(51) 1978: juni WK 1978: Nederland op weg naar de finale

Bloed aan de paal (3)

Het wereldkampioenschap voetbal van 1978 had plaats van donderdag 1 tot en met zondag 25 juni in Argentinië. Aan het kwalificatietoernooi deden 106 landen mee. Tien landen trokken zich om uiteenlopende redenen alsnog terug. Nederland plaatste zich in een groep met België, Noord-Ierland en IJsland relatief eenvoudig voor het WK 1978 in Argentinië. Alleen thuis tegen Noord-Ierland leverde Oranje een punt in.

Argentinië was in 1978 volledig in de greep van een militaire junta, geleid door generaal Jorge Rafael Videla, die in 1976 een staatsgreep had gepleegd om de ‘orde te herstellen’ en het vaderland te redden. Meteen na de machtsovername begonnen er mensen te ver- dwijnen. Dit waren vooral politieke tegenstanders van de militairen, zoals communisten en studenten. De gruwelen van de Argentijnse dictatuur en de vele doden die de junta op zijn geweten heeft tijdens de ‘Vuile Oorlog’ tegen het eigen volk zijn bekend. Het WK voetbal dat Argentinië overigens al in 1964, lang voor de coup, was toegewezen, was een ideaal propaganda-instrument voor de Argentijnse president Videla, waarmee hij kon laten zien hoe goed alles geregeld was in Argentinië, hoe blij de bevolking was, en wat een feest het was om in Argentinië te wonen.

Hierdoor vroeg Nederland zich af of ze het Wereldkampioenschap Voetbal 1978 niet moesten boycotten. De gemoedern liepen hoog op in Nederland. Uiteindelijk ging Nederland toch en werd verslagen in de finale door Argentinië.

Dwaze Moeders

De enige organisatie die niet in de kiem werd gesmoord door het militaire regime van Videla was: ‘Dwaze Moeders’. Deze bestond uit moeders die hun kinderen kwijtgeraakt waren, maar niet wisten of ze dood of levend waren. Om antwoord te krijgen op hun vraag kwamen ze elke donderdag bijeen op het grote Meiplein van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires om te protesteren. Het was de enige protestgroep die niet verboden was en het kreeg daardoor veel aandacht vanuit Europa.

De standpunten van de zakenwereld, zoals de bestuursleden Dekker (Philips), Batenburg (ABN), Kraaijeveld van Hemert (Boskalis) waren simpel en oppervlakkig. Er viel geld te verdienen in Argentinië en de schending van mensenrechten had daar niks mee te maken. De zakenwereld had gesproken met moeders van Dwaze Moeders, maar vond de toe- zeggingen van Argentinië dat het om incidenten ging voldoende. Hetzelfde kan gezegd worden voor de verschillende ministers en ambtenaren van Nederland. De betrekkingen met Argentinië werden boven andere agendapunten gezet.

De "Dwaze Moeders" in 1978
foto: onbekend

Het was steeds weer ontroerend om te zien hoe deze sterke vrouwen, met hun witte hoofddoeken, vaak te midden van tierende en provocerende landgenoten hun ronde maakten. De Oranje-spelers Jan Jongbloed, Wim Rijsbergen en Wim Suurbier wilden de Dwaze Moeders met eigen ogen zien, maar kregen van KNVB-zijde min of meer een verbod. Nog gekker dan die slappe houding van de voetbalbond was het wereldvreemde gedrag van de Nederlandse ambassadeur Donoré van den Brandeler. Deze tamelijk wereldvreemde jonkheer zag in de kritisch naar Argentinië afgereisde vertegenwoordigers van de Hollandse media in het gunstigste geval een bende communistisch geteisem.

Van den Brandeler vond Argentinië juist een prachtland. "Al die verdwijningen waar Amnesty International het over heeft, willen er bij mij niet in. De mensen hebben hier nu eenmaal een sterke vent boven zich nodig. De heer Videla ken ik als een zeer christelijk en goed mens." Die opvatting van Onze Man in Buenos Aires vond minister Van der Klaauw van buitenlandse zaken te ver gaan. Van der Klaauw had weliswaar geen standpunt ingenomen toen Freek de Jonge en Bram Vermeulen via hun actie ‘Bloed aan de paal’ opriepen tot een boycot van het WK, maar de doordraaiende jonkheer kreeg een stevige reprimande. Of hij voortaan zijn domme hoofd dicht wilde houden.

Oproep voor een boycot

Dit geldt echter niet voor alle Nederlanders, er waren verschillende actievoerders die opperden voor een serieus gesprek met Argentinië over de mensenrechten of zelfs voor een boycot van het WK.

Eén van de eerste actievoerders om het WK te boycotten waren cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen die met hun groep Neerlands Hoop overal in Nederland en België optraden om steun te vergaren. Zowel voetbalminnend als progressief Nederland was onaangenaam verrast, want ook hier gold de algemene opvatting: ‘mensenrechten zijn een goede zaak, maar voetbal is heilig’.

De Jonge en Vermeulen waren sterk van mening dat Argentinië bestraft diende te worden voor hun omgang met de mensenrechten en de verdwijning van duizenden linkse Argentijnen. "De economie zal me een rotzorg zijn!" riep De Jonge woedend uit tijdens zijn voorstelling Bloed aan de Paal, "in Argentinië worden er dagelijks mensen gemarteld!". De Jonge richtte met zijn voorstelling ook de aandacht op de hypocriete houding van Nederland ten opzichte van Argentinië Zo keurde Nederland via PvdA-kamerlid Harry van den Bergh de situatie in Argentinië af, maar bleek het achteraf wel handel te drijven met het land. Vooral de wapenhandel was winstgevend voor Nederland, maar er werden ook geldleningen gegeven. 

1978: Freek de Jonge en Bram Vermeulen met hun programma Bloed aan de Paal
foto: onbekend

De voorstelling ‘Bloed aan de Paal’ sloeg vooral in linkse kringen enorm aan. De regering liet het echter aan de voetballers zelf over. Én die toonden zich niet onder de indruk van de protesten en eventuele gevaren in Argentinië. "Desnoods kop ik de kogels terug," tekende een journalist bij kopspecialist Dick Nanninga op. "Sport en politiek moeten gescheiden blijven", zei Neeskens. Maar aanvoerder Ruud Krol nam wel degelijk stelling en gaf aan bij winst de wereldbeker beslist niet uit handen van Videla aan te nemen.

De Jonge en Vermeulen waren met hun aanhang aanwezig op het vliegveld, maar konden niet voorkomen dat de voetballers via een andere ingang het vliegtuig namen.

Ondanks alle commotie en de druk die actievoerders uitoefenden, gingen de voetballers dus toch naar het WK. Wel kregen ze van de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Jan Willem Bertens, te horen dat ze ‘geen interviews mochten geven, geen contact met de Argentijnse regering mochten hebben, niet naar plekken mochten gaan waar er demonstraties werden gehouden en vooral neutraal moesten blijven.’

Bij aankomst in Argentinië werd het Nederlands Elftal meteen geïsoleerd in de bergen waar het ook nog de Argentijnse Claudio von Förster kreeg toegewezen als begeleider en tolk door Videla. Het gaf de striktheid van het Argentijnse regime goed weer, alles werd in de gaten gehouden en geregistreerd. Dit in tegenstelling tot de voetballers van het Nederlands Elftal, "van wie niemand Videla zou herkennen" aldus Chris van der Klaauw, de minister van Buitenlandse Zaken.

De voorbereiding

Bondscoach Zwartkruis werd zo ongeveer per wedstrijd aangesteld en wílde ook eigenlijk geen trainer van het Nederland elftal zijn omdat dat hem zijn pensioen als militair zou kunnen kosten. Uiteindelijk kreeg hij Ernst Happel als supervisor boven zich, een man die zich nauwelijks voor de klus leek te interesseren.

De selectie kwam improviserenderwijs tot stand, waarbij Happel bijvoorbeeld Rinus Israel wilde selecteren zonder te weten dat IJzeren Rinus inmiddels was afgezakt tot PEC Zwolle. De parade van afmeldingen was indrukwekkend: Cruijff wegens zijn familie, Van Hanegem wegens kritiek van Happel, Van der Kuijlen, Van Beveren en Geels wegens pesterijen van Ajax spelers, Jan Peters wegens een vage blessure en Kees Kist wegens zijn sportzaak. Dick Nanninga kwam een dag later naar het trainingskamp omdat hij zijn bloemenzaak kort voor moederdag niet kon verlaten. Johnny Dusbaba kwam zonder duidelijke reden niet opdagen, naar verluidt omdat hij een documentaire over de militaire dictatuur had gezien.

Ernst Happel (links) met assistent Jan Zwartkruis
foto: photo news

De Nederlandse spelers voelen zich doodongelukkig in Portrerillos. Alles valt tegen: het is er koud, het zwembad is leeg, de kamers zijn klein, het douchewater is bruin, de kamer- meisjes zijn in de vijftig en om zes uur ’s morgens balkt de plaatselijke ezel de spelers wakker. De mensen zijn er geen vrolijke latino’s, maar bergbewoners met dikke jassen aan.

Het eerste café is anderhalf uur rijden, de telefoon werkt slechts bij vlagen, de alom ter beveiliging aanwezige militairen werken op de zenuwen en de een na de andere speler valt ten prooi aan heimwee. René van de Kerkhof wordt door de teamarts volgestopt met slaappillen om te voorkomen dat hij de benen neemt: "René ligt inmiddels naast zijn half gepakte koffer met open mond te slapen, op zijn kin groeit een stoppelbaardje."

Ernst Happel wordt tijdens het toernooi "kaltgestellt".

Reservedoelman Pim Doesburg zat in Argentinië vooral te kaarten met Piet Schrijvers, Jan Jongbloed en Dick Nanninga. Schrijvers en Nanninga mochten er tijdens die eindeloze potjes ook graag in het geniep een shaggie bij draaien. Op de training had Doesburg meestal te maken met assistent-bondscoach Jan Zwartkruis. Zwartkruis was er voor de keepers, want de van Club Brugge voor even ingehuurde Supervisor Ernst Happel gaf helemaal niks om keepers. In zijn voetbalwereldje hield de vreemde Oostenrijker het graag overzichtelijk.

Van keepers vond hij dit: "Keepers zijn gek, want keepers kunnen niet voetballen."

Zo simpel was dat. Jan Zwartkruis mocht in Argentinië dus de gekke keepers trainen. Legerkapitein Zwartkruis kon bogen op een bescheiden loopbaan als semi-profvoetballer bij het Amersfoortse HVC (samen met Joop van Basten, de vader van Marco, vormde hij het back-stel), maar daar was op de trainingen niet veel meer van te zien. Hilarisch was op zeker moment de sfeer, toen Jan Jongbloed na vier over geschoten ballen tegen Zwartkruis riep: "Nou weer een op goal, Jan!"

WK 1978 Twee kapiteins op één schip: links Jan Zwartkruis, in het midden Ernst Happel.
foto: ANP

Dertig jaar na dato verschijnt de biografie van Jan Zwartkruis "Kapitein van Oranje" waarin hij toegeeft dat hij tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 1978 in Argentinië na drie wedstrijden de touwtjes in handen kreeg van Oranje. Ernst Happel, destijds hoofdverantwoordelijke, verloor na de groepsronde zijn zeggenschap over de selectie.

Zwartkruis vertelt veder dat het bestuur van de KNVB en de staf van het elftal in de lobby van het hotel in Cordoba unaniem Happel lieten vallen en steun aan hem uitspraken. Happel zat erbij en keek ernaar. "Hij moest accepteren dat de KNVB hem had kaltgestellt." Oranje begon onder leiding van Happel matig aan het WK in Argentinië. Er gingen al wat geruchten dat het misschien beter zou zijn als Zwartkruis de eerste man werd. "Bij mij heeft dat nooit gespeeld, maar Happel zag de bui hangen. Achteraf begrijp ik ook wel waarom. Ik ging veel vrijer om met de jongens", aldus Zwartkruis in zijn biografie.

De coup om Happel op een zijspoor te zetten werd gepleegd in de hotellobby. Toenmalig bondsvoorzitter Wim Meuleman gaf volgens Zwartkruis de aanzet. "Hij zei dat hij niet langer kon leven met de mentaliteit in de groep." Op de achterkant van een sigarendoos had Meuleman zijn gewenste opstelling getekend. "Happel reageerde als door en adder gebeten en zei tegen Meuleman, ’Koedverdoeme, du bist voorzitter und ich bin der trainer. Klar? Alsjeblieft, dankjewel’"

Maar tot Happels spijt was de kous daarmee niet af. Zwartkruis vertelt vervolgens dat alle aanwezigen, onder wie chef d’equipe Herman Chouffoer, voorzitter betaald voetbal Jacques Hogewoning en assistent-coach Arie de Vroet, instemden met de opstelling van Meuleman. "De volgende dag na de training kwam Happel naast mij lopen, iets wat hij anders nooit deed, en zei: Du machts die Besprechung en morgen während dem Spiel machst du auch die Wechsel. Dat moet een moeilijk moment voor hem zijn geweest. Want we stonden uitgerekend aan de vooravond van de wedstrijd tegen Oostenrijk. Zijn geliefde vaderland."

Zwartkruis stelde drie nieuwe, jonge spelers op. Nederland won vervolgens met 5-1 van Oostenrijk en haalde daarna zelfs de finale.

Het Toernooi

De eerste wedstrijden beloofden weinig goeds. Op een geflatteerde 3-0 overwinning op Iran (drie keer Rensenbrink) volgde een teleurstellend gelijkspel tegen Peru (0-0). Opvallend was dat Nederland speelde met liefst negen spelers van het team, dat de finale haalde in 1974, alleen Johan Cruijff en Wim van Hanegem ontbraken: Cruijff gaf al in een vroeg stadium aan niet weer aan een WK te willen beginnen en Van Hanegem vermoedde dat hij op de reservebank zou moeten zitten en meldde zich af. Nederland had door de slechte resultaten van Schotland genoeg aan een 2-0 nederlaag om zich te plaatsen voor de tweede ronde.

Bij Schotland was er een belangrijke wijziging in de basiself: Graeme Souness van FC Liverpool speelde een stuwende rol in het Schotse team. Bij Nederland was Johan Neeskens geblesseerd geraakt als gevolg van een grove charge, opgelopen in de wedstrijd tegen Peru. Schotland begon sterk en had pech met een schot van Jordan op de lat en een buitenspelgoal van Kenny Dalglish. Een licht vergrijp op Johnny Rep leverde een straf- schop op, die door Rensenbrink werd benut. Dalglish zorgde voor de 1-1 ruststand. De tweede helft begon dramatisch voor Nederland, Archie Gemmill benutte een strafschop en slalomde later door de Nederlandse verdediging, 3-1 voor Schotland. Schotland had nu nog één doelpunt nodig om een daverende stunt te verzorgen. Maar het doelpunt viel aan de andere kant: een daverende knal van Johnny Rep zorgde voor opluchting in het Nederlandse kamp.

Archie Gemmill loopt juichend weg na de derde Schotse treffer.
foto: onbekend

Poulewedstrijden:

Nederland-Iran
(1-0 Rensenbrink, 2-0 Rensenbrink, 3-0 Rensenbrink)
3-0
Nederland-Peru 0-0
Nederland-Schotland
(1-0 Rensenbrink, 1-1 Dalglish, 1-2 Gemmill, 1-3 Gemmill, 2-3 Rep)
2-3

De tweede ronde.

Vooral op aandringen van assistent Jan Zwartkruis ververste supervisor Ernst Happel het Nederlands elftal op verschillende plaatsen: de opmerkelijkste ingreep was de vervanging van doelman Jan Jongbloed door Piet Schrijvers. Nederland was weer zichzelf en speelde Oostenrijk van de mat: 5-1. Één van de nieuwe spelers Ernie Brandts scoorde het eerste doelpunt, Rensenbrink scoorde uit een strafschop, waarbij doelman Koncilia een merk- waardige voorbereiding had (hij draaide zich om en ging pas tegenover Rensenbrink staan, toen hij bijna schoot) en drie perfect uitgespeelde aanvallen.

Johann "Hans" Krankl van Oostenrijk verliest de bal aan Ruud Krol en Ernie Brandts.
foto: STAFF/AFP/Getty

De volgende tegenstander was van een ander kaliber: West-Duitsland. Een wedstrijd die in het voor Nederland vijandige Córdoba werd gespeeld. Op de tribune zaten veel voormalige en gevluchte Duitse SS’ers die na de Tweede Wereldoorlog naar Córdoba en omgeving waren gevlucht.

West-Duitsland had met 0-0 gelijk gespleeld tegen Italië vooral dankzij uitstekende reddingen van Sepp Maier. Maier had nu het record "de nul houden" in handen. De reprise van de WK-finale tussen Nederland en West-Duitsland was weer een enerverende wedstrijd. West-Duitsland scoorde al na drie minuten via Abramczik, waarna Nederland antwoordde met een geweldig afstandsschot van Arie Haan. Nederland was de beter spelende ploeg, maar dreigde opnieuw van de aartsvijand te verliezen door een goal van Dieter Müller. Nederland had pech met schoten op de paal van Ruud Krol en Johnny Rep; uiteindelijk scoorde René van de Kerkhof de gelijkmaker. In de slotfase werd Dick Nanninga om onduidelijke redenen uit het veld gestuurd.

Rene van de Kerkhof juicht na zijn gelijkmaker tegen West-Duitsland.
foto: onbekend

West-Duitsland moest nu met vijf goals verschil van Oostenrijk winnen en hopen dat Nederland en Italië gelijk zouden spelen tegen elkaar. De wereldkampioen verloor met 2-3 van Oostenrijk door twee fraaie treffers van Hans Krankl. Het was de eerste overwinning van Oostenrijk op West-Duitsland sinds 1931 en de wedstrijd ging in Oostenrijk de geschiedenisboeken in als "het wonder van Córdoba".

Nederland en Italië mochten in Buenos Aires uitmaken wie de finale mocht spelen, Italië moest winnen. Italië was in de eerste helft veel sterker dan Nederland en de ploeg scoorde via een eigen doelpunt van Ernie Brandts. Tot overmaat van ramp blesseerde hij daarbij ook keeper Piet Schrijvers, die de wedstrijd moest verlaten.

Italië-Nederland: Ernie Brandts blesseert doelman Piet Schrijvers.
foto: Sportkroniek

Nederland kreeg in de tweede helft weer grip op de wedstrijd en uitgerekend Ernie Brandts scoorde de gelijkmaker waarna Arie Haan met een kanonskogel van 35 meter aan alle Italiaanse illusies een einde maakt. Oranje staat opnieuw in de finale. Tegenstander is Argentinië dat na een omstreden 6-0 zege op Peru in de andere poule Brazilië op doel- saldo achter zich houdt. Later zouden er sterke aanwijzingen opduiken dat de wedstrijd door de Peruanen was verkocht.

 

Tweede ronde:
Nederland-Oostenrijk
(1-0 Brandts, 2-0 Rensenbrink, 3-0 en 4-0 Rep, 4-1 Obermayer, 5-1  Willy van den Kerkhof)
5-1
Nederland-Duitsland
(0-1 Abramczik, 1-1 Haan, 1-2 Müller, 2-2 Rene van den Kerkhof)
2-2
Nederland-Italië
(0-1 Brandts ed, 1-1 Brandts, 2-1 Haan)
2-1

De Italiaanse doelan Zoff is kansloos tegen de enorme knal van Arie Haan.
foto: onbekend

De bescheiden rol van Johan Neeskens.

Johan Neeskens maakte het toernooi in Argentinië maar half mee. De Peruviaan Duarte had hem in de tweede wedstrijd van het toernooi gruwelijk hard te pakken gehad. Zelfs met twee gekneusde ribben dacht de dynamische middenvelder vier dagen na de aanslag aan de beslissende groepswedstrijd tegen Schotland te kunnen beginnen. Dat was een misrekening. Hij verging van de pijn en moest zich al na tien minuten laten vervangen door Jan Boskamp. Neeskens miste vervolgens ook de duels tegen Oostenrijk en West-Duitsland. Hij werd heel goed vervangen door de frisse nieuweling Piet Wildschut van FC Twente, maar hoe goed deze Fries het ook deed, toen Neeskens weer half-fit was, werd Wildschut door de ondoorgrondelijke Happel tegen Italië gewoon weer op de bank gezet.

Italië- Nederland 1-2: duel tussen vlnr de Italiaan Paolo Rossi, Arie Haan, Zaccerelli en Johan Neeskens.
foto: onbekend

Johan Neeskens kon door de actie van Duarte amper opvallen in Argentinië. Happel zocht op den duur echt een plaatsje voor hem in het elftal. Zo zwierf hij tegen Italië als back en als centrale verdediger door de ploeg. Neeskens was een beetje een zwijger, maar ook een jongen met rancuneuze trekjes. Ooit zou hij die Duarte terugpakken, zo had hij zichzelf beloofd. (Wat overigens ook vier jaar later gebeurde. In dienst van New York Cosmos speelde Neeskens in het Giants Stadium een wedstrijd tegen het nationale elftal van Peru, dat zich voorbereidde op het WK van 1982 in Spanje. Neeskens kliefde met een karatetrap de knie van Duarte. Een maand later was de back nog niet zo ver hersteld dat hij mee kon doen in de eerste WK-wedstrijd.)

De selectie van het Nederlands Elftal 1978:
Bondscoach: Jan Zwartkruis en Ernst Happel
Jan Jongbloed, Piet Schrijvers, Pim Doesburg, Ruud Krol, Jan Poortvliet, Ruud Krol, Wim Jansen,  Arie Haan, René van de Kerkhof, Willy van de Kerkhof, Rob Rensenbrink, Johan Neeskens,  Johnny Rep,  Ernie Brandts, Dick Schoenaker, Adri van Kraaij, Piet Wildschut, Wim Suurbier, Dick Nanninga, Jan Boskamp, Hugo Hovenkamp, Wim Rijsbergen, Harrie Lubse.

Bronnen en referenties
zuidafrika2010.net, armandsag.nl, 2link.nl, De vuile oorlog – Meindert van der Kaay, Trouw, Voetbal is een vuile oorlog – Marcel Rözer en Iwan van Duren, Kapitein van Oranje – de memoires van Jan Zwartkruis – Michel Bongers en René Bremer.