(73) De gouden jaren van AC Milaan: 1989-1994

Berlusconi’s droom

AC Milan ging in de jaren tachtig gebukt onder een schuldenlast en kende geen successen totdat Silivio Berlusconi’s miljoenen (of miljarden als we uitgaan van lires) coach Arrigo Sacchi de middelen gaf om bij andere Europese clubs de beste spelers weg te kopen. Deze methode had AC Milan aan het einde van de jaren vijftig geen windeieren gelegd. Achter het Nederlandse trio Gullit, Rijkaard en Van Basten stond misschien wel de beste verdediging die een club ooit gehad heeft. Tassoti en Maldini als vleugel- verdedigers en tussen hen in de ongeëvenaarde Baresi en Costacurta. Na twintig jaar wonnen ze in 1989 eindelijk weer de Europa Cup, even als het jaar daarop. Vier jaar later, deze keer onder Fabio Capello, kwam de Europa Cup weer naar het San Siro, hetgeen de frustaties over de verloren finale tegen Marseille in 1993 deed vergeten.

De geschiedenis

Associazione Calcio Milan (kortweg AC Milan) werd in 1899 opgericht door een stel Engelse knapen. De bandenspecialist Piero Pirelli was bij de geboorte van de oudste club van Milaan betrokken en zou een belangrijke rol gaan vertolken. Pirelli was decennia lang voorzitter van de club en maakte op financieel vlak heel wat mogelijk.

AC Milan boekte dan ook snel successen en doorbrak kort na de eeuwwisseling met Renzo De Vecchi, Italië’s eerste voetbalster, de heerschappij van Genua.

Tot 1948 leefde AC in de schaduw van buur en rivaal Inter. Alles veranderde toen in dat jaar de Zweedse internationals Gunnar Gren, Gunnar Nordahl en Nils Liedholm werden ingehaald. Nordahl werd vijfmaal Italiaans topschutter en AC Milan werd opnieuw een toonangevende vereniging.

In tegenstelling tot Inter Milaan bleef AC in die periode zweren bij lekker aanvallend voetbal. Ook nadat Gren in 1955 vertrok en vervangen werd door de Uruguayaan Juan Schiaffino. In 1959 kregen Schiaffino en Liedholm gezelschap van de Braziliaan José Altafini en de succesreeks werd doorgetrokken.

Een nieuwe titel volgde in 1962, maar AC had intussen een gedaanteverandering ondergaan. De 18-jarige Gianni Rivera had zijn verschijning gemaakt en de club werd geleid door Nereo Rocco, de geestelijke vader van het catenaccio. Een jaar later won AC Milan Europacup I. Rocco verdween in 1964 en Milan moest op een volgende titel wachten tot 1968, toen Rocco was teruggekomen. Het team was intussen ook versterkt met de Duitse verdediger Karl-Heinz Schnellinger.

Rivera stopte als voetballer in 1979 en werd een jaar later clubvoorzitter. Dit als gevolg van het toto-nero-schandaal waarbij voorzitter Felice Colombo en de spelers Giorgio Morini en Ricky Albertosi geschorst werden.

AC Milan werd naar de B- serie verwezen, maar kwam na één seizoen bij de elite terug. De aanpassing verliep echter erg moeilijk, ondanks de aankoop van de Schotse prijsschutter Joe Jordan (Manchester United).

Silvio Berlusconi neemt AC Milaan over.

Op 10 februari 1986 adopteerde Silvio Berlusconi het met schulden worstelende AC Milan. Het nieuws werd om negen uur ‘s avonds bekend gemaakt. De mediatycoon investeerde onmiddellijk zestig miljoen gulden om een bankroet van de club te verhinderen. De miljardair wilde vooral jeugd aantrekken. Zoals Galli en Massaro van Fiorentina, Bonetti van Sampdoria en Donadoni van Atalanta Bergamo. In 1987 verdween trainer Nils Liedholm naar Roma. Berlusconi prefereerde Arrigo Sacchi als opvolger.

Berlusconi wilde wel investeren maar zag ook de commerciële mogelijkheden van het voetbal. Hij, met zijn media- en showbizz-imperium, voorzag hoe je het voetbal in de binnen- en buitenlandse huiskamers aan de man kon brengen. Maar hoe doe je dit met een gevallen topclub? Hoe zet je dat op de kaart?

Het antwoord was in feite vrij simpel: aanvallend, spectaculair, dominant en on-Italiaans spelen. Eis de aandacht op, wordt het (voetbal)gesprek van de dag en verbaas de Italianen en de wereld.

In 1986/1987 zag hij zijn club in de Coppa Italia spelen tegen Parma. Parma, een tweede-divisie club, won met 0-1. Berlusconi was onder de indruk van hoe Parma speelde en besloot om contact op te nemen met de coach Arrigo Sacchi.

Sacchi leek geknipt voor de baan. Als tiener en twintiger ging hij met zijn vader mee op zakenreis, voorbestemd om zijn vader later als handelaar in schoenen op te volgen. Hij kwam geregeld in het Olympisch Stadion van Amsterdam en zag daar Ajax spelen. Sacchi maakte aantekeningen en lette speciaal op de dingen die je niet op televisie kon zien. Hij begon zich zo langzamerhand te storen aan het vrij conservatieve Italiaanse spel waar maar geen ontwikkeling in leek te zitten.

Silvio Berlusconi showt trots de gewonnen CL beker door AC Milaan in 2007.
foto: onbekend

De speelwijze

Grote teams kenmerken zich doorgaans door een "nieuw" soort voetbal. Het AC Milaan van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, kun je gerust in dit rijtje zetten. De twee belanrijkste mensen waren trainer Arrigo Sacchi en vrije verdediger Franco Baresi.

De trainingen werden veranderd. Voetvolley (waaraan recordaankoop Gullit aanvankelijk niet mee mocht doen), en aanverwante op (individuele) techniek gebaseerde oefeningen, kwam in de plaats voor afwerken op het doel (het raadsel waarom Italiaanse spitsen zo levensgevaarlijk zijn is daarmee opgelost).

Sprint-trainingen kwamen in de plaats voor duurloop. Oefenen op specifieke spelsituaties kwam in de plaats voor het vele wedstrijdjes en partijtjes spelen (wat tevens voor de voormalige Ajax-spelers wennen was). Wat Sacchi ook deed was oefenen zonder bal. De spelers werden bijvoorbeeld op het veld in slagorde opgesteld en Sacchi riep vervolgens de coördinaten van waar de bal was.

Trainer Sacchi opteerde voor pressievoetbal met het hele elftal. Er werd getraind met touwen om de middel van de spelers om de afstanden niet te groot te laten worden. Het gevolg van het pressievoetbal was dat er een grote ruimte lag achter de verdediging en daar lag een belangrijke taak voor Franco Baresi.

Om dit probleem te omzeilen speelde Milaan met een viermansverdediging consequent op buitenspel. Baresi was niet alleen de man om de gaatjes te dichten. Hij was ook de eerste man in de opbouw en schroomde niet om ook aan te vallen. Om verdedigend niet te veel in de problemen te komen stond er een blok van vier mensen centraal, de laatste man, voor- stopper en twee verdedigende centrale middenvelders. Deze vier moesten zorgen dat er op de juiste plaats en op het juiste moment druk werd gezet en dat de afstanden onderling niet te groot werden.

De overige veldspelers mochten frank en vrij aanvallen wanneer het kon. On-Italiaanser kon het bijna niet.

Arrigo Sacchi introduceert nieuwe oefenstof aan de selectie van AC Milaan.
foto: colgadosporelfutbol

De eerste periode Sacchi (1987-1991)

In 1989 werd on Sacchi de Europa Cup 1 gewonnen. In de halve finale in het San Siro stadion speelde AC Milaan misschien wel één van haar beste wedstrijden ooit. Het toch niet kinderachtige Real Madrid, onder leiding van Leo Beenhakker, werd met 5-0 van de mat gespeeld. Zowel Gullit, Rijkaard en van Basten scoorden ieder een doelpunt.

Finale Europacup I 1989

De finale van de Europacup I van het seizoen 1988/89 werd gehouden op 24 mei 1989 in Camp Nou in Barcelona. Het Roemeense Steaua Boekarest nam het op tegen AC Milaan. De finale ging de boeken in als één van de meest eenzijdige finales die er zijn gespeeld en het was de vraag of het niet ontsierd zou worden door stakingen en een krakkemikkige organisatie. Berlusconi wist dat dit hét moment was om zijn ploeg aan de wereld te presenteren.

Milan speelde onafgebroken 60 minuten lang dominant voetbal totdat Gullit geblesseerd moest afhaken. Het stond op dat moment al 4-0. De Nederlanders zijn nu definitef op hun plaats bij AC Milaan. In de finale wordt de ‘Oranje show’ opnieuw opgevoerd. Marco van Basten en Ruud Gullit scoorden elk twee keer. Ook Frank Rijkaard speelde de volledige wedstrijd bij Milan.

Ruud Gullit is blij met de beker na de gewonnen finale tegen Steaua Boekarest.
foto: onbekend

Wedstrijdgegevens:
24 mei 1989
AC Milan 4 – 0 Steaua Boekarest
Doelpunten: Van Basten 18′, 39′ Gullit 27′, 47′
Camp Nou, Barcelona
Toeschouwers: 97.000
Scheidsrechter: Karl-Heinz Tritschler (West-Duitsland)

AC Milan:
1 Giovanni Galli, 2 Mauro Tassotti, 6 Franco Baresi, 5 Alessandro Costacurta (74′), 3 Paolo Maldini, 4 Angelo Colombo, 8 Frank Rijkaard, 11 Carlo Ancelotti, 7 Roberto Donadoni, 10 Ruud Gullit (60′), 9 Marco van Basten.
wisselspelers: 12 Davide Pinato, 13 Filippo Galli (74′), 14 Roberto Mussi, 15 Alberigo Evani, 16 Pietro Paolo Virdis (60′)
Coach: Arrigo Sacchi

Wereldbeker voetbal 1989

In 1989 wint AC Milaan eveneens de Wereldbeker tegen het Colombiaanse Atlético Nacional. Atlético Nacional mocht meedoen omdat ze in het seizoen 1988/89 de Copa Libertadores hadden gewonnen door in de finale Club Olimpia Asunción te verslaan. AC Milan mocht meedoen omdat ze in de finale van de Europacup I Steaua Boekarest hadden verslagen.

Wedstrijdgegevens:
17 december 1989
AC Milan 1 – 0 (n.v.) Atlético Nacional
Doelpunt: Evani 119′
Olympisch Stadion, Tokio
Toeschouwers: 60.228
Scheidsrechter: Erik Fredriksson (Zweden)

De suprematie van de Milanezen werd onderstreept door in 1989 ten koste van het Barcelona van Johan Cruijff de Europese supercup te winnen.

Finale Europacup I 1990

De finale van de Europacup I van het seizoen 1989/90 werd gehouden op 23 mei 1990 in het Praterstadion in Wenen.Voor de tweede keer op rij en de vierde keer in totaal won AC Milan de finale. De Italianen versloegen ditmaal het Portugese Benfica met het kleinste verschil.

Bij Milan stonden drie Nederlanders op het veld. Frank Rijkaard, Marco van Basten en Ruud Gullit speelden de volledige wedstrijd. Rijkaard scoorde in de 68e minuut, op aangeven van Van Basten, het enige doelpunt van de finale.

De route naar de finale was deze jaargang loodzwaar geweest. Achtereenvolgens moesten Helsinki, weer Real Madrid, KV Mechelen en Bayern München uitgeschakeld worden.

Wedstrijdgegevens:
23 mei 1990
AC Milan 1 – 0 Benfica
Deolpunt: Rijkaard 68
Praterstadion, Wenen
Toeschouwers: 58.000
Scheidsrechter: Helmut Kohl (Oostenrijk)

AC Milan:
1 Giovanni Galli, 2 Mauro Tassotti, 6 Franco Baresi, 5 Alessandro Costacurta, 3 Paolo Maldini, 4 Angelo Colombo (89′), 8 Frank Rijkaard, 7 Carlo Ancelotti (72′), 11 Alberigo Evani, 10 Ruud Gullit, 9 Marco van Basten.
Wisselspelers: 12 Andrea Pazzagli, 13 Filippo Galli (89′), 14 Daniele Massaro (72′), 15 Marco Simone, 16 Stefano Borgonovo.
Coach: Arrigo Sacchi

Benfica:
1 Silvino, 2 José Carlos, 3 Ricardo Gomes, 4 Aldair, 5 Samuel, 8 Vítor Paneira (76′), 6 Hernâni, 7 Jonas Thern, 9 Valdo, 10 Antó’nio Pacheco (66′), 11 Mats Magnusson.
Invallers: 12 Manuel Bento, 14 Diamantino, 15 Vata (76′) 16 César Brito, (66′)
Coach: Sven-Göran Eriksson.


Match winnaar Frank Rijkaard tegen Benfica. Uiterst links Ruud Gullit
foto: Bob Thomas? Getty Images

In 1990 werd voor de tweede achtereenvolgende keer ook de Wereldbeker gewonnen tegen het Paraguyaanse Olimpia.

In de lente van 1991 liep AC Milan onverwachts averij op door in de halve finale van de Europa Cup 1 uitgeschakeld te worden door Olympique Marseille. Het team was uitgeput. Niet alleen fysiek maar ook mentaal. Er kwam een sleur in. Sacchi kon geen nieuwe oefenstof bedenken terwijl hij even veeleisend bleef. Tegen welke tegenstander ook werd gespeeld, hij was compromisloos in zijn doelen.

Doseren was in het geheel niet zijn sterkste kant. Zijn people-management kwaliteiten werden ter discussie gesteld. In 1991 werd hij, na een aanvaring met Van Basten, ontslagen.

De eerste periode Capello (1991-1995)

De opvolger van Sacchi werd ex-international Fabio Capello. Waar AC Milan onder Sacchi een oase van rust was op het gebied van transfers kocht Capello de ene na de andere topper. Savisevic, Desailly, Weah, Papin en Boban zijn zomaar wat toppers die vielen voor de lires van voorzitter Berlusconi. Met de Italiaan Lentini verbrak AC Milan het wereld- record van de duurste transfer. Nu was verversing wel nodig, want er verdwenen ook nog al wat voetballer uit San Siro.

Door de vele transfers kwam Ruud Gullit regelmatig op de bank terecht en vertrok vervolgens kwaad naar Sampdoria.

Fabio Capello op de schouders van feest vierende Milaan spelers.
foto: onbekend

Finale Champions League 1993

De UEFA Champions Leaguefinale van het seizoen 1992/93 is de eerste finale in de geschiedenis van de Champions League. De wedstrijd vond op 26 mei 1993 plaats in het Olympiastadion in München. Het Franse Olympique Marseille nam het op tegen AC Milaan.

Marseille won met 1-0 na een doelpunt van Basile Boli. Hij scoorde dus het eerste doelpunt ooit in een finale van de Champions League. Het is tot op heden de eerste en laatste keer dat een Franse club de Champions League won.

Bij Milan speelden twee Nederlanders mee. Frank Rijkaard speelde de hele wedstrijd, Marco van Basten werd na 85 minuten gewisseld. Ruud Gullit haalde de selectie niet bij Milan, aangezien destijds clubs van de UEFA maar drie buitenlanders mochten selecteren. Bij Marseille was de Belg Raymond Goethals trainer. Hij is tot op heden de enige Belgische coach die de Champions League won.

De twee clubs hadden elkaar voor de confrontatie al twee keer ontmoet. In 1990/91 hadden ze het in de kwartfinale van de Europacup I, de voorloper van de Champions League, tegen elkaar opgenomen. Marseille speelde toen in San Siro 1-1 gelijk. Tijdens de terugwedstrijd in Marseille viel de stadionverlichting uit. De spelers van Milan trokken naar de kleedkamer en weigerden nadien verder te spelen. Hierdoor won Marseille met 3-0 en werd Milan een jaar lang niet toegelaten in een Europese competitie.

Na een periode van vier maanden inactiviteit stond Marco van Basten tot verbazing van iedereen in mei 1993 in de basis tijdens de Europa Cup 1 finale in München tegen Olympique Marseille. Zowel voor AC Milan als voor Van Basten eindigde die wedstrijd in een grote ontluistering. Van Basten werd na ruim een uur hinkelen vervangen. In 1987 en 1992 had de Zwitserse chirurg Marti al het mes gezet in de rechterenkel van de drievoudig voetballer van Europa.

Het zou achteraf gezien de laatste wedstrijd van Van Basten voor AC Milaan zijn. Hij probeerde nog allerlei manieren terug te keren. Toen dat medio 1994 leek te lukken stelde Van Basten voor om een jaar lang gratis voor Milaan te voetballen, omdat de club zijn salaris en revalidatie hadden betaald. Het mocht echter niet zo zijn. Het persoonlijk hoogtepunt van ‘San Marco’ was in het seizoen 1992-1993 toen hij in de met 4-0 gewonnen thuiswedstrijd tegen IFK Götenburg viermaal scoorde waarvan é&eacuten met een prachtige
omhaal.

Wedstrijdgegevens:
26 mei 1993
Olympique Marseille 1 – 0 AC Milan
Boli (43′)
Olympiastadion, München
Toeschouwers: 64.400
Scheidsrechter:Kurt Röthlisberger (Zwitserland)

Olympique Marseille:
1 Fabien Barthez, 7 Jean-Jacques Eydelie, 2 Jocelyn Angloma (64′), 4 Basile Boli, 6 Marcel Desailly, 3 Éric Di Meco, 5 Franck Sauzée, 11 Didier Deschamps, 8 Alen Bokšic, 9 Rudi Völler (78′), 10 Abédi Pelé.
Wisselspelers: 12 Jean-Christophe Thomas (78′), 13 Bernard Casoni, 14 Jean-Philippe Durand (64′),
15 Jean-Marc Ferreri, 16 Pascal Olmeta.
Coach: Raymond Goethals

AC Milan:
1 Sebastiano Rossi, 2 Mauro Tassotti, 5 Alessandro Costacurta, 6 Franco Baresi, 3 Paolo Maldini, 10 Roberto Donadoni (56′), 4 Demetrio Albertini, 8 Frank Rijkaard, 7 Gianluigi Lentini (39′), 9 Marco van Basten (85′), 11 Daniele Massaro.
Wisselspelers: 12 Carlo Cudicini, 13 Stefano Nava, 14 Stefano Eranio (85′), 15 Alberigo Evani, 16 Jean-Pierre Papin (56′)
Coach: Fabio Capello

1993: de laatste wedstrijd van Marco van Basten voor AC Milaan: de verloren finale tegen Olympique Marseille.
foto: onbekend

Enkele weken na de finale brak er in Frankrijk een omkoopschandaal los. Marseille werd beschuldigd van omkoping en moest de landstitel van 1993 teruggeven. De club moest ook verplicht degraderen naar Division 2. Voorzitter Bernard Tapie werd bovendien nog aan andere corrupte affaires gelinkt en trad in 1994 af. De club ging failliet en heel wat belangrijke spelers verlieten Marseille.

Door het omkoopschandaal in de nationale competitie werd achteraf ook de eindwinst in de Champions League ter discussie gesteld. Zo doken er geruchten over dopinggebruik op. De Franse middenvelder Jean-Jacques Eydelie bekende in zijn autobiografie dat hij en zijn ploegmaats van Marseille voor het begin van de finale een injectie kregen. Enkel de Duitse aanvaller Rudi Völler weigerde de injectie. Door de bekentenis van Eydelie eiste Adriano Galliani, vicevoorzitter van Milan, de trofee op.

Finale UEFA Champions League 1994

De UEFA Champions League finale van het seizoen 1993/94 is de tweede finale in de geschiedenis van de Champions League. De wedstrijd vond plaats op 18 mei 1994 in het Olympisch Stadion in Athene. AC Milan stond voor de tweede keer op rij in de finale. Ze namen het nu op tegen het "Dream Team" van FC Barcelona. Milan won met 4-0.

Barcelona had twee jaar eerder het tournooi gewonnen en AC Milaan voelde er weinig voor, om na de 1-0 nederlaag tegen Olympique Marseille in 1993, als eerste club twee finales achter elkaar te verliezen. Beide teams hadden hun halve finale overtuigend gewonnen, Barcelona tegen Porto, en AC Milan tegen Monaco. Allebei de clubs hadden dus hoop op een goede afloop.

Voor de finale werd Barcelona uitgeroepen tot topfavoriet. De Spaanse club onder leiding van trainer Johan Cruijff had omwille van zijn wervelend voetbal de bijnaam "Dream Team" gekregen. Het elftal leek onklopbaar, des te meer omdat Milan heel wat belangrijke spelers miste. Marco van Basten en jeugdtalent Gianluigi Lentini, toen de duurste speler ter wereld, waren geblesseerd. Aanvoerder Franco Baresi miste de wedstrijd door een schorsing, evenals Alessandro Costacurta.

Voor de wedstrijd had Barcelona trainer Johan Cruijff tegen iedereen die het wilde horen verteld dat zijn elftal superieur was, en met de getalenteerde Hristo Stojtsjkov in de gelederen had hij recht van spreken. Maar Milaan vertrouwde op zijn fantastische verdediging waar trainer Capello Desailly had aangetrokken ter vervanging van de weggevallen Franco Baresi.

Uiteindelijk was er nooit sprake van een echte wedstrijd. Niet dat Barcelona zo slecht was, maar het werd simpelweg van de mat gespeeld door een uiterst getalenteerde ploeg. De Italianen speelden compact en georganiseerd en in Dejan Savicevic hadden ze de man van de wedstrijd in hun midden. Terwijl Stojtsjkov de bokkenpruik had opgezet, draaide Savicevic Ronald Koeman en de Barelona verdediging helemaal dol door in de eerste helft twee doelpunten van Daniele Massaro voor te bereiden en zelf voor een prachtige derde goal te tekenen.

Nog binnen het uur zorgde Desailly voor een vierde treffer, waarmee de zaak beklonken was. AC Milaan won met 4-0. Het is de grootste zege ooit in een finale van de Champions League.

De zware nederlaag van Barcelona betekende ook het symbolisch einde van het "Dream Team". Cruijff verloor veel krediet door de nederlaag en werd twee jaar later aan de deur gezet. Marcel Desailly had de Champions League al gewonnen als speler van Olympique Marseille. Hij werd de eerste speler die het toernooi twee keer op rij won én met twee verschillende clubs.

1994: AC Milaan vernedert Barcelona in de CL finale met 4-0.
foto: onbekend

Wedstrijdgegevens:
18 mei 1994
AC Milan 4 – 0 FC Barcelona
Doelpunten: Massaro 22′, 45+2′, Savicevic 47′, Desailly 58′
Olympisch Stadion, Athene
Toeschouwers: 70.000
Scheidsrechter: Philip Don (Engeland)

AC Milan:
1 Sebastiano Rossi, 2 Mauro Tassotti , 6 Paolo Maldini (84′), 5 Filippo Galli, 3 Christian Panucci, 9 Zvonimir Boban, 8 Marcel Desailly, 4 Demetrio Albertini, 7 Roberto Donadoni, 10 Dejan Savicevic, 11 Daniele Massaro.
Wisselspelers: 12 Mario Ielpo, 13 Stefano Nava (84′), 14 Angelo Carbone, 15 Gianluigi Lentini, 16 Marco Simone.
Coach: Fabio Capello

FC Barcelona:
1 Andoni Zubizarreta, 2 Albert Ferrer, 4 Ronald Koeman, 5 Miguel Ángel Nadal, 7 Sergi (73′), 6 José Mari Bakero, 3 Josep Guardiola, 9 Guillermo Amor, 8 Hristo Stoichkov, 10 Romário, 11 Txiki Begiristain (51′)
Wisselspelers: 12 Juan Carlos, 13 Carles Busquets, 14 Eusebio Sacristán (51’0,
15 Ion Andoni Goikoetxea, 16 Quique Estebaranz (73′)
Coach: Johan Cruijff

In het seizoen erna schopte Milan het opnieuw tot in de finale, maar daarin was Ajax te sterk (0-1). Daarmee was het uit met Milans heerschappij. Van Basten moest zich door blessureleed terugtrekken, Baresi werd een dagje ouder, en ook toppers als Roberto Baggio en George Weah konden de club geen nieuwe Europese successen bezorgen.

Nederlanders bij AC Milan

Milan heeft een aardige recente historie wat Nederlandse werknemers betreft. Marco van Basten en Ruud Gullit waren in het seizoen 1987/88 de eerste Nederlanders die uit- kwamen voor AC Milan. Zij kregen een jaar later gezelschap van Frank Rijkaard, die zich bij de club voegde na een mislukt avontuur bij Sporting Lissabon en een huurperiode bij Real Zaragoza.

De dertien eerdere Nederlanders van AC Milan

Marco van Basten 1987-1993 Duels:147 Goals:90
Winston Bogarde 1997/1998 Duels: 3 Goals: 0
Edgar Davids 1996-1997 Duels: 19 Goals: 0
Harvey Esajas* 2004-2005 Duels: 0 Goals: 0
Ruud Gullit 1987-1993/1994/1995 Duels: 125 Goals:38
Patrick Kluivert 1997/1998 Duels: 27 Goals: 6
Michael Reiziger 1996/1997 Duels:10 Goals: 0
Frank Rijkaard 1988-1993 Duels: 142 Goals: 16
Clarence Seedorf 2002-2012 Duels: 300 Goals: 47
Jaap Stam 2004-2006 Duels: 42 Goals: 1
Klaas-Jan Huntelaar 2009/2010 Duels: 30 Goals: 7
Urby Emanuelson 2011- Duels: 40 Goals: 2
Mark van Bommel 2011/2012 Duels: 39 Goals: 0

* speelde geen competitieduels voor AC Milan, maar heeft wel één Italiaans bekerduel op zijn naam staan voor de Rossoneri

De Tulp Faas Wilkes (in het wit) de eerste Nederlandse voetballer in Italiaanse dienst.
foto: onbekend

Van de 45 Nederlanders die tot en met dit seizoen éé of meerdere seizoenen in de Serie A zijn uitgekomen, is Faas Wilkes de eerste die de overstap naar het land van de pizza en pasta maakte. Na een succesvolle dienstperiode bij het Rotterdamse Xerxes haalde Internazionale hem in 1949 naar Milaan.

Hiermee werd hij pas de vierde Nederlandse voetballer ooit die zijn wedstrijden in het buitenland zou ggaan spelen. De transfer naar de Nerazzurri blijkt een succes. Voor in 1952 aan Torino te worden verkocht, scoort Wilkes namens Inter 47 maal in 94 duels en krijgt hij de bijnaam Il Tulipano, de tulp. Een koosnaam die jaren later ook zou worden omarmd door onder anderen Ruud Gullit (El Tulipo Negro).

Bronnen en referenties
wijzijnvoetbal.nl, jessewieten.wordpress.com, Trouw, Voetbal International, tussendelinies.nl, betweters.nl, italieblogse.nl