(4) 1937. Beb Bakhuys “1e” Nederlandse profvoetballer

L’affaire Bakwie

Elisa Hendrik (Beb) Bakhuys (Pekalongan, 16 april 1909 – Den Haag, 7 juli 1982) was een Nederlandse voetballer die in de jaren dertig een hoofdrol speelde bij de successen van het Nederlands elftal. Bakhuys wordt ook beschouwds als de eerste Nederlandse profvoetballer, hoewel dit met diverse horten en stoten gepaard ging en vaak via omwegen.

In zijn jeugdjaren speelde Bakhuys voor het Haagse Quick, waar ook zijn beide oudere broers lid van waren, HBS, het Zwolse ZAC en keerde in 1924 weer terug in Den Haag bij HBS. Op gezag van zijn voogd werd Bakhuys in september 1926 weer naar Overijssel gestuurd. Naast het feit dat Beb daar zijn vervolgopleiding zou gaan volgen werd Haagse voetbalroem ook niet pedagogisch verantwoord geacht. Bakhuys speelde na zijn verhuizing onder een schuilnaam ook wel eens mee bij Old Forward uit het Drentse Frederiksoord alwaar hij de Tuinbouwschool bezocht. Lid van deze club is hij echter nooit geweest.

Bakhuys pakte na de zomer van 1926 de draad weer op en kwam de eerstkomende 3,5 jaar wederom uit voor Z.A.C. Hij stuwde Zwolles oudste club op tot grote hoogten en werd in 1927/28 met de Zwollenaren zelfs kampioen van het oosten. Na nog een half seizoen bij Z.A.C. te hebben gespeeld vertrok hij begin 1930 naar Nederlands-Indië Hij vestigde zich in Soerabaja en werd lid van THOR.

Beb Bakhuys middelpunt in de kleedkamer
foto: onbekend/ You Tube

Affaire-Bakhuys

Na omzwervingen keerde Bakhuys jaren 30 weer terug naar Zwolle en Z.A.C, waar hij een succesvolle periode doormaakte. Desondanks vroeg Bakhuys op 2 augustus 1934 overschrijving op korte termijn aan naar HBS. De geruchten dat dit zou gebeuren begonnen reeds in januari 1934 de kop op te steken. In de zomer van 1934 stonden de kranten vol met berichten over waar Bakhuys het volgende seizoen zou spelen.

Wat de ene dag werd bevestigd werd de volgende dag weer ontkend. Het bestuur van de KNVB besloot echter al in zijn vergadering van 22 augustus 1934 geen toestemming te verlenen voor een verkorte overschrijvingstermijn nu het volgens de bond voor Bakhuys niet noodzakelijk was om voor zijn werk te verhuizen. Als Bakhuys dan ook bij HBS wilde voetballen gold voor hem de normale wachttijd van een jaar. Na enige aarzeling besloot Bakhuys dat een jaar lang niet voetballen ook geen optie was en hij bleef dan ook maar, zij het met tegenzin, bij Z.A.C. Bakhuys speelde in 1934/35 in nog maar de helft van de competitiewedstrijden mee. Hij trof hierin nog wel 10 maal doel. Hij trok zijn verzoek tot overschrijving echter niet in en een jaar later dan gepland keerde hij in 1935 terug naar HBS.

Beb Bakhuys in het shirt van het Zwolse ZAC.
foto: onbekend

Het eerste, maar zeker niet laatste, conflict met de KNVB

Het had weinig gescheeld of Bakhuys had helemaal niet meer mogen voetballen. Het bestuur van de KNVB wijdde in zijn vergadering op 27 oktober 1934 een serieuze en lange discussie aan de vraag of Bakhuys in verband met mogelijke overtreding van de amateurbepalingen zou moeten worden geroyeerd als bondslid en zo nee, of hij dan nog wel langer in het Nederlands elftal opgesteld zou mogen worden gezien Bakhuys’, aldus enige van de bondsbestuurders, twijfelachtige moraliteit. Karel Lotsy maakte zich sterk voor Bakhuys en was van mening dat het bij ZAC aan voldoende leiding had gemankeerd en dat Bakhuys daardoor enige discutabele acties had ondernomen. Nu Bakhuys, aldus Lotsy, door het voetbal enigszins was afgegleden, zou hij via het voetbal ook weer omhoog moeten worden gebracht. Uiteindelijk gebeurde er niets en kon Bakhuys verder met voetballen.

Opvallend waren de berichten die rond april 1937 in de kranten verschenen dat Bakhuys het komende seizoen voor de Venlose tweedeklasser VVV zou gaan spelen. Hoewel Bakhuys enige vriendschappelijke wedstrijden voor VVV heeft gespeeld, is het nooit tot een daadwerkelijke overschrijving gekomen.

Beb Bakhuys in het midden bezig met de voorbereiding op een wedstrijd.
foto: onbekend

VVV en Venlo

Reeds voordat Bakhuys begon met voetballen voor VVV was hij in Venlo een sigarenzaak begonnen. Deze sigarenzaak werd hem door een comité uit de Venlose bevolking ter beschikking gesteld. Bakhuys werd op maandagavond 5 april als een ware voetbalkoning in Venlo ingehaald. Bakhuys en zijn vrouw werden in een open landauer door de stad gereden, vergezeld door twee als page verklede jongens, die Bakhuys de sleutels van de stad en van zijn sigarenzaak aanboden. De toeloop was zo groot dat er zelfs verkeerspolitie nodig was om de doorstroming van het verkeer te garanderen. Door deze in de pers breed uitgemeten wijze van ontvangst kwam de overgang van Bakhuys in de schijnwerpers te staan.

Toen hij dan ook een paar dagen later een officieel verzoek tot overschrijving op korte termijn indiende was er weinig vertrouwen bij de KNVB in de juistheid van de overgang. Alvorens te beslissen over de vraag of er aan het verzoek kon worden voldaan werd er op de bestuursvergadering van 5 juni 1937 besloten een onderzoekscommissie in het leven te roepen die belast was met het onderzoek naar de door Bakhuys aangevoerde motieven ter verkrijging van overschrijving op korte termijn. Het ging er niet om te bepalen of Bakhuys de amateurbepalingen had overtreden, maar louter om de vraag of Bakhuys een jaar moest wachten om bij V.V.V. te kunnen spelen of dat hij reeds per september 1937 voor de Limburgers zou mogen uitkomen.

Beb Bakhuys in zijn sigarenzaak
foto: onbekend

Bakhuys en het Franse avontuur: Stade de Reims, Racing Club de Paris of FC Metz ?

Prof bij Stade de Reims

Het rapport hierover is nooit openbaar gemaakt, maar was feitelijk ook niet meer van belang toen Bakhuys op 30 juli 1937 te Parijs een contract tekende bij de Franse profclub Stade de Reims. Op de KNVB bestuursvergadering van 26 augustus 1937 in het Oranje Hotel te Nijmegen ging het bij de behandeling van punt 8: “Het plaatsen van den speler E.H.Bakhuys in de beroepsklasse” dan ook niet over eventuele ongerechtigdheden bij de overgang naar V.V.V. maar alleen over het contract bij Stade de Reims. Met zeven stemmen voor en een onthouding werd Bakhuys op de beroepslijst geplaatst. Hierdoor mocht hij in Nederland minimaal een jaar niet meer in clubverband uitkomen.

Maar VVV probeert Bakhuys te houden

Bakhuys had zijn sigarenzaak in Venlo niet gekregen omdat hij zo’n goede sigaren- winkelier zou zijn. De voorzitter van V.V.V., J.W.A.van Daalen, ontmoette Bakhuys op 17 maart 1937 bij de avondwedstrijd Zwaluwen – Rode Duivels waar Bakhuys als toeschouwer aanwezig was. Hij maakte een vervolgafspraak met Bakhuys waarop deze hem vertelde er financieel niet zo florissant bij te staan, zozeer zelfs dat hij medailles en het huwelijkscadeau van de KNVB naar de “Bank van Leening” had moeten brengen. Van Daalen zou Bakhuys hebben gevraagd om eens mee te doen in het Limburgs elftal waarop Bakhuys van Daalen zou hebben gevraagd of deze soms voor hem iets te verdienen wist in Venlo. Niet als handelsreiziger of op kantoor maar in een winkel zoals de sigarenzaak in Den Haag leek Bakhuys wel wat. Een Venlo’s burgercomité bracht fl 2.200,- bijeen waaruit inrichting en inventaris werden betaald. Bakhuys zou volgens Van Daalen verder geen geld krijgen maar moest zichzelf bedruipen met de inkomsten uit de sigarenzaak. Per 1 mei 1937 begon Bakhuys de sigarenzaak en per 15 oktober werd hem bij deurwaardersexploot de huur opgezegd wegens huurachterstand.

V.V.V. was er ook na de plaatsing van Bakhuys op de beroepslijst van alles aan gelegen om Bakhuys in Venlo te houden. Op 20 augustus 1937 ging Bakhuys met twee bestuursleden van V.V.V naar Reims in een poging om van het contract af te komen. Niet veel later keerde het gezelschap onverrichter zake terug. Toen Bakhuys nog weer een paar dagen later op de beroepslijst werd geplaatst werd eerst bedacht om Bakhuys als trainer van V.V.V. te laten optreden. Het nadeel daarvan was dat Bakhuys dan nog steeds geld aan het voetbal zou verdienen en dus niet van de beroepslijst af zou komen.

Voor Bakhuys was er na het Venlose avontuur nog lang geen einde gekomen aan de moeilijkheden.

1936 België Nederland 1-1, Bakhuys (zittend midden) scoort de 0-1
foto: onbekend/Het Leven Spaarnestad Photo

L’affaire Bakwie

Tussen alle beslommeringen bij V.V.V. door namelijk had Bakhuys zoals vermeld op 30 juli een contract getekend bij Stade de Reims. Eind juli 1937 was Bakhuys op uitnodiging van Stade de Reims een week in Parijs en Reims waar hij samen met zijn vrouw onder andere de Wereldtentoonstelling van 1937 bezocht. Bakhuys hield nog een tijd vol dat hij van niets wist en dat hij wel een aanbieding had gehad maar niks had getekend. Stukje bij beetje kwam echter de waarheid boven tafel. Bakhuys kreeg spijt van het zetten van zijn handtekening en probeerde al snel van de overeenkomst af te komen. Vanuit Nederland lukte dat niet. Stade de Reims sommeerde Bakhuys om uiterlijk 20 augustus in Reims te zijn, zoals het contract bepaalde, bij gebreke waarvan Bakhuys zou worden aangeklaagd wegens contractbreuk. Hierop reisde Bakhuys op 20 augustus samen met twee bestuursleden van V.V.V af naar Reims zonder hier tot een oplossing te geraken.

Een paar dagen daarna werd Bakhuys tot beroepsspeler verklaard. Ondertussen verscheen eind augustus in l’Auto het bericht dat Stade De Reims Bakhuys zou hebben doorverkocht aan Racing Club de Paris. Bakhuys wilde echter kennelijk liever niet naar Frankrijk en was naar eigen zeggen bereid om een jaar voetballoos in Nederland te blijven om na dat jaar weer van de beroepslijst afgehaald te worden en weer te kunnen voetballen. Het kan ook zijn dat Bakhuys simpelweg een beter bod had gekregen van FC Metz en dat hij daarom niet naar Reims wilde, zoals werd geschreven in l’Auto van 8 september 1937. Metz begon rond deze tijd steeds vaker in de krantenkolommen over Bakhuys op te duiken.

Bakhuys wordt onthaald bij VVV
foto: onbekend/VVV Venlo

Stade de Reims, Racing Club de Paris of FC Metz ?

De overeenkomst tussen Bakhuys en Reims was niet helemaal in de haak. In feite was er sprake van twee overeenkomsten. Een die aan de salarisregels van de Franse voetbalbond voldeed en nog een die voorzag in een wel bijzonder royale onkostenvergoeding. Reims had inmiddels echter zodanig tabak van Bakhuys dat het de door Bakhuys getekende overeenkomsten zelfs aan het Franse sportblad l’ Auto ter publicatie had gegeven ook al betekende dat, dat de Franse Voetbalbond bewijs van overtreding van de regels door Reims zelf zou krijgen. Weinig verrassend werd hierop een onderzoek ingesteld door de voetbalbond.

Op 2 oktober verscheen in verschillende kranten het bericht dat Bakhuys definitief bij Metz had getekend. Op 10 oktober trok Reims haar klacht tegen Bakhuys in en werd afgesproken dat Metz ter compensatie een vriendschappelijke wedstrijd tegen Reims zou komen spelen.

Op 25 oktober viel het besluit dat Bakhuys nog dat seizoen voor FC Metz zou mogen spelen. Omdat hij echter tegelijkertijd bij twee verschillende clubs onder contract had gestaan, mocht hij pas vanaf 31 december in officiële wedstrijden uitkomen en pas het volgende seizoen mocht hij deelnemen aan bekerwedstrijden.

Hiermee was het echter nog niet klaar voor de betrokken verenigingen. Op 27 oktober publiceerde l’Auto dat zowel Reims als Metz boetes moesten betalen aan de Franse bond. De afgesproken vriendschappelijke wedstrijd tussen Metz en Reims werd verboden. De voorzitter van Metz bleek op 21 september een brief aan Bakhuys te hebben gezonden waarin hij deze verzekerde dat hij bij een keuze voor Metz geen moeilijkheden van Stade de Reims zou ondervinden.

Naar Racing Club de Paris werd nog nader onderzoek gedaan, nu bekend was geworden dat deze vereniging een deel van de reis- en verblijfkosten van Bakhuys voor zijn trip van eind juli voor haar rekening had genomen. Eveneens bleek dat Reims reeds op 22 juli Bakhuys aan verschilende verenigingen had aangeboden, zelfs nog voordat Bakhuys in Reims was aangekomen. Reims kon Bakhuys in feite niet betalen en wilde hem gebruiken als handelswaar.

Racing Club de Paris betaalde een gedeelte van de verblijfskosten als een soort optie op Bakhuys, kocht later Bakhuys ook daadwerkelijk voor waarschijnlijk 140.000,- Franse Frank, zonder diens medeweten, en uiteindelijk ging Metz met Bakhuys aan de haal.

Beb Bakhuys in 1935.
foto: Wikipedia

Frankrijk

In afwachting van zijn eerste officiële wedstrijd speelde Bakhuys bijna elke week ofwel bij de reserves ofwel in vriendschappelijke wedstrijden van het eerste elftal. De kunst van het doelpunten maken bleek hij hierbij niet verleerd. Op 2 januari 1938 maakte Bakhuys zijn competitiedebuut thuis tegen Olympique Lillois. De wedstrijd werd met 1-3 verloren en gaf, zoals ongeveer alles wat Bakhuys in 1937 ondernam, aanleiding tot ophef.

Metz stelde een onderzoek in naar het optreden van de Tsjechische teamgenoot van Bakhuys, linksbinnen Karl Hès. Deze zou uit teleurstelling dat hem geen opslag was verleend hebben aangekondigd er voor te zorgen dat Bakhuys zich niet als ster zou kunnen ontpoppen. Hès werd volgens de Nederlandse kranten in ieder geval geschorst voor de bekerwedstrijd van de volgende week. In werkelijkheid deed hij gewoon mee.

Waar Bakhuys was waren geruchten nooit ver weg. Medio maart verschenen er berichten in de kranten dat er onenigheid zou zijn tussen Bakhuys en Metz. Eind maart verschenen er zelfs berichten in de kranten dat Bakhuys zijn contract zou hebben verbroken en in Venlo zijn diensten als trainer zou hebben aangeboden. Dit aanbod zou door V.V.V. zijn afgeslagen. Het waarheidsgehalte hiervan is echter twijfelachtig nu Bakhuys gewoon bleef spelen in Frankrijk en eind mei ook zijn contract met een jaar verlengde.

Oorlog en einde carrière

In september 1939 verbrak Metz het contract met Bakhuys in verband met de mobilisatie. In de nazomer van 1941 heeft Bakhuys nog even in de Zwolse bedrijfscompetitie bij ‘Tilia’ gespeeld, het elftal van zijn werkgever drukkerij Tijl. In de lente van 1942 speelde hij een paar wedstrijden voor TuRa 99 uit Leipzig, waar hij een tijd tewerkgesteld was. Vanaf 1942/43 speelde Bakhuys weer voor Metz, dat in verband met de annexatie van Lotharingen in het Derde Rijk hernoemd was in FV Metz. Zowel in 1942/43 als in 1943/44 werd Metz tweede achter FV 03 Saarbrücken. In 1944/45 kon er van voetbal geen sprake meer zijn. Na de oorlog speelde Bakhuys nog een jaar in Frankrijk. Zijn voetbalcarrière beëindigde hij bij Metz in 1946.

Beb Bakhuys in actie voor Metz 1938
foto: YouTube

De allereerste Nederlands profvoetballer: Gerrit Visser

Oud-international Gerrit Visser uit Nieuwendam was Nederlands eerste profvoetballer. In februari 1926 debuteerde hij voor Bethlehem Steel F.C. in het Amerikaanse profvoetbal. Ook was hij Nederlands eerste voetballer in een buitenlandse bekerfinale.

Beb Bakhuys werd lange tijd beschouwd als de eerste Nederlandse profvoetballer, daarna werd dat de Ajacied Gerrit Keizer, maar nu blijkt dat toch weer een andere Gerrit te zijn. Gerrit Visser tekende namelijk in 1926 bij de Bethlehem Steel F.C. (Verenigde Staten) een profcontract. Dat was vier jaar voordat Keizer dat deed bij het Engelse Arsenal en maar liefst 12 jaar voordat Beb Bakhuys op professionele basis voor F.C. Metz ging spelen.

Visser is geboren in Nieuwendam op 2 februari 1903. Hij speelde voor Stormvogels en kwam zeven keer uit voor het Nederlands Elftal. Bij drie van die duels ging het om oefenduels. De overige wedstrijden vonden plaats op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs. Visser wist eenmaal te scoren voor het Nederlands Elftal, en wel op 27 april 1924 in een vriendschappelijke wedstrijd tegen België.

foto: Nationaal Archief

Het Nederlands elftal voor de interland België – Nederland (1-1), gespeeld op 27 april 1924 op het Beerschot-terrein te Antwerpen. Staand, van links naar rechts: Grensrechter Vuijk, Gerrit Visser, Evert van Linge, Ber Groosjohan, Harry Dénis, Gejus van der Meulen, Albert Snouck Hurgronje, reserve-doelman Jan de Boer, reserve Eef Ruisch en Kees Pijl. Beneden: Peer Krom, Hans Tetzner, Jan de Natris en André le Fèvre.

In januari 1926 vetrekt hij ploteseling naar de Verenigde Staten. Daar wordt Visser de eerste Nederlandse profvoetballer uit de geschiedenis. In Amerika lonkt het grote geld. Visser gaat in de staat Pennsylvania aan de slag bij de Bethlehem Steel Company, die uitkomt in de Amerikaanse proflegeau. In de Bethlehem Globe van 17 februari 1926 wordt melding gemaakt van de "Dutch internationalist" Geert Visser die volgends de krant
"quite a reputation as a forward" bezit. Historicus Colin Jose van de National Soccer Hall of Fame schrijft over zijn aanwezigheid in de competitie: ‘A Dutch international who played seven times for his country in 1924 and 1925. Visser played three games for Bethlehem Steel late in the 1925-26 season scoring four goals in three games.’

Maar het profavontuur van Visser wordt aanvankelijk geen groot succes. Hij komt niet verder dan vier wedstrijden in het eerste elftal. De club haalt de finale van de National Challenge Cup, maar daarin doet Visser al niet meer mee. Snel daarna keert Visser terug naar Nederland, waar hij op 6 juli arriveert met de ss Nieuw Amsterdam en speelt in Nederland enkele wedstrijden.

Op 11 augustus zoekt Visser opnieuw het avontuur. Hij gaat een technische opleiding volgen bij de Holley Carburetor Company in Detroit. Het bedrijf heeft een eigen voetbalclub, die uitkomt in de Detroit Professional League en daar zet Visser zijn loopbaan voort. Hij neemt er een andere voornaam aan (George) en slaagt erin om met Holley Carburetor opnieuw de finale van de National Challenge Cup te bereiken. De fans van Holley weten het zeker "George is the best centre forward in the country". In de finale moet Visser passen. Tegenstander Fall River Marksmen is met 7-0 toch net wat sterker. Visser overleed in december 1984 in Cashmere, Washington.


Gerrit Visser in Oranje
foto: Onbekend

De tweede Nederlandse profvoetballer: Gerrit Keizer

Gerard Pieter (‘Gerrit’) Keizer, ook bekend als Gerrit Keyser, (18 augustus 1910 – 5 december 1980) werd tot 2009 door sporthistorici beschouwd als de allereerste Nederlandse profvoetballer was, maar toen werd bewijs gevonden dat Gerrit Visser hem al in 1926 was voorgegaan in de Verenigde Staten.

Profvoetbal bestond nog niet in Nederland en veel werk was er ook niet. Zo kon het gebeuren dat Gerrit in 1930 in Londen terechtkwam, waar hij aan de slag ging als groenteboer. Aanvankelijk speelde hij als amateur bij Margate. De in Londen woonachtige Gerrit Keizer wilde eigenlijk helemaal geen professional worden, hij was namelijk bang dat hij te weinig tijd voor zijn groentehandel zou overhouden. Pas na lang aandringen van de legendarische Arsenal-coach Herbert Chapman, ondertekende hij een profcontract en ontving vervolgens 6 pond per week.

Het bijzondere is dat hij in die periode niet alleen als keeper voor Arsenal speelde, maar ook ieder weekend naar Nederland vloog om op zondag voor Ajax te keepen. Dat leverde hem de bijnaam de vliegende keep (en in Engeland the Flying Dutchman) op. Dit zou volgens Jan van der Mast in een artikel in Hard Gras (2012) echter niet kloppen, maar we houden graag de mythe in stand.

Het heen- en weer vliegen in de jaren dertig was al opmerkelijk genoeg, alhoewel Charles Lungen van het Amsterdamse A.F.C. dat in die jaren ook deed. Wat bijzonder is dat Keizer korte tijd werd betaald door Arsenal, daarmee schond hij de amateurregels van de KNVB. Ondanks de korte profloopbaan is het toch verbazingwekkend dat de KNVB niet ingreep – al helemaal omdat een jaar eerder er dus ook al gedoe was geweest rond Keizer (na een klacht over Keizer van V.U.C.) Misschien is het maar beter ook, want anders was zijn loopbaan per onmiddellijk beëindigd geweest.

De Nederlandse keeper Gerard Pieter "Gerrit" Keizer tijdens zijn debuut in Engeland
foto: Nationaal Archief

Het avontuur duurde echter niet lang, want de Engelse voetbalbond eiste dat Keizer zijn profstatus onmiddellijk werd ontnomen, omdat hij anders het brood uit de mond van een Engelse speler zou stoten. Zo werd de prille profcarrière al snel in de kiem gesmoord en verdedigde hij als enige amateur in de Engelse competitie het doel van Arsenal. Na Arsenal speelde Keizer in Engeland ook nog voor Charlton Athletic en Queens Park Rangers, waarna hij definitief naar Nederland terugkeerde.

Keizer was als ‘The flying Dutchman‘ een voorganger van Dennis Bergkamp die later bij Arsenal ‘the non-flying Dutchman‘ genoemd, vanwege zijn vliegangst. Gerrit Keizer moest na de oorlog overigens nog zes maanden brommen omdat hij tijdens zijn vliegreizen vele duizenden Britse ponden had gesmokkeld in een leren voetbal.

Keizer was handig en regelde door zijn contacten met Arsenal een paar dozen met Arsenal-shirts, die Ajax zo kort na de oorlog goed kon gebruiken. Zo werd Ajax op 6 juli 1947 tegen NEC kampioen van Nederland in Arsenal-shirts. Het bleef voor Gerrit Keizer bij 17 wedstrijden voor Arsenal. Hij schopte het ook nog tot twee keer toe tot international. Maar voor Ajax speelde hij liefst 302 keer. In 1948 stopte hij en werd onder meer lid van verdienste. In 1980 overleed hij.

Bronnen en referenties:
Voetbalgeschiedenis deel 1 – Frans van den Nieuwenhof, npogeschiedenis.nl, rtlnieuws.nl