(44) 1974: Totaalvoetbal

De Hollandse school

Het verlies van het Nederlands elftal in de WK-finale in München (2-1, penalty Neeskens, penalty Breitner, winnende goal Müller) deed de ster van het Totaal Voetbal alleen maar rijzen. Bij het wonder was nu ook nog het drama gekomen, en de heroïek van het vermeend onverdiende verlies (de Duitsers waren in deze wedstrijd de besten, helaas). Het spel van Holland ’74 maakte school, in Spanje en in Engeland en later ook in Italië (de bakermat van het verdedigende catenaccio) en Duitsland (!). Total football, waarvoor de fundamenten werden gelegd door het flitsende Hongarije van Puskas in de jaren vijftig, en dat geëvolueerd is tot ‘tiki-taka’ (snel spel gericht op bal- bezit), geldt tegenwoordig als de essentie van de voetbalsport, die sinds op zijn beurt een van de succesvolste exportproducten van Europa is. Kunst mag je het misschien niet noemen, maar als cultureel fenomeen is het totaal- voetbal (total fodbold, futebol total, totaler Fussball) onverslaanbaar gebleken.

Na het sambavoetbal van de Brazilianen in 1970 was het in 1974 tijd voor het Hollands Totaal Voetbal onder leiding van kapitein Johan Cruijff. Ajax had in 1971, 1972 en 1973 de Europacup gewonnen en was de hofleverancier van het team dat een jaar later tijdens het WK grote voetballanden als Uruguay, Argentinië, de DDR en Brazilië over de knie zou leggen.

Het Nederlands voetbalelftal maakte op het WK in 1974 wereldwijd diepe indruk met het zogenaamde ‘Totaal Voetbal’. Deze curieuze voetbalstijl was op het hoogste niveau niet eerder vertoond en verwijst naar het succes dat je hebt met allround spelers. Frêle en technische spitsen blijken plotsklaps te kunnen verdedigen en de harde werkers van de achterhoede zijn ineens in staat om de beslissende voorzet te geven.

Bij aanvang van het WK in 1974 in West-Duitsland was er aanvankelijk weinig animo voor het voetbal van Oranje. Het Nederlands elftal deed voor het eerst sinds 1938 weer mee op het hoogste wereldpodium. Onder leiding van trainer Rinus Michels en aanvoerder Johan Cruijf zorgt Oranje voor een golf van enthousiasme met hun ‘totaalvoetbal’. Aanvallers verdedigen mee en verdedigers verschijnen in de voorhoede. Alle spelers waren in staat om aan te vallen en af te maken. Deze speelstijl zorgde voor grote verwarring en ontzag bij de tegenstanders. Dit alles werd gecombineerd met een nonchalance (lang haar, onge- schoren, shirt uit de broek) en een ogenschijnlijk speelgemak van de Nederlanders. Door hun aanvallende instelling en de opkomende backs ontstond het zogenoemde Totaal Voetbal. Dat bracht het Nederlands elftal tot in de finale, waarin het verloor van gastland West-Duitsland (2-1).

De ultieme uitvoering van Totaal Voetbal: Het Nederlands elftal in 1974.
foto: onbekend

Het ontstaan van Totaal Voetbal

Misschien waren de Magische Magyaren , die de het Engelse eftal in begin jaren vijftig tot twee keer toe vernederden met hun 4-2-4 systeem, wel de eersten die een nieuw soort voetbal speelden met een speelstijl die in de rest van de wereld nog onbekend was. En wat te denken van Real Madrid dat eind jaren vijftig vijf maal op een rij de Europa Cup 1 won, waarin zelfs in de Europa Cup finales de vloer werd aangeveegd met hun tegenstanders. En juist in het jaar dat Engeland de wereldtitel had veroverd, 1966, veegde Ajax de vloer aan met Liverpool. De Europese grootmacht onder leiding van de legendarische manager Bil Shankly, werd op een 5-1 nederlaag getrakteerd. Volgens velen – waaronder Johan Cruijff – was dit het begin van het Totaal Voetbal van Ajax.

Maar misschien moeten we voor de grondbeginselen van Totaal Voetbal nog verder terug in de tijd en wel naar de jaren veertig in ……. Rusland ! Naar Boris Arkadiev, die met Dinamo Moskou de positiewissels introduceerde. Hij liet zijn spelers tijdens de wedstrijd switchen van positie, en de tegenstander was helemaal de weg kwijt en wist niet meer waar te lopen. Samen met het korte combinatievoetbal, "passovotchka" met een mooi Russisch woord, wist hij vele successen te boeken en maakte hij veel indruk tijdens een naoorlogse tournee door Engeland.

In de gouden zeventiger jaren legde Ajax de basis voor het Totaal Voetbal met een spits die niet als targetman fungeerde, maar altijd bezig was om ruimte te creëen of ruimte te benutten (Johan Cruijff). Het resulteerde in een voortdurende wisselwerking met de twee buitenspelers (Piet Keizer en Sjaak Swart), linkshalf (Gerrie Mühren), centrale midden- velder (Arie Haan) en rechtshalf (Johan Neeskens).Met als gevolg dat de spits relatief weinig scoorde, omdat de doelpunten over alle posities werden verdeeld. Zodra er toch iets geforceerd moest worden, werd in de punt van de aanval alsnog een targetman (Dick van Dijk) ingebracht.

Allemaal speelden ze een nieuw soort voetbal waar alleen nog geen label was opgeplakt. De pre-historie van het Totaal Voetbal.

De definitie van Totaal Voetbal

De online encyclopedie Wikipedia geeft ons de volgende definitie van Totaal Voetbal:

Totaalvoetbal is een speelstijl in het voetbal, waarbij de spelers voortdurend van positie wisselen: verdedigers duiken op in de aanval, aanvallers verrichten verdedigende taken, terwijl zelfs de doelverdediger niet schroomt een voetballende actie te maken. Het idee is dat er met totaalvoetbal verwarring bij de tegenstander ontstaat, omdat de tegenstander geen vastemandekking kan toepassen. Tegenwoordig kan men nog steeds het totaalvoetbal terugzien. De speelstijl wordt in Nederland nog veel toegepast, ook bij de jeugd.

Totaalvoetbal wordt vooral gespeeld in een 4-3-3-systeem waarbij de keeper bij de opbouw van achteruit meedoet en aanspeelbaar is. Het is belangrijk dat de spelers altijd aan- speelbaar zijn en de juiste keuzes maken als ze in balbezit zijn. Als bij de opbouw van achteruit ruimte ontstaat voor een verdediger om door te schuiven naar het middenveld, heeft het team één man extra op het middenveld. Nu is de taak van een middenvelder om door te schuiven naar de aanval, om zo een kans om op een schot op doel groter te maken.

Voor totaalvoetbal is het belangrijk dat verdedigers kunnen aanvallen, middenvelders ook in de aanval en verdediging kunnen spelen, en de aanvallers goed druk kunnen zetten om de bal vroeg te kunnen veroveren. Om totaalvoetbal te kunnen toepassen moeten spelers beschikken over een zeer goede techniek en inzicht; het systeem moet aanvallend doeltreffend en ook mooi zijn om naar te kijken.

WK 1974: Pressie van het Nederlands elftal tegen Uruguay
foto: onbekend

Ajax, onder leiding van coach Rinus Michels en met sterspeler Johan Cruijff in de gelederen, wist met totaalvoetbal tot drie maal de Europacup I te winnen. Tijdens het WK van 1974 wist het Nederlands Elftal met totaalvoetbal de finale te bereiken (Daar 2-1-verlies tegen West-Duitsland). Onder Trainer Van Gaal wist Ajax in 1995 de Champions League te winnen met totaalvoetbal. [WIKIPEDIA]

De grondleggers (?) van Totaal Voetbal

De Engelsen zijn van mening, dat zij, door middel van hun trainers die in Nederland werkzaam waren (bij Ajax), de uitvinders zijn van Totaal Voetbal. Zij (de Engelsen dus) het Totaal Voetbaal hebben geïmporteerd naar Nederland en Nederland dit, op basis van de Engelse methodiek, vervolgens weer hebben geëxporteerd (naar Spanje).

De Engelsen mogen dan het voetbal zelf hebben uitgevonden, maar dat zij ook maar iets te maken hebben met Totaal Voetbal is Totaal Uitgesloten. Engelse trainers, tot op de dag van vandaag, hebben nooit uitgeblonken in tactische vondsten. Zelfs het Engelse nationale elftal heeft een hele rits buitenlandse trainers nodig gehad om Engeland van het ene debacle naar het andere debacle te voeren. Zelfs daar waren Engelse trainer niet toe in staat.

Eén van de meest gebruikte, en in ieder geval meest onjuiste voetbalclichés luidt: ‘In 1974 introduceerde Rinus Michels het totaalvoetbal.’ Ten eerste introduceerde Michels niet zoveel en ten tweede gebruikte hijzelf de term ‘Totaal Voetbal’ maar zelden. Hij had weinig met zulke begrippen; op zijn best had hij er ‘geen bezwaren tegen’, zoals hij een verslag- gever van de Volkskrant in 1994 voorhield. Journalisten bedachten zulke kreten om interessant te doen, meende hij; die mensen plakten overal maar etiketten op, misschien wel om te verhullen dat ze er weinig van snapten. Met hun wervelende aanvalsspel en vaak onnavolgbare positiewisselingen hadden de Dutch Masters van de jaren zeventig een ongekende dynamiek in het spel gebracht. Aldus journalisten en trainers in Engeland – en in Spanje, waar de ogenschijnlijke chaos van door elkaar heenlopende spelers Naranja mechanica werd genoemd.

Decennia later zouden clubs als Barcelona en Arsenal zich nog laten inspireren door het Nederlandse idee van ‘storen’ op de helft van de tegenstander, het overnemen van elkaars posities en de bijbehorende taken – kortom, door de veelzijdigheid, de techniek en het ‘positiespel’. Verdedigers die konden aanvallen en aanvallers die konden verdedigen werden gemeengoed; daarin hadden de Hollandse meesters rondom Johan Cruijff dus model gestaan. Fijn – maar kennelijk geen reden om dat alles van enige cultureel-historische duiding te voorzien. Dat was allemaal randgebeuren.

Voor Michels was het totaalvoetbal hooguit een middel om tot een winnend collectief te komen. Wat dat betreft geeft de titel van zijn boek (Teambuilding als route naar succes) mooi aan waar het in de eerste plaats om draaide. Dat zal ook de reden zijn geweest waarom hij net iets meer begon te stralen  als  het  jaartal  1988 ter sprake kwam dan bij het horen van 1974.

Terwijl het laatste jaartal over de grens toch beduidend meer liefhebbers heeft doen dagdromen dan het eerste. Vergeleken bij het ‘Oranje mechaniek’ van 1974 was de Europese titel van 1988 niet veel meer dan een hardwerkend en kleurrijk elftal dat dankzij bevliegingen van Marco van Basten tot – eindeloos herhaalde – superdoelpunten kwam.

WK 1974: Nederland onder aanvoering van Johan Cruijff introduceert het Totaal Voetbal.
foto: PanoramiC

Totaal Voetbal en de parallel met kunst

In 2001 verscheen Brilliant Orange – The Neurotic Genius of Dutch Football, een boek waarin de Engelsman David Winner zijn bewondering voor het Nederlandse voetbal van de jaren zeventig en tachtig kracht bijzette door het te plaatsen in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Het overkoepelende begrip daarbij was ‘ruimte’. De ruimte die de voetballers van het Gouden Ajax (1968-1973) en het Nederlands Elftal van het WK ’74 zochten en creëerden op het veld – met behulp van vleugelspelers, snel positiespel en ‘naar voren verdedigen’ –  was dezelfde die werd geschapen in de interieurs van Vermeer en de composities van Mondriaan.

De efficiëntie, flexibiliteit en speelsheid die door de teams van trainer Rinus Michels (1928-2005) op de mat werd gelegd, had een parallel in de architectuur van de Amsterdamse School en de vormgeving van Total Design in de jaren zestig. Johan Cruijff zag volgens Winner het veld op de manier waarop Saenredam de Nederlandse kerken zag. Zoals de literaire voetbalanalyticus Arjen Fortuin het formuleerde in zijn recensie van Brilliant Orange: "De schoonheid van een Braziliaanse balgoochelaar is in essentie figuratief, terwijl het Nederlandse voetbal zijn pracht ontleent aan abstracte patronen."

Ruimte was ook de kern van het ‘totaalvoetbal’, een bij het Ajax van de jaren zestig ontwikkelde tactiek waarbij iedere speler op ieder moment de rol van een andere speler in het veld kon overnemen. Tegenstanders werd – door middel van oprukkende linies en creatief gebruik van de buitenspelval – zoveel mogelijk ruimte ontnomen. Verdedigers vielen aan, aanvallers werden middenvelders, de keeper moest meevoetballen en Johan Cruijff, de ‘Rembrandt van het voetbalveld’ en de ‘Nureyev van de groene zoden’, was overal tegelijk – en gaf aanwijzingen.

Orange clockwork’ werd dit hoogwaardige positiespel genoemd toen het Nederlands elftal, gegroepeerd rondom Cruijff, Neeskens en Krol, tijdens het wereldkampioenschap voetbal van 1974 de wereld ermee verbaasde. Het was een verwijzing naar de oranje shirts van de geolied draaiende Nederlandse ploeg én naar de destijds hippe geweldsfilm A Clockwork Orange van Stanley Kubrick; maar ze ging al gauw – net als de speelwijze zelf – een eigen leven leiden in alle landen van Europa.

Willem van Hanagem over Totaal Voetbal van Oranje in 1974

Het beroemde totaalvoetbal van Oranje in 1974 was geen geniale vondst van Rinus Michels of Johan Cruijff. Dat zei Willem van Hanegem in een tv-programma tegen Johan Derksen. Volgens De Kromme is het beroemde systeem met inschuivende (centrale) verdedigers tijdens het wereldkampioenschap in 1974 bij toeval tot stand gekomen. "Niemand had het voor dit toernooi over totaalvoetbal", vertelde Van Hanegem aan interviewer Johan Derksen. "We speelden vijf oefenwedstrijden waarvan er vier niet om aan te zien waren en journalisten schreven dat het zonde was van de reiskosten dat we naar West-Duitsland gingen."

Volgens de voormalige nummer tien, van onder andere het Feyenoord dat in 1970 de eerste Nederlandse Europa Cup I won, waren Rinus Israël, Aad Mansveld en Barry Hulshoff de kandidaten om het centrum te vormen van Oranje op het WK. "Maar vanwege blessures was Michels gedwongen om met Arie Haan en Wim Rijsbergen in de basis te starten in de eerste wedstrijd tegen Uruguay. Kom op zeg, het is gewoon ontstaan."

Wim van Hanegem in actie tijdens de WK finale in 1974
foto: onbekend

Totaal Voetbal over de grenzen

De Hollandse stijl heeft vanaf de jaren zeventig wereldwijd school gemaakt. Een van de opvallendste voorbeelden daarvan zijn de pelgrimages naar Amsterdam van de jonge Italiaan Arrigo Sacchi in gezelschap van zijn vader. Hij was zo in de ban van het totaalvoetbal uit de jaren zeventig dat hij de trainingen van Ajax met eigen ogen wilde bestuderen. Later zou Sacchi – met drie Cruijff discipelen onder zijn hoede – van AC Milaan,, de club van Nereo Rocco en catenaccio transformeren tot zijn eigen onweerstaanbare variant van totaalvoetbal.

Ook Barcelona is als een soort Nederlandse voetbalkolonie in Spanje door de jaren heen een exemplarisch voorbeeld geweest van de invloed van de Hollandse School. Zo hebben de Catalanen vijf ex-Ajacieden als trainer gehad (Buckingham, Michels, Cruijff, Van Gaal en Rijkaard) en hun voetbalschool is gemodelleerd naar die van Ajax. En ook stond Pep Guardiola aan het roer, een van Cruijffs meest toegewijde volgelingen.

Cruijff als trainer bij Barcelona introduceert ook daar het Totaal Voetbal.
foto: onbekend

Arsenal coach Arsène Wenger vertelde ooit in een interview met Simon Kuper dat totaalvoetbal eigenlijk niet gedupliceerd kon worden zonder Cruijff op het veld. Daarna vertelde hij ook nog dat hij was beïnvloed door de Japanse cultuur en erg onder de indruk was geraakt van de grote Duitse teams uit de jaren zestig en zeventig, vooral van het Borussia Mönchengladbach van spelverdeler Günter Netzer. Maar nooit verdween de gigantische invloed van de Nederlandse voetbalcultuur op het voetbaldenken van Wenger.

Toen Arsenal tegen Barcelona uitkwam in de Champions League suggereerde een journalist, nogal onverstandig, dat Arsenal zijn 4-3-3-formatie had afgekeken van Barcelona. Wenger kaatste meteen terug: "Ik speelde 4-3-3 voordat Barcelona ermee kwam. Ik speelde al 4-3-3 bij Monaco en ik denk niet dat Barcelona dit systeem heeft uitgevonden. Het is een Nederlandse uitvinding. Johan Cruijff heeft het geëxporteerd en altijd met dat systeem gespeeld. De Hollanders gebruikten die tactiek in 1974 tijdens het WK in Duitsland. Ik vond dat het een systeem was dat geschikt was voor onze spelers."

Van Totaal Voetbal tot Anti-Voetbal

De ironie dat de Spaanse uitvoering van de Hollandse School van Totaal Voetbal door Oranje met "anti-voetbal" werd bestreden in de WK-finale 2010

Met hun zo nu en dan buitensporig harde optreden in Zuid-Afrika kregen de Nederlanders van de liefhebbers maar weinig handen op elkaar. Nigel de Jongs poging om met een soort karateschop ten koste van Xabi Alonso’s gezondheid een bal op borsthoogte te veroveren, was zo’n vlaag van roekeloosheid die het totaal van de verrichtingen van Oranje in Zuid-Afrika ontsierde. Hoe ironisch is het toch dat juist het systeem dat de Nederlandse spelers tegen hun Spaanse overwinnaars probeerden te bestrijden nooit zou zijn verwezenlijkt zonder de invloed van Cruijff/Van Gaal bij Barcelona in de jaren negentig van de vorige eeuw. In 2010 was men er getuige van hoe het Nederlands voetbal het opnam tegen een aangescherpte uitvoering van een systeem waarvoor het zelf de weg had bereid.

Bronnen en referenties
Volkskrant, NRC, Voetbal International, Brabants Dagblad, Hard Gras.