(38) 1972: 31 mei EC 1 finale: Ajax – Inter Milaan 2-0

De internationale dubbel

De finale van de Europacup I van het seizoen 1971/72 werd gehouden op 31 mei 1972 in De Kuip in Rotterdam. Voor de tweede keer op rij en de derde keer in totaal haalde Ajax de finale. De Nederlandse titelverdediger nam het in eigen land op tegen het Italiaanse Internazionale. Uitblinker Johan Cruijff, die een hele wedstrijd lang geschaduwd werd door verdedigende midden- velder Gabriele Oriali, scoorde twee doelpunten en nam zo sportieve wraak voor de verloren finale van 1969 tegen Inters stadgenoot AC Milan. Net als de finale van 1967 tussen Celtic FC en Inter wordt de finale van 1972 beschouwd als een pleidooi voor aanvallend voetbal. De verdedigend ingestelde
Italianen waren de hele wedstrijd de onderliggende partij en hadden geen antwoord op het totaalvoetbal van Ajax. De wedstrijd wordt gezien als een van de hoogte-punten van het totaalvoetbal, dat in de jaren 70 wereldwijd bekend raakte door de prestaties van Ajax en het Nederlands voetbalelftal.

Het vertrek van Generaal Michels

Na de club uit de kelder van de eredivisie naar de top van het Europese voetbal te hebben gebracht, besloot trainer Rinus Michels dat het moment gekomen was om Ajax te verlaten. Hij vertrok naar FC Barcelona, waar men hunkerde naar iemand die de club het pad naar nieuwe glorietijden zou kunnen doen inslaan. Een deel van de spelersgroep begroette het vertrek van de bul Michels met opluchting, met name Keizer stak niet onder stoelen of banken blij te zijn om van de kadaverdiscipline van Michels verlost te zijn. Het was een miskenning van de belangrijke rol die Michels had gespeeld in het proces van professio- nalisering waar Ajax nu de vruchten van plukte.

Michels introduceerde in de hoogtijdagen van de antiautoritaire opvoeding in de jaren zestig de nummers. Extreem gezegd ontnam hij zijn spelers, voetbalprovo’s als Barry Hulshoff, Wim Suurbier en Johan Cruijff, hun identiteit. In Topclub Ajax zei Michels ooit: "Een speler heeft in een wedstrijd als mens niets te betekenen, helemaal niets, ja toch iets, hij is een nummer. Alles wat de mens Wimpie Suurbier meeneemt dat schadelijk is voor zijn voetbaltaak, moet hij eruit laten."

De beste nummer 11 die Ajax ooit heeft gehad, Piet Keizer, was te veel Amsterdammer en te veel kind van zijn tijd om zich te laten depersonaliseren. Dat leidde tot een ijzige relatie. In het seizoen dat Ajax de Europa Cup won spraken Michels en Keizer niet met elkaar, sterker, ze negeerden elkaar. Maar ze werkten dus wel met elkaar met als ultieme overwinning de Europa Cup in Londen in 1971. Keizer, die zo blij was toen hij kort na het winnen van de Europa Cup in 1971 in Londen hoorde dat Michels zou vertrekken bij Ajax dat hij ondanks een zware enkelblessure van dolle pret op de tafel heeft staan dansen.

Rinus Michels (links) met op de reservebank: Theo van Duijvenbode, Piet Keizer, Heinz Stuy en Bennie Muller
foto: onbekend

Keizer was er na beëindiging van zijn carrière van overtuigd dat Michels hem om zijn houding heeft teruggepakt in de rust van de finale Nederland-Duitsland in 1974. In plaats van Keizer moest René van de Kerkhof de geblesseerde Rob Rensenbrink vervangen, Keizer zag dat als een late afrekening.

Ondanks het feit dat de naar Barcelona vertrokken trainer Michels werd opgevolgd door de Roemeen Stefan Kovás, blijft Ajax nauwelijks te stoppen. Bij zijn komst naar Ajax, als opvolger van Michels, zegt de Roemeense trainer Kovács: "Ik wil van deze diamant een briljant maken." Na zijn eerste jaar bij de Amsterdamse club kan Kovács maar tot één conclusie komen: "Het is gelukt."

Op weg naar De Kuip

Het jaar nadat succescoach Michels was vertrokken leek aanvankelijk een lastig jaar te worden voor Ajax. Doordat Ajax in 1971 de cup met de grote oren had gewonnen mochten ze hun titel verdedigen.

In de eerste ronde van de Europa Cup 1 tegen Dynamo Dresden uit Oost-Duitsland werden de gasten in de eerste twintig minuten volledig overklast en mocht men blij zijn dat het maar 2-0 stond. In de resterende tijd werden door Ajax teveel kansen gemist om helemaal gerust naar Dresden af te reizen.

Maar het uitverkochte en druilerige Dynamo-stadion (32.000 toeschouwers) zag een professioneel spelend Ajax dat, met doelman Heinz Stuy in de hoofdrol, de thuisclub makkelijk op een doelpuntloze remise hield.

In de tweede ronde stuitte Ajax voor het eerst in haar Europa Cup-historie op een Franse club, Olympique Marseille, dat het Poolse Gornik Zabrze had uitgeschakeld. De Fransen hadden de hegemonie van Saint Etiënne (vier titels op rij) overgenomen en hadden de Europese topscorer (de Joegoslaaf Josip Skoblar) onder contract, die afgelopen seizoen 44 doelpunten had gemaakt. Er was een lichte euforie waar te nemen bij Olympique Marseille (‘De volgende ronde graag een tegenstander uit een iets warmer land dan Nederland’). Het stadion was stijf uitverkocht (50.000 man) en wie geen ticket had kon plaatsnemen in een enorme sporthal. Opgezweept door een uitzinnige massa (vuurpijlen, flessen en bierblikjes werden op het veld gegooid) leken de Fransen even voor een stunt te gaan zorgen (een gelukkig doelpunt in de 9e minuut) maar Piet Keizer (37e) en Johan Cruijff (57e) lieten zien dat zelfs een matig spelend Ajax te sterk was voor de Franse kampioen. In het Olympisch Stadion won Ajax na een 0-1 achterstand met duidelijke cijfers (4-1) en plaatste zich daarmee voor de kwartfinale.

Doordat kampioen Feyenoord ook de kwartfinale had bereikt was er een kans op een Europese Klassieker! Maar Feyenoord lootte het Portugese Benfica en Ajax de Engelse kampioen Arsenal. In de halve finale werd het weer geen Europese Klassieker want Benfica won met 5-1 van de Rotterdammers na een eerdere 1-0 nederlaag. Tegen The Gunners (de bijnaam van Arsenal) won Ajax thuis met 2-1, zij het moeizaam, de Londenaren schuwden harde tackles niet, vooral Johan Cruijff had het zwaar te verduren. Ook in Londen was dat zo, en Cruijff had 5 pijnstillende injecties nodig om te kunnen spelen.

De kansen voor Arsenal om de halve finale te bereiken van de Europa Cup-1 waren na de krappe 2-1 zege van Ajax nog niet verkeken. Ray Kennedy had al na een kwartier spelen de Engelsen op een 0-1 voorsprong gebracht maar Gerrie Mühren bracht de stand voor rust weer in evenwicht. Ajax ging in de tweede helft op zoek naar het tweede doelpunt en kreeg die in de schoot geworpen door de uiterst zwak leidende Griekse arbiter Leonidas Vamvakopoulos. Deze zag een waar theaterstukje van Dick van Dijk aan voor een straf- schop en weer was het Gerrie Mühren die raak schoot. De Engelsen mochten echter niet klagen want eerder in de wedstrijd had deze scheidsrechter een zuiver Amsterdams doelpunt niet gezien (de bal was een halve meter achter de doellijn geweest).

1972: Johan Cruijff in actie in de net 2-1 gewonnen kwartfinale tegen Arsenal
foto: Guus de Jong-ANP

Niet geheel gerust betrad Ajax op 22 maart 1973 het zeer slechte veld van Highbury. ‘Opjagen, hoge voorzetten en harde kopballen’ was het devies bij Arsenal want men rekende er op dat Ajax niet goed kon verdedigen. Maar uitgerekend in deze wedstrijd liet Ajax zien wel te kunnen verdedigen en ook dat het op vechtlust en karakter kon spelen. Al na 15 minuten zat Ajax op rozen toen een eigen doelpunt Arsenal op een 0-1 achterstand bracht. Wanhopige Engelse aanvallen volgden maar Ajax (met doelman Heinz Stuy weer in de hoofdrol) gaf geen krimp en zo zagen de 56.000 toeschouwers (waaronder 5.000 Ajax-fans) Arsenal voor het eerst in haar Europa Cup-historie een nederlaag leiden op eigen veld.

In de halve finale kwam Ajax een oude bekende tegen. Men moest weer tegen Benfica. Dit vonden de meeste Ajacieden niet erg, want anders had Ajax tegen FC Internazionale gemoeten, en hun extreem verdedigende catenaccio werd zowel gevreesd als verafschuwd. Thuis won Ajax met 1-0, door een doelpunt van Sjaak Swart. Het was een kopbal waarover hij achteraf zei: "Ik moest toch toevallig die kant uit".

Na afloop van de Europa Cup-kraker wist men zich geen raad met de uitslag. Oké, Ajax won met 1-0 en had de heilige ‘nul’ gehouden, maar had Feyenoord ook niet de eerste wedstrijd met dezelfde cijfers gewonnen? En waren die niet overklast in Lissabon? Maar aan de andere kant: Ajax had laten zien tegen Arsenal en Dynamo Dresden dat het ook uitstekend kon verdedigen. Maar ‘het vermoeidheidsprobleem’ kon de ijskast in toen Ajax het arme MVV van het veld speelde (8-0) en ten koste van Volendam (2-0) de KNVB-bekerfinale bereikte. Sterspeler Johan Cruijff was inmiddels uitgeroepen tot ‘Europees voetballer van het jaar’ en wilde dit nog wel even laten zien in de Klassieker tegen Feyenoord. Vier dagen voor de wedstrijd in Lissabon werd de enige concurrent voor de titel in eigen stadion vernederd door een bij vlagen fantastisch spelend Ajax (1-5). Ajax-coach Stefan Kovács wilde nog wel tweemaal terugkeren naar De Kuip: voor de KNVB-bekerfinale tegen FC Den Haag en de Europa Cup 1-finale!


Benfica-Ajax 0-0, doelman Heinz Stuy heeft ingegrepen tijdens een gevaarlijke doorbraak van Arthur Jorge. In het midden Hulshoff, terwijl Blankenburg het doel extra bewaakt.
foto: ANP

Dat het een zware dobber zou worden in Portugal stond al bij voorbaat vast maar de Ajacieden werden met open armen ontvangen. Feyenoord had het een maand geleden anders meegemaakt. Enkele opmerkingen van Feyenoord-trainer Ernst Happel over de Benfica-spelers ("Ze kunnen niet lezen en schrijven") en het in de Portugese ogen slechte ontvangst in Rotterdam, hadden voor een ‘oorlogsstemming’ gezorgd. Ajax had geleerd van de ‘Rotterdamse lessen’ en had Benfica in Amsterdam met alle egards ontvangen en begeleid. En waar Feyenoord in Estadio da Luz liefst vijf doelpunten om de oren had gekregen, daar hield Ajax de broodnodige ‘nul’ met wederom doelman Heinz Stuy als uitblinker’. Eigenlijk hadden de Amsterdammers moeten winnen want een glaszuiver doelpunt van Johan Neeskens na vier minuten werd om onbegrijpelijke redenen afgekeurd. Even leek het in de slotfase nog verkeerd te gaan toen heel Benfica een strafschop claimde (vermeend handsgeval van Horst Blankenburg) maar de Engelse arbiter Norman Burtenshaw bleef stoïcijns onder de vele op het veld gegooide flessen en kussentjes. Iedereen (inclusief de Portugese pers en Benfica-trainer James Hagan) was het er na afloop over eens dat Ajax verdiend naar de finale was gegaan.

Eerste ronde: Ajax Dynamo Dresden 2-0 Swart, Keizer
Eerste ronde: Dynamo Dresden Ajax 0-0
Tweede ronde: Olympique Marseille Ajax 1-2 Keizer, Cruijff
Tweede ronde: Ajax Olympique Marseille 4-1 Cruijff (2x), Swart, Haan
Kwartfinale: Ajax Arsenal 2-1 Mürhen(2x)
Kwartfinale: Arsenal Ajax 0-1 Graham e.d.
Halve finale: Ajax Benfica 1-0 Swart
Halve finale: Benfica Ajax 0-0

De voorbereiding

Aan de vooravond van de Europa Cup-finale tegen Inter Milan werkt Ajax een merkwaardige oefenwedstrijd af. Met tegenstander Beerschot is afgesproken dat er risicovrij wordt gespeeld, om de kans op blessures zo klein mogelijk te houden. Op één speler na, Emmerich, houdt iedereen zich aan die afspraak. De Duitser weet dat er op de tribunes een delegatie van FC Metz zit en gaat voluit. Ajax-spelers wijzen de Belgische scheidsrechter Schaut op het agressieve spel van Emmerich, dat zijn gang mag blijven gaan. De vlam slaat in de pan als Emmerich vanuit een indirecte vrije trap Beerschot op 2-2 zet. Ajax-doelman Stuy ziet de opgestoken hand van Schaut en laat de bal lopen. Doelpunt zegt Schaut en alle Ajacieden zijn woedend. Ajax dreigt van het veld te lopen, maar uiteindelijk weigert alleen Keizer verder te spelen. Hij geeft de aanvoerdersband aan Cruijff, de Europees voetballer van het jaar, die zich vier dagen later in Rotterdam presenteert als een wereldtopper.

De tegenstander

Tegenstander in de finale was Inter Milan dat op een ‘gluiperige’ manier in de eindstrijd was terechtgekomen. In de tweede ronde verloren de Italianen met liefst 7-1 van Borussia Mönchengladbach maar werd sterspeler Roberto Boninsegna bij een 2-1 stand door een vanuit het publiek geworpen leeg (!) bierblikje getroffen en stortte zich ter aarde. Inter Milan protesteerde tegen de uitslag en kreeg het voor elkaar dat de wedstrijd ongeldig werd verklaard door de UEFA. Na de 4-2 thuiswinst werd vervolgens in Berlijn op Italiaanse wijze met 0-0 gelijkgespeeld. In de kwartfinale tegen Standard Luik bracht een ‘uitgoal’ uitkomst (1-0 winst, 2-1 verlies) en in de halve finale tegen Celtic zelfs straf- schoppen, na tweemaal 0-0 te hebben gespeeld.

1972 Ajax Internationale: Arie Haan omringd door Italiaanse verdedigers.
foto: onbekend

De finale in de ‘Amsterdamse’ Kuip

De finale, in de nu ‘Amsterdamse Kuip’, was voor Ajax de laatste officiële wedstrijd van het seizoen. Het kampioenschap was al behaald en werd de competitie afgesloten met een monsterzege op het al gedegradeerde Vitesse met 12-1 (o.a. vier doelpunten van Johan Cruijff, drie van Johan Neeskens en drie van de afscheidnemende Dick van Dijk). Ajax had in de competitie slechts 1 nederlaag geleden (Go Ahead Eagles met 3-2) en had maar 5 verliespunten moeten incasseren! Ook de KNVB-beker was gewonnen ten koste van FC Den Haag (3-2) en nu wilde Ajax de trilogie voltooien, iets wat alleen het Schotse Celtic eerder had gepresteerd in 1967.

In de bomvolle Kuip, waaronder zo’n 15.000 Italianen, legt Ajax de Milanezen voort- durend de wil op. Het is de omgekeerde wereld in vergelijking met de finale in 1969, toen Ajax in Madrid werd overklast door die andere club uit Milan, AC. Destijds klaagde Ajax over de hardheid van de Italianen maar in Rotterdam blijven de gevreesde tackles uit.

Inter Milan lijkt zich al op voorhand te hebben neergelegd bij de superioriteit van Ajax. Het is alsof Ajax tegen Inter met een man meer speelt. Steeds duikt er een extra speler in de aanval op. De vleugelverdedigers Suurbier en Krol dienen zich aan de zijkanten aan als dreigende aanvallers. De jonge mandekker Gabriele Oriali heeft de ondankbare taak om Johan Cruyff te stoppen. Het is een kansloze missie. In de verdediging wordt door Barry Hulshoff aan de zijde van Horst Blankenburg – die Velibor Vasovic was opgevolgd – opnieuw niets weggegeven door het centrale verdedigingsduo.

De strateeg Mazzola wordt aan banden gelegd door Neeskens, de onstuimige breker die ruim een week voor de finale zijn splinternieuwe okergele Alfa Romeo in puin rijdt. Mazzola mist op het middenveld zijn maatje Corso, die in het duel Borussia Mönchen- gladbach-Inter Milan door de Nederlandse scheidsrechter Dorpmans uit het veld wordt gestuurd en een schorsing tot 1 januari 1973 moet uitzitten.

Johan Cruijff scoort het openingsdoelpunt van de Europacup I finale, na een misverstand in de Italiaanse defensie. vlnr Sjaak Swart, keeper Bordon en Johan Cruijff.
foto: Onbekend/Spaarnestad

Inter Milan stond er bij en keek er naar maar kon toch nog ongeschonden de rust halen. Maar na drie minuten in de tweede helft werd de ban gebroken en kwam de verdiende voorsprong voor Ajax. Na een grote fout in de Inter-verdediging (doelman Ivano Bordon en Gabriele Oriali liepen elkaar in de weg) kon Johan Cruijff de bal simpel over de doellijn werken (1-0). Twaalf minuten voor tijd viel de definitieve beslissing in deze Ajax-show. Johan Cruijff kopte raak tussen diverse verdedigers in (2-0).

Johan Cruijff met Sjaak Swart (8) in zijn rug kopt de beslissende 2-0 in.
foto: ANP

Na Real Madrid, Benfica en Inter Milan was Ajax de vierde club in de historie die als bekerhouder tweemaal achtereen de Europa Cup 1 won. Met deze overwinning op Inter had Ajax voor een uniek feit gezorgd. Ajax had namelijk de landstitel en de nationale beker al gewonnen, en dat betekent dus dat Ajax, samen met Celtic, de enige clubs waren die de "treble" hadden gewonnen: landskampioenschap, beker en Europacup 1 in 1 jaar. Bovendien zou ook nog eens de werelbeker worden gewonnen. Nadat het in de heen- wedstrijd de schade beperkt heeft gehouden tegen het keiharde Independiente (1-1), maakt Ajax het karwei tegen de Argentijnen in eigen huis af (3-0). 

Johan Neeskens in duel met keeper Ivano Bordon en een toekijkende Giacinto Facchetti.
foto: onbekend

Na afloop van de finale gingen de Ajaxieden in Amsterdam, met de gewonnen Europacup, nog even de bloemetjes buiten zetten, zonder iemand als verantwoordelijke aan te wijzen voor het beheer van de gewonnen beker met het gevolg dat deze in een café achterbleef. Gelukkig was de café-eigenaar zo vriendelijk te politie in te lichten zodat Piet Keizer de "verloren" trofee de volgende ochtend op het politiebureau kon ophalen.

Wedstrijdgegevens:
31 mei 1972
Ajax – Internazionale 2-0
Doelpunten: Johan Cruijff (47′, 78′)
De Kuip, Rotterdam
Toeschouwers: 61 354
Scheidsrechter: Robert Héliès (Frankrijk)

Ajax;
Heinz Stuy, Wim Suurbier, Horst Blankenburg, Barry Hulshoff, Ruud Krol, Johan Neeskens, Arie Haan, Gerrie Mürhren, Sjaak Swart, Johan Cruijff, Piet Keizer.
Trainer: Stefan Kovács

Internazionale:
Ivano Bordon, Tarcisio Burgnich, Giacinto Facchetti, Mario Giubertoni, (13′ Mario Bertini), Gabriele Oriali, Mauro Bellugi, Mario Frustalupi, Sandro Mazzola, Gianfranco Bedin, Roberto Boninsegna, Jair da Costa, (56′ Stefano Pelizzaro).
Trainer Giovanni Invernizzi

Stefan Kovács

Welke trainer was met Ajax het meest succesvol ? Grote kans dat je al gauw denkt aan Rinus Michels. De Generaal won er echter slechts één Europacup, in 1971. De finales van 1972 en 1973 werden ook door Ajax gewonnen, maar met een andere trainer op de bank. Met twee eindzeges in de belangrijkste clubcompetitie in het voetbal staat deze trainer op gelijke hoogte met namen als José Mourinho, Pep Guardiola en Ernst Happel. En toch doet de naam Stefan Kovács bij veel mensen geen belletje rinkelen. Wie was deze Roemeen?

Een stuk over Kovács’ tijd bij Ajax schrijven is heel lastig zonder uit te weiden over het werk van zijn voorganger. In januari 1965 verlaat Rinus Michels de amateurs van JOS om hoofdcoach van Ajax te kunnen worden. De selectie van de Amsterdammers bestaat dan nog uit semi-profs en de club verkeert in degradatienood. Michels behoudt de club in dat eerste halve seizoen voor de Eredivisie en begint de club te professionaliseren. De club gaat over op een full-profsysteem. Daarnaast is Michels als trainer zijn tijd ver vooruit. Hij introduceert nieuwe oefenstof, geeft de spelers klassikaal tactische les en vervangt de gehele achterhoede, het middenveld en de doelman. Jaar-in-jaar-uit wordt de ploeg beter en worden er ook meer hulptrainers (zoals een psycholoog en een looptrainer) bij het eerste elftal gehaald. Nadat in 1969 nog de finale verloren wordt van AC Milan wint Ajax in 1971 op Wembley de eerste Europa Cup I in de geschiedenis van de club. Michels maakt kort hierna bekend te zullen vertrekken.

Het bestuur stelt een lijst met vijftien mogelijke opvolgers op. Eén van de eersten die benaderd wordt is Velibor Vasovic. De aanvoerder is in de zomer gestopt als voetballer en het bestuur ziet in hem een mooie natuurlijke opvolger van Michels. De Joegoslaaf weigert omdat hij denkt niet genoeg overwicht te hebben op de spelers met wie hij jaren heeft gespeeld. Na veel namen te hebben doorgestreept heeft het bestuur nog twee kandidaten over. De Duitser Hennes Weisweiler en de Roemeen Stefan Kovács. De Duitser lijkt in zijn aanpak te veel op Michels, wat het bestuur doet besluiten voor Kovács te kiezen. Hij heeft het goed gedaan bij Steaua Boekarest, maar zijn aanstelling komt wel als een verrassing. In de Europa Cup I heeft hij bijvoorbeeld nog maar twee wedstrijden gecoacht op het moment van zijn aanstelling. Omdat de Roemeense competitie ook door bijna niemand in Nederland intensief wordt gevolgd is de nieuwe coach van Ajax vooral een groot vraag- teken voor supporters en journalisten.

Tot op de dag van vandaag is het niet zeker waarom Kovács nou precies is aangesteld. De één stelt dat van Ajax’ voorzitter Jaap van Praag ‘waarschijnlijk hele goede adviseurs heeft gehad’, de ander heeft het over een gezonde portie mazzel.

Ajax-Haarlem 3-0. Jan Mulder op de reservebank met trainer Bob Haarms en coach Stefan Kovacs (links).
foto: ANP

Je zou kunnen denken dat Stefan Kovács in een door Michels zorgvuldig gespreid bedje terecht komt. De beste spelersgroep van Europa, spelend op de toppen van zijn kunnen en blakend van het zelfvertrouwen. Volgens aanvoerder Vasovic kan Ajax echter nog wel wat stapjes maken op voetballend gebied. Hij stelt in het boek De Ajacieden van Maarten de Vos uit 1971 dat Ajax’ spelers nog te veel als robots spelen en de ploeg dus te veel als een machine opereert. Dit is volgens Michels goed: je moet als je aan het voetballen bent niet denken, maar doen.

Het contrast in stijl tussen de twee is groot. Michels heeft niet voor niets bijnamen als De Generaal en De Bul. Hij staat als oefenmeester mijlenver boven de groep en onderhoudt met de spelers een zuiver zakelijke en zelfs afstandelijke relatie. Kovács is meer van een menselijker aanpak en legt de regie meer in handen bij de spelers. Trainingen worden minder zwaar, de wedstrijdbespreking minder uitgebreid en er mag meer gelachen worden. Ajax gaat (als gevolg hiervan?) een stuk beter voetbal spelen en begint voortvarend aan de competitie.

In het voetbal geldt de ongeschreven regel dat een coach die vaak wint meestal geen problemen heeft, maar dit gaat niet op voor Kovács. In april 1972 wordt hij op het matje geroepen door het bestuur van Ajax. De discipline is volgens hen gezakt naar een onaanvaardbaar laag peil en dient aangehaald te worden. Kovács is hier niet van gediend en denkt met zijn werkwijze de juiste snaar te hebben geraakt bij zijn spelersgroep.

Het gaat hier immers om volwassenen met een eigen verantwoordelijkheid en niet om kinderen. Hij heeft het gelijk op het veld in ieder geval aan zijn zijde. Want Ajax speelt goed. Heel goed. In het eerste jaar onder de Roemeen wint Ajax letterlijk alles wat er te winnen valt: de competitie, de beker, de Europa Cup I, de wereldbeker en de Europese supercup. Hiermee is Kovács verreweg de best debuterende coach uit de clubgeschiedenis. Het volgende seizoen is iets minder, maar nog steeds heel erg goed. Wederom een landstitel en een Europese supercup. Ook wordt in Belgrado de finale van de Europa Cup I gewonnen van Juventus, waardoor Ajax op dat moment samen met Real Madrid de enige club is die dat toernooi drie keer op rij wint. Het regent sowieso records in die twee
seizoenen.

Keeper Heinz Stuy weet 1082 minuten op rij zijn doel schoon te houden, een record wat in 2005 pas door PSV uit de boeken wordt gekeept. Ook het huidige puntenrecord in de Eredivisie (93, omgerekend naar drie punten per overwinning) is van het Ajax van 1971/1972. In beide Kovács-seizoenen behaalt Ajax 30 overwinningen, wat daarna nooit meer een ploeg gelukt is.

Na twee seizoenen nam Kovács afscheid en kreeg de trainer, die altijd op de fiets kwam, een Renault 15TL van de selectie. Zowel het bestuur van Ajax als Kovács zelf wilden graag een langere verbintenis aangaan, maar het streng communistische Roemeense bewind stond een langer verblijf in het buitenland niet toe (althans in de versie die Ajax naar buiten bracht, dit was bezijden de waarheid. Kovács had één jaar langer dispensatie gekregen van de Roemeense dictator Ceaucescu.)

Kovács werd in de zomer van 1973 opgevolgd door de Nederlander George Knobel.

Door het vertrek van sterspeler Johan Cruijff en de met blessures kampende andere dragende spelers werd het trainerschap van George Knobel bij Ajax geen succes. Na een interview waarin hij liet weten dat "Ajax ten onder gaat aan drank en vrouwen" werd hij na een gesprek van vijf minuten ontslagen.

Bronnen en referenties
nieuwsdossier.nl, Groene Amsterdammer, voetbalhistorie.net, home.concept.nl, wijzijnvoetbal.nl, cesc.nl, Trouw, ajaxfeiten.nl