld. De schorsingen varieerden van enkele maanden tot levenslang. Daarnaast vielen er ook geldboetes en veroordelingen voor meineed. Het onderzoek, dat namens de DFB door Hans Kindermann werd geleid, had ook verlengstukken naar gewone Duitse rechtbanken. Het werd pas in december 1977 afgesloten.

West Duitsland begreep heel goed dat de naam en faam van de Bundesliga zwaar beschadigd waren, en daarmee ook de reputatie van het land zelf. Bovendien bleef het onderzoek zoals gezegd beperkt tot datgene wat bij Kickers Offenbach bekend werd – in werkelijkheid was het omkoopschandaal natuurlijk veel groter. Er werd met Duitse degelijkheid voor gezorgd dat er voortaan scherper gewaakt werd.

De heren profvoetballers waren niet blij met dit ‘bedrijfsongeval’, want zij zagen een lucratieve bijverdienste in gevaar komen. Kindermanns vasthoudende speurwerk leverde hem de schandelijke bijnaam Freisler des deutschen Fussballsop. Daarbij werd verwezen naar Roland Freisler, een beruchte rechter, die namens Hitler deed alsof hij eerlijk recht sprak. Later werd Kindermann door de DFB en de West-Duitse regering positief onderscheiden.

Het Nederlandse voetbal pikte zijn graantje mee. Van de 52 geschorste spelers kwamen Zoltan Varga en Arno Steffenhagen naar Ajax, en keeper Volkmar Gross naar FC Twente. Hun transfersom kan niet overmatig hoog zijn geweest.

Het omkoopschandaal uit 1971 liet iedereen begrijpen dat sport door geld kan worden afgebroken. Tot dan was sportbeoefening voor velen gebaseerd op idealisme, vooral bij de oudere generaties. De schok was overeenkomstig groot. Na het schandaal in 1971 daalde de kaartverkoop tijdelijk met 18 procent omdat de supporters zich bedrogen voelden.

Matchfixing: een Europees probleem

Ruim drie decennia later is er – in termen van de krant Bild – weer een Bundesliga-Skandal, waarbij scheidsrechter Robert Hoyzer en de Nederlandse voetballer Thijs Waterink een hoofdrol speelden. Zij gaven toen dat zij werden betaald door een wedkantoortje in Berlijn om de uitslag in een bepaalde richting te beïïnvloeden. Waarschuwingssignalen van het landelijk opererende gokkantoor Oddset, waar de weddenschappen uiteindelijk werden gesloten, werden door de bond niet opgepikt. Extra pijnlijk is dat Oddset, dat hoge inzetten constateerde op onwaarschijnlijke uitslagen, de partner was van de voetbalbond bij de organisatie van het WK in 2006. Bij verscheidene scheidsrechters werd huiszoeking gedaan.

Het regelen van uitslagen is geen exclusief Duits fenomeen. In Italië was een keeper van voetbalclub Siena in staat om telefonisch de uitslagen van vijf competitiewedstrijden, die twee dagen later werden gespeeld, foutloos aan een zakenpartner door te geven. De Napolitaanse toto nero (zwarte toto) deed met deze voorkennis zijn voordeel. Het was in Italië het vijfde gokschandaal in 25 jaar.

Geld en voetbal: een gevaarlijke combinatie.
foto: HP/de Tijd

In Tsjechië lijkt het nog erger te zijn. Dertig scheidsrechters werden van corruptie beschuldigd, samen met de overgrote meerderheid van de clubs in de hoogste divisie en een aantal bestuurders van de voetbalbond. Ook in Portugal openbaarde zich, aan de vooravond van het EK in dat land, een grote omkopingsaffaire.

Behalve van de scheidsrechter kan het valse spel ook van de voetballers zelf komen. Dan moet je natuurlijk wel de opzettelijke competitievervalsing kunnen aantonen. Eind jaren tachtig speelde PEC Zwolle tegen Volendam en beide hadden voldoende aan een gelijkspel om in de hoogste divisie te blijven. Die konden dus anderhalf uur lang de bal naar elkaar toespelen, maar bij navraag zullen alle 22 spelers toch zeggen dat zij vreselijk hun best gedaan hebben.

Dan is er nog de affaire in Nederland rond een scheidsrechter, die van Dick Jol. Hij zou bij zijn groenteboer op wedstrijden hebben gegokt waaraan hij zelf leiding moest geven. De KNVB was er in 1995 als de kippen bij om hem voor altijd zijn licentie te ontnemen, maar na een gang naar de rechter werd de Haagse scheidsrechter volledig gerehabiliteerd en bleef hij op het hoogste niveau.

Twee jaar vóór de affaire Jol zorgde de wedstrijd Telstar tegen Zwolle voor gefronste wenkbrauwen. Linksback Jan Mulder van Telstar – niet te verwarren met spits en columnist Mulder – veroorzaakte bij een voorsprong van 1-0 een penalty door opzettelijk hands te maken. Twee minuten voor het eindsignaal gleed hij ook nog de bal in zijn eigen doel, hetgeen na de wedstrijd nog tot onderlinge vechtpartijen bij Telstar leidde. Dezelfde avond nog klonken suggesties dat Mulder was `gekocht’. ",Iemand die zulke dingen durft te beweren sla ik z’n kop eraf", zo luidde Mulders kernachtige reactie.

Gezien de toenemende financiële belangen en door de opkomst van internet neemt de kans alleen maar toe dat er misstanden optreden. Alleen al in Nederland, zo berekende het College van toezicht op de kansspelen, wordt zo’n slordige 144 miljoen euro gegokt via internet: onduidelijk is hoe groot het aandeel van voetbalwedstrijden daarin is. In landen als Engeland en Duitsland loopt het gokbedrag gemakkelijk in de miljarden.

Omkoping is van alle tijden (en landen): 1915 Manchester United – Liverpool

Uit onderzoek van Europol blijkt dat er in de afgelopen jaren bij honderden Europese voetbalwedstrijden sprake is geweest van ‘matchfixing’. Rob Wainwright, de directeur van de organisatie, spreekt zelfs van ‘omkoping op een schaal die we nog nooit hebben gezien’. Toch bestaat matchfixing in het voetbal al honderd jaar, zo blijkt ook uit de opmerkelijke wedstrijd tussen Manchester United en Liverpool in 1915.

Op 2 april 1915 reisde het team van Liverpool af naar Old Trafford voor een wedstrijd tegen Manchester United in the First Division, op dat moment de hoogste divisie in het Engelse voetbal. Voor de spelers van Liverpool stond er op dat moment nog maar weinig op het spel. De ploeg stond stevig in de middenmoot en de competitie was bijna afgelopen, dus er kon vrij weinig meer gebeuren. Het tegendeel was echter het geval voor de spelers van Manchester United. Zij vochten nog fanatiek tegen degradatie uit de First Division en hadden de twee punten van de overwinning dus hard nodig.

Eerste Wereldoorlog
Op de achtergrond speelde er bovendien nog een andere belangrijke zaak die een grote invloed op de wedstrijd had. De Britse voetbalbond had na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog namelijk besloten dat het seizoen 1914-1915 het laatste zou zijn voor een algehele stillegging van de voetbalcompetitie in het verband met het conflict. Voor veel van de spelers was Manchester United – Liverpool dus een van hun laatste wedstrijden die ze zouden spelen voordat ze als jonge en fitte dienstplichtigen naar het front in Frankrijk werden gestuurd.

Eerste helft
Deze vreemde samenloop van omstandigheden resulteerde op 2 april 1915 uiteindelijk in een wel zeer opmerkelijke wedstrijd op Old Trafford. Al vroeg in de wedstrijd kwam de underdog Manchester United op een 1-0 voorsprong na een doelpunt van spits George Anderson. Het team van Liverpool zette hier vervolgens maar bijster weinig tegenover. De spelers van ‘The Reds’ leken zonder enige inspiratie te voetballen en veel ballen werden direct ingeleverd bij de tegenstander. Volgens een sportjournalist van de Liverpool Daily Post was "een nog eenzijdigere eerste helft wel heel lastig voor te stellen".

Elftal foto van Liverpool uit 1919
foto: onbekend

Penalty
De tweede helft begon vervolgens nog opmerkelijker. Liverpool verdediger Bob Pursell veroorzaakte namelijk slechts drie minuten na rust al een penalty voor Manchester United door de bal bewust met zijn handen te spelen. De Ierse verdediger Patrick O’Connell mocht aanleggen vanaf elf meter, maar hij slaagde er niet in de enorme kans te benutten en schoot ruimschoots naast. Toch had Manchester geen enkele reden om zich zorgen te maken, want ook na de gemiste strafschop bleef Liverpool lusteloos voetballen. In de 75e minuut tekende George Anderson ook voor de tweede goal van United en kwam de tussenstand op 2-0.

Schot op de lat
Volgens de The Sporting Chronicle speelde de voorhoede van Liverpool "haar slechtste tweede helft van het hele seizoen". Toch was er een speler die zijn team wel degelijk op sleeptouw probeerde te nemen: spits Fred Pagnam. In de 78e minuut deed hij met een vlammend schot een poging om er 2-1 van te maken, maar zijn pegel raakte uiteindelijk slechts de lat. Een uiterst opmerkelijk tafereel volgde, waarbij Pagnam midden op het veld ten aanzien van enkele duizenden toeschouwers volledig werd uitgefoeterd door een aantal van zijn eigen teamgenoten. Het was het laatste hoogtepunt in een verder vrij saaie ontmoeting die uiteindelijk eindigde in 2-0.

Matchfixing
Al vrij snel na afloop van de ‘wedstrijd’ deden er geruchten de ronde dat er sprake was van grote onrust bij de bookmakers. Er bleken namelijk gigantische bedragen gezet op een 2-0 winst van Manchester United, een gok die beloond werd met een uitbetaling van maar liefst 7 op 1. Een grondig onderzoek volgde, waaruit uiteindelijk bleek dat zowel Liverpool als United spelers waren betrokken bij het ‘fixen’ van de wedstrijd. Doordat zij voor de wedstrijd hadden afgesproken dat deze in 2-0 zou eindigen, liep Manchester minder kans om te degraderen en konden de spelers van beide teams nog één keer goed geld verdienen voordat zij hun baan verloren.

Uiteindelijk werden zeven spelers veroordeeld wegens ‘matchfixing’, vier van Liverpool en drie van United. Een van de weinigen waarvan onomstotelijk werd vastgesteld dat hij niet had deelgenomen aan de fraude was Fred Pagnam, de spits die door zijn eigen spelers werd uitgefoeterd omdat hij er bijna 2-1 van maakte. Ook nu, meer dan een eeuw later, blijken voetballers overigens nog steeds gevoelig voor ‘machtfixing’. Volgens het Europol rapport zijn er minstens 420 personen betrokken bij de fraude, waaronder vijf Neder- landers.

Omkoping in Engeland

Omkoping is niet alleen iets van nu. Al in 1919 werd Leeds City uitgesloten van de competitie voor het doen van ongeoorloofde betalingen. In 1964 brachten onthullingen in de tabloids aan het licht dat drie spelers van Sheffield Wednesday betrokken waren bij een schandaal rond het verlopen van wedstrijden.

In een schandaal over het regelen van wedstrijden uit de jaren negentig moesten de Liverpool keeper Bruce Grobbelaar en de Nederlandse keeper Hans Segers voor de rechter verschijnen op beschuldiging van het aannemen van geld voor het doorlaten van doelpunten. Grobbelaars zaak was het begin van een juridische veldslag nadat zijn vrijspraak in hoger beroep nietig werd verklaard.

Italië: vijf omkoopschandalen in 25 jaar.

Het eerste publieke schandaal in Italië, is het Totonero-schandaal van 1980. Dat was eveneens een gokschandaal, dat AC Milan en Lazio bestrafte met degradatie uit de Serie A. Het belangrijkste slachtoffer daar was Paolo Rossi, de toenmalige spits van Perugia, die drie jaar schorsing aan zijn broek kreeg. Dat werd later gereduceerd tot twee jaar, om hem beschikbaar te stellen voor het WK van 1982. Prompt maakte hij Italië wereldkampioen, tevens werd hij ook verkozen tot Europees voetballer van het jaar én Wereldvoetballer van het jaar, hij zorgde voor een ongekend saamhorigheidsgevoel onder de Italiaanse bevolking.

1982: Paolo Rossi hier in actie tegen Brazilië, maakt Italië wereldkampioen.
foto: onbekend

Zes jaar na het oorspronkelijke Totonero, was er weer een omkoopschandaal, in 1986. In 2006 een nieuw omkoopschandaal die in Italië algemeen bekend als Calciopoli, een toespeling op Italiës roemruchte corruptieschandaal Tangentopoli uit 1992. Zes jaar na Calciopoli is er een volgende omkoopschandaal. In Italië noemen ze het Scommessopoli, het gokschandaal.

Waar het bij Calciopoli schandaal uit 2006 ging om het veranderen van uitslagen om zo punten te sprokkelen, heeft het hier te maken met de enorme geldbedragen die verdiend kunnen worden vanwege het gokken op wedstrijden. Uitslagen, corners, penalties, alles wat er gebeurt in een voetbalwedstrijd kan door het gokken beïvloed worden. In Neder- land is er vaak over gespeculeerd met de term ‘belchinezen’.

Het schandaal, dat aan het licht kwam in de zomer van 2011, heeft met de nieuwe arrestaties een veel grotere omvang gekregen. Waar het voorheen nog mindere goden betrof, met als toenmalig ‘kopstuk’ voormalig international Cristiano Doni, daar komen later de eerste echt grote namen ten tonele. Lazio-aanvoerder Stefano Mauri werd gearresteerd, international Domenico Criscito moest het trainingskamp van de Italiaanse ploeg verlaten voor verhoor en is daarna uit de selectie verwijderd. Juventus-trainer Antonio Conte werd eveneens ondervraagd.

In Italië begon het zich dit keer te ontvouwen in de lagere divisies, en in een later stadium werd het uitgebreid tot de Serie A en het nationale team. Wederom Gek eigenlijk dat er wederom een schandaal opduikt in Italië omdat we zouden denken dat ze na het Calciopoli-schandaal wel beter weten in het land van de laars. Het verleden leert ons echter dat de Italianen een rijke historie hebben op het gebied van voetbalmanipulatie. Het hoort er voor hen gewoon bij. Het wordt oogluikend toegestaan, en er wordt niet over gesproken als dat niet nodig is.

Slechts één orgaan was machtig genoeg om het voetbal een halt toe te roepen; justitie. De onderzoeken die uiteindelijk Calciopoli blootlegden, waren ingewikkeld en besloegen vrijwel heel Italië. Het was pas toen men in 2004 bij de Napolitaanse maffia, de camorra, sporen ontdekte van een zogeheten goksyndicaat, dat men op de eerste tekenen van Calciopoli stuitte. Als gevolg daarvan werd de telefoon van Juventus-voorzitter Moggi afgetapt, en stapelde het bewijs zich op.

De omvang van het schandaal was enorm, omdat niet alleen Juventus, maar ook Milan, Fiorentina en Lazio erbij betrokken waren. Het resultaat is bekend. "Zonder het schandaal, zouden we de wereldtitel nooit gewonnen hebben," zei Gennaro Gattuso. Het was een prachtig gezicht op het WK van 2006. Het Italiaanse team als geoliede machine, zonder grote vedetten die zichzelf de hoofdrol wilden geven. Zij tegen de wereld. Spelers van AC Milan, Inter, Juventus, Roma, Palermo en Lazio die met het mes tussen de tanden een ongekende eenheid vormden.

Gekrenkt in hun trots, gekrast op hun ziel. Het leverde ze de wereldtitel op. Nu Italië wereldkampioen was, zou het van de gekken zijn om sommige van die helden in de lagere divisies te laten acteren. De minister van justitie, Clemente Mastella, was hier de grootste voorvechter van. "Hoe kunnen we Cannavaro en Del Piero in de Serie C laten spelen? Moeten we net zo zijn als de Britten, die in 1945 Churchill de deur wezen nadat hij de oorlog voor ze gewonnen had?" Het had effect. De originele straffen werden flink versoepeld. Slechts Juventus werd teruggestuurd naar de Serie B, de overige clubs kregen alleen een boete.

Frankrijk: Het Marseille schandaal

Dit was het grootste schandaal dat zich ooit in het Franse voetbal heeft voorgedaan. In 1993 was Olympique Marseille in Europa de gevierde club. Het had de sterren van AC Milaan in de finale van het eerste Champions League tournooi (de Europa Cup 1 nieuwe stijl) vernederd en de hoogste Europese beker voor het eerst naar Frankrijk genomen. Het toernooi had van Barthez, Deschamps en Desailly internationale sterren gemaakt, maar binnen een paar maanden tijd stond Marseille voor een bankroet en moest het uit de hoogste Franse divisie degraderen. De redenen daarvoor stonden los van de prestaties op het veld.

Bij het veroveren van de Franse titel had de flamboyante clubvoorzitter Bernard Tapie vóór het competitieduel tgen Valenciennes steekpenningen aangeboden aan de spelers van deze club. Olympique Marseille moest zijn titel inleveren, mocht zijn Champions League-titel niet meer verdedigen en werd teruggeplaatst naar de tweede divisie.

Veel Franse supporters beschouwden Jacques Glassman, de speler van Valenciennes die het schandaal in openbaarheid bracht, asl een verrader. Nadat hij de club had verlaten, wilde geen enkele Franse club hem nog contracteren. Daardoor speelde hij als een soort balling op Réunion, een klein eiland in de Indische Oceaan.

Voor Tapie was dit nog maar het begin van de problemen. Hij werd civielrechtelijk aangeklaagd en in 1997, na hoger beroep, veroordeeld wegens corruptie en intimidatie van getuigen. Ondanks zijn welbespraakte verklaringen van onschuld werd hij veroordeeld tot twee jaar cel, waarvan zestien maanden voorwaardelijk. Tapie gooide tijdens dit moeizame proces olie op het vuur door getuigen uit te schelden en dikwijls in discussie te gaan met rechter Bernard Langlade, die dreigde hem uit de rechtszaal te laten verwijderen.

14 maart 1995: Bernard Tapie verschijnt voor de rechtbank voor het omkoopschandaal tegen Valenciennes.
foto: Jacques Demarthon / AFP

De belangrijkste getuige was Olympique Marseille speler Jean-Jacques Eydelie, die beweerde dat Tapie hem als tussenpersoon had gebruikt om steekpenningen te overhandigen. Zijn carriere is nooit meer echt van de grond gekomen. Hij speelde nog voor Bastia, de Zwitserse clubs Sion en FC Zürich, en twee maanden bij het kleine Engelse Wallsall.

Na zijn vrijlating wist Tapie zich snel en op karateristieke wijze weer terug te knokken. Voor de club zelf verliep de weg terug een stuk moeizamer. Met Tapie weer aan het roer bereikte Olympique Marseille in 2004 de UEFA-Cupfinale, maar kon toch niet meer het niveau van een jaar of tien eerder bereiken.

In september 2005 kreeg Tapie min of meer revanche toen een Frans hof oordeelde dat de bank Credit Lyonnais hem had bezwendeld bij de verkoop van Adidas in zijn naam. Aangezien de bank eigendom van de staat was, moest de Franse belastinbetaler de rekening voor de schadeloosstelling betalen, een onbeschaamde 135 miljoen euro.

Spanje – Malta 12-1

Nadat het Nederlands elftal op het EK in 1980 in de groepsfase uitgeschakeld werd en het team zich een jaar later niet kwalificeerde voor het WK van 1982 snakten de Nederlandse supporters naar succes, bij voorkeur op een groot toernooi. Met een sterke selectie, bestaande uit onder meer een negentienjarige Van Basten en een twee jaar oudere Gullit, begon het Nederlands elftal in 1983 aan de kwalificatiereeks voor het EK van een jaar later in Frankrijk.

Kwalificatie: Nederland begon de kwalificatie slecht met een 1-1 gelijkspel tegen IJsland. In de volgende twee wedstrijden werden er wel overwinningen geboekt op Ierland (2-1) en Malta (6-0). De eerste ontmoeting met Spanje ging als gevolg van een penalty met 1-0 verloren, maar door alle returnwedstrijden te winnen eindigde Nederland op 13 december uiteindelijk toch met een totaal van dertien punten. Alleen Spanje kon Nederland de kwalificatie nog ontnemen, maar daarvoor moest de ploeg een paar dagen later met maar liefst elf doelpunten verschil van Malta winnen. De Nederlandse bondscoach Kees Rijvers geloofde niet dat dit zou gebeuren. Hij besloot de wedstrijd niet eens te kijken en ging die avond kaarten bij de buren.

Spanje – Malta: De wedstrijd begon met een doelpunt voor Spanje, maar in de 24ste minuut maakte Degiorgio namens Malta de 1-1. Aan het einde van de eerste helft leidde de Spaanse ploeg ‘slechts’ met 3-1, en leek er dus niets aan de hand voor Nederland. Na rust incasseerde Malta echter de ene na de andere tegentreffer. Tussen de 62ste en de 64ste minuut moest de Maltese doelman John Bonello maar liefst drie keer de bal uit het net vissen. Uiteindelijk scoorden de Spaanse spitsen Santillana en Ricón beide vier doelpunten en won Spanje de wedstrijd met 12 – 1 . Nederland en Spanje hadden nu allebei een doelsaldo van +16, maar omdat de Spanjaarden twee doelpunten meer hadden gescoord kwalificeerden zij zich voor het EK.

"30 jarig jubileum" van Spanje-Malta 12-1
foto: onbekend

De perfecte vriend: Na afloop van de kwalificatiereeks ontstonden er al snel geruchten over omkoping.  Anonieme bronnen meldden dat Malta na de verliespartij omgerekend ruim 700.000 euro ontvingen van de Spanjaarden. Met name doelman Bonello, die in de tweede helft negen doelpunten om zijn oren kreeg, werd gezien als bijzonder verdacht. De Maltese keeper heeft echter altijd ontkend dat er sprake was van een omkoopschandaal. "Al die boosaardige verhalen, het was allemaal gelogen. Mijn geweten is zuiver, ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Toen en nu", aldus Bonello in 2003. Drie jaar na dat interview speelde hij echter, tot ieders verrassing, de hoofdrol in een geestige reclame- campagne van het Nederlandse biermerk Amstel. Het filmpje toont Bonello die na de 12-1 verliespartij op een vliegveld in Spanje arriveert, waar de Spaanse voetbalsupporters hem uitgebreid toejuichen en uitroepen tot de ‘perfecte vriend’.

Omkoping: Ook na wedstrijden van Olympique Lyon tegen Dynamo Zagreb in 2011 werd er in de Nederlandse voetbalwereld weer gesproken over een mogelijk omkoopschandaal. Voorafgaand aan de laatste wedstrijd in de groepsfase van de Champions League had Ajax een voorsprong van drie punten en zeven doelpunten op het Franse Olympique Lyon. Maar nadat Ajax met 3 – 0 verloor van Real Madrid, won Olympique Lyon, dat al het hele seizoen moeite had met scoren, het uitduel tegen Dynamo Zagreb met maar liefst 1 – 7. Daarmee was Ajax tegen alle verwachtingen in toch uitgeschakeld. Wederom was het optreden van een doelman, ditmaal Ivan Kelava van Dynamo Zagreb, uiterst opvallend. Ook de knipoog van de Kroatische verdediger Domagoj Vida richting Lyon spits Bafétimbi Gomis na de 1-5 wordt door velen beschouwd als verdacht. "Dit stinkt als Spanje-Malta in 1983", aldus Bud Brocken, de oud-international die in 1983 deel uitmaakte van de selectie van het Nederlands elftal.

Bronnen en referenties
hpdetijd.nl, sporgeschiedenis.nl, NRC, catenaccio.nl, whinose.wordpress.com