(8) 25 november 1953. Engeland – Hongarijje (vriendschappelijk) 3-6

Magische Magyaren vernederen Engeland.

Magische Magyaren is de bijnaam van het zeer succesvolle Hongaarse nationale voetbalelftal uit de periode 1950-1956. In Hongarije staat het team bekend als het Aranycsapat (Gouden Team). Veel indruk maakte in 1953 de sensationele winst van Hongarije in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Engeland. De Engelsen verloren op Wembley de Match of the Century met 6-3, de eerste thuisnederlaag van het Engelse nationale elftal in dertig jaar. Puskás scoorde twee maal in deze wedstrijd, die hij later het hoogtepunt van zijn loopbaan noemde. Nog erger werden de Engelsen vernederd in de return, die de Hongaren in Boedapest wonnen met 7-1. Na de overwinning op Engeland werden de Hongaren, met naast aanvoerder Puskás onder andere Sándor Kocsis en Zoltán Czibor, gezien als het sterkste elftal ter wereld. De smadelijke nederlaag met 7-1 nog altijd het zwaarste verlies van het Engelse nationale team.

Het Hongaarse Nationale Team, ‘The Golden Team‘, verwierf legendarische bekendheid tussen 1950 en 1954 door vier jaar ongeslagen te blijven. In die periode werden 32 wed- strijden gespeeld, waarvan 28 gewonnen en 4 in een gelijkspel eindigden. Ze zouden hun briljante prestaties nog twee jaar voortzetten, zodat vanaf 4 juni 1950 tot februari 1956 Hongarije slechts één nederlaag leed: de finale van de Wereldbeker 1954. Tot aan de revolutie in november 1956 werden zij nog slechts driemaal verslagen, waaronder éénmaal tegen België, en hadden ondertussen opnieuw een reeks van 18 ongeslagen wedstrijden neergezet. En bekijkt men de periode van 8 mei 1949 tot 14 oktober 1956, dan komt men aan 70 wedstrijden, waarvan 54 gewonnen, 11 gelijke spelen en slechts vijf (!) nederlagen. Van een formidabele reeks gesproken…

De uitnodiging

Na de overwinning van het Hongaarse team in Helsinki tegen Zweden met 6-0, had Stanley Rous, de secretaris generaal van de Engelse Voetbalbond, tegen Sebes Gusztáv gezegd: "That game was quite simply fascinating, I invite your team to Wembley Stadium". Hij had er beter aan gedaan hier tweemaal over te denken alvorens de Hongaren uit te nodigen. Sebes, naast trainer ook vice-voorzitter van het Sportcomité, aanvaarde moedig deze uitdaging, terwijl hij de toestemming nodig had van de Communistische Partij, die de sport in een ijzeren greep hield. Maar alles kwam in orde, de wedstrijd zou doorgaan.

Het intellectuele Hongaarse voetbal uit 1953

De formaties die elkaar op die novemberavond 1953 in Wembley ontmoetten, konden nauwelijks meer verschillend zijn. Het Engelse team speelde snel, fysiek, open en ging direct op het doel af. Alle ballen naar de fysiek sterke en bonkige spits. Het Hongaarse team ging omzichtiger te werk. Op de tast in een  richting die in zijn algemeenheid tot een doelpunt zou kunnen leiden. De Engelsen trokken een sprint alsof ze voor sluitingstijd van de pub nog een pint of bitter naar binnen moesten tikken. De Hongaren namen bij wijze van spreken de opties door in een koffiehuis te Boedapest, bladerden door de kranten  en gingen langs lijnen der geleidelijkheid op weg naar het doel waar de cerebrale spits die geen spits wil zijn het beslissende zetje aan de bal gaf.

Zo’n wedstrijd dus. Alleen al de rugnummers brachten de Engelsen in complete ver- warring. Hun verdedigende linie had behoefte aan een ordentelijke volgorde waarin tegenstanders voor het doel konden verschijnen maar dat comfort boden de Hongaren niet. Sterker, de rugnummers klopten niet met de verwachtingen van de verdedigers.  De Engelsen begrepen ook niet wat hun stopperspil moest doen wanneer de ‘spits’ van die Hongaren maar bleef verdwijnen richting middenlijn. En zo werd het een memorabele match. De Engelsen kregen klop met 3-6. Dat was niet eens het ergste. Erger  was eigenlijk het diepe gevoelde besef dat het Engelse voetbal ergens de afslag had gemist, dat al dat rennen en draven totaal was overklast door een elftal met intellectuele aspiraties. Een elftal dat dacht en het spel baseerde op een aanvalsplan. Jonathan Wilson heeft hier trouwens een prachtig boek over geschreven. 

1953: Engeland – Hongarijje 3-6
foto: onbekend

En reeds vóór de wedstrijd bleek hun onderschatting uit wat Billy Wright naderhand vertelde: "Wanneer we het veld van Wembley opstapten, naast het bezoekende team, keek ik naar beneden en noteerde dat de Hongaren vreemde lichtgewicht schoenen aanhadden, zoals pantoffels uitgesneden onder de enkel. Ik zei tegen Stan Mortensen: Het is in orde Stan, zij hebben niet eens de gepaste uitrusting".

Een nieuw soort voetbal

Maar al vlug bleek dit een totaal verkeerde inschatting. De Hongaren waren helemaal niet onder de indruk van op Wembley te spelen en na slechts 50 seconden scoorde Hidegkuti reeds een eerste goal. De bezoekers brachten een totaal nieuwe visie van het voetbal naar Wembley. Hun 4-2-4 systeem, ontwikkeld door Bukovi Márton, de Hongaarse trainer van MTK Hungária FC, werd door trainer Sebes in de nationale ploeg ingevoerd en aangepast. Het systeem was er in de eerste plaats op gericht spelers zonder bal voortdurend in beweging te houden.

Hongarije walste naar een 3-6 overwinning en de Engelsen dienden hun spelmethode volledig te herdenken. De nederlaag zou een blijvend effect hebben op al wie de wedstrijd gezien had. En de eindstand flatteerde Engeland nog. Hongarije noteerde 35 doel- pogingen, Engeland vijf. Volgens The Times werd Engeland achtergelaten als ‘Strangers in a Strange World‘.

Één van de velen tussen de toeschouwers was de jonge Sir Bobby Robson (voormalig trainer van o.m. PSV), die achteraf op BBC One verklaarde: "Wij zagen een spelwijze, een speelsysteem dat wij voordien nooit gezien hadden. Geen enkele speler betekende iets voor ons. Wij kenden Ferenc Puskás niet. Al deze fantastische spelers kwamen als van Mars, wat ons betrof. Zij kwamen naar het onverslagen Engeland en het zou een 3-0, 4-0 of 5-0 vernietiging worden van een klein landje, dat pas in het Europees voetbal opkwam. Zij noemden Puskás ‘The Galloping Major‘ omdat hij bij het leger was (hij was toen nog geen majoor, dat kwam pas later). Hoe kon deze vent, een Hongaarse soldaat, ons ooit in Wembley komen verslaan? Maar de manier waarop zij speelden, hun briljante techniek en bedrevenheid, haalden onze WK-opstelling (3-2-2-3) helemaal onderuit in 90 minuten voetbal. Wij dachten hun team te kunnen vernietigen. Engeland en Wembley, dat waren de meesters, zij de leerlingen.”

Het draaide absoluut de andere kant uit. Engeland was verplicht te aanvaarden dat een ander land beter voetbal kon brengen dan zijzelf. Zij zouden dan ook hun voetbal stilletjes aanpassen met wat zij onthouden hadden van de Hongaren.

Engeland-Hongarijje een van de weinige momenten dat Engeland met Mortensen de Hongaarse keeper Grosics onder druk zet.
foto: Corbis/Hulton-Deutsch collectie

Het gezicht van het voetbal zou zich ontwikkelen naar een 4-4-2 opstelling, tegenwoordig toegepast door veel teams over de hele wereld. In 1966 zou Engeland met dit systeem wereldkampioen worden.

Wanneer het nodig was dan vielen de centrale middenvelder en de linksmidden, in casu Lóránt en Zakariás, terug tussen de twee verdedigers, Buzánszky en Lantos. Anderzijds versterkten de buitenspelers, Budai en Czibor, dan het middenveld, naast Bozsik, terwijl midvoor Hidegkuti, die een zwervende spits was, graag vanuit het middenveld het spel verdeelde en kwistig Kocsis en Puskás, de twee vooruitgeschoven spitsen, met heerlijke passen kon lanceren. Het resultaat was een 4-4-2 systeem avant-la-lettre. En zoals Buzánszky later verklaarde, was het niet zo erg dat zij een doelpunt tegen kregen, zij maakten er dan eenvoudig eentje meer, zo simpel was dat.

Nooit was er zoveel talent aanwezig in één ploeg. Grosics, Bozsik, Hidegkuti, Kocsis en Puskás waren de steunpilaren van een droomelftal. En zij waren bovendien goed omringd. En het systeem was perfect.

Wedstrijd van de eeuw

Scheidsrechter was de Nederlander Leo Horn. Engeland had gedurende negentig jaar niet één keer op Wembley van een continentaal elftal verloren. Hongarije, door de verraste Engelsen omgedoopt tot Magic Magyars, scoorde binnen een minuut en blufte onder leiding van The Galloping Major Puskas de Engelsen in alle facetten van het spel af. Van een gelijkopgaande partij was geen moment sprake. De statistische gegevens brengen het sterkste getuigenis: de Engelsen (met de beroemde Stanley Matthews) schoten vijf keer op doel en scoorden drie keer; de Hongaren schoten 35 maal op doel, waarvan 21 keer op doel en zes keer raak.

De score had en moest zelfs hoger uitvallen dan de 3-6, zo groot was het krachtsverschil tussen de Engelsen en de Hongaren. De tactiek en techniek van de Hongaren waren buitenaards en nog nooit eerder op een voetbalveld vertoond. De 80.000 toeschouwers in Wembley keken geschokkeerd en ademloos toe naar het fluwelen spel waarmee Engeland onder het gras werd begraven. Een Engelse legende, Sir Tom Finney, die die dag op het veld stond verklaarde: Het was het beste nationale elftal waar ik ooit tegen heb gespeeld. Het was alsof je racepaarden tegen werkpaarden liet racen.

"Industrie versus kunst", vertolkte de Britse pers zijn bewondering. In deze aangename smeltkroes van maatschappelijke en sportieve euforie waande Hongarije zich al (ten onrechte, zou blijken) wereldkampioen. 

Gil Merrick, Englands doelman en William Eckersley kijken toe bij het 2e doelpunt van Hongarijje.
foto: Daily Mail

Wedstrijdgegevens:
23 november 1953
Engeland – Hongarijje 3-6
Doelpunten: 1′ Hidegkuti 0-1, 15′ Sewell 1-1, 20′ Hidegkuti 1-2, 22′ Puskás 1-3, 28′ Puskás 1-4, 38′ Mortensen 2-4, 50′ Bozsik 2-5, 53′ Hidegkuti 2-6, 57′ Ramsey 3-6 (penalty).
Wembley stadion, Londen
Scheidsrechter: Leo Horn, bijgestaan door J. Bronkhorst en K. Schipper (Nederland)

Hongarije:
Grosics Gyula (Gellér Sándor 80′), Buzánszky Jenõ, Lantos Mihály, Bozsik József, Lóránt Gyula, Zakariás József, Budai II László, Kocsis Sándor, Hidegkuti Nándor, Ferenc Puskás, Czibor Zoltán.
Wisselspelers: Gellér Sándor, Sándor Károly, Várhihi Pál, Tóth II József, Czordás Lajos, Palotás Péter, Kovócs Imre.
Trainer: Sebes Gusztáv.

Engeland:
Gil Merrick, Alf Ramsey, Bill Eckersley, Billy Wright , Harry Johnston, Jimmy Dickinson, Stanley Matthews, Ernie Taylor, Stan Mortensen, Jackie Sewell en George Robb.
Trainer: Walter Winterbottom.

23 mei 1954. Hongarijje-Engeland 7-1!

Het ergste voor Engeland moest echter nog komen. Dit vroeg om wraak en in mei 1954 reisde de Engelse ploeg af naar Boedapest voor de terugwedstrijd. De Hongaren zouden hen daar met 7-1 verpletteren. Nog altijd het zwaarste verlies van het Engelse nationale team.

Sandor Popovics wordt in 1939 geboren in Keszthely aan het Balatonmeer, op twee- honderd kilometer van Boedapest. Hij groeit op in de glorietijd van het Hongaarse voetbal en wordt zelf prof. In 1960 ontvlucht hij het communistische regime, en via het Duitse Fürth komt hij terecht bij Sparta. In de jaren zeventig wordt hij trainer van onder meer SVV, Waregem, De Graafschap, NEC en in 1994 van MTK Boedapest, waarvoor hij zich tegenwoordig vanuit zijn woonplaats Roosendaal bemoeit met de jeugdopleiding.

Hij vertelt: " Maar ik was op 23 mei 1954 in het NEP-stadion in Boedapest, honderd- duizend toeschouwers. Klopten we de Engelsen met 7-1! Vergeet ik nooit. Puskas neemt de bal op de linkervleugel en begint in de breedte van het veld te dribbelen, tegen alle voetbalwetten in. Zijn tegenstander, Billy Wright, volgt hem. Dan stapt Puskas op de bal zodat die stil ligt, en loopt zelf door. Wright mee. Vijf meter verder klopt Puskas hem op z’n schouder. De bal is daar hoor. Kon Wright nog net zien hoe Kocsis scoorde. Schitterend! Iedereen sprak van de Hongaarse tovenaars. We waren de beste op de wereld!”"

23 mei 1954. Het scorebord vermeld 7-1 …voor Hongarijje
foto: Wikipedia

De supersterren

De twee grote sterren van het elftal waren de aanvallers Ferenc Puskás(aanvoerder) en Sándor Kocsis, later respectievelijk nummer één en twee bij de verkiezing van Hongaars Voetballer van de Eeuw. De Galloperende Majoor Puskás speelde 85 interlands en scoorde daarin 84 keer, Het Gouden Hoofd Kocsis kwam in 68 interlands tot 75 doelpunten waarvan zeven hattricks.

Een grote reputatie hadden verder doelman Gyula Grosics, middenvelder Jósef Bozsik en de aanvallers Zoltán Czibor en Nándor Hidegkuti. Overigens maakte één Hongaarse sterspeler uit de jaren vijftig geen deel uit van dit succesvolle team: Ladislao Kubala. Kubala was al in 1949 uit Hongarije gevlucht en maakte begin jaren 50 carrière in Spanje. Na 1956 zouden verschillende sterren van het Gouden Team hem volgen.

23 mei 1954. Puskas met de 7-1 tegen Engeland
foto: onbekend

Einde van het "Gouden Team"

Het `Gouden Team’ teerde op tactische rijkdom, technisch vernuft en improvisatorische verbeelding. Puskas, Kocsis, Hidegkuti en Boszik dicteerden het tempo en doceerden het spel. Hongarije veroverde de wereld en won in 1952 in Helsinki de gouden medaille op de Olympische Spelen. In de donkerste dagen van het stalinisme gold Puskas als de mach- tigste man van Hongarije. De dictatuur misbruikte Puskas’ populariteit, terwijl hij tegelijk subtiel tegen de schenen van het systeem schopte. In Puskas on Puskas beschrijft Rogan Taylor hoe de machtelozen hem liefkozend `Oczi‘ noemden, broer van de kinderen, met wie hij op straat bleef voetballen.

In 1953 kantelde een tijdperk. Jozef Stalin stierf, in Oost-Berlijn werd de arbeidersopstand in bloed gesmoord, maar aan de boorden van de Donau brachten werknemers uit de staalindustrie de pedante stalinistische partijleider Rakosi ten val. In zijn plaats kwam de joviale en zachtaardige plattelandsprofessor Imre Nagy aan het roer. Nagy vereerde Puskas. Hij droomde van een socialisme met een menselijk gezicht, dat meer brood bracht voor de arbeider, meer land voor de boer en meer vreugde voor de burger.

1953: Het Hongaarse Wembleyteam voor aanvang van de wedstrijd:
Puskás Ferenc, Grosics Gyula, Lóránt Gyula, Hidegkuti Nándor, Buzánszky Jeno, Lantos Myhály, Zakariás József, Czibor Zoltán, Bozsik József, Budai II László en Kocsis Sándor.
foto: MLSZ

Het Hongaarse voetbal liet in 25 november 1953 de oude vormen en gedachten sterven in de meest bijzondere wedstrijd van de twintigste eeuw: Engeland-Hongarije. Imre Nagy was intussen té populair geworden. Het experiment van twintig maanden hoopvolle Hongaarse omwentelingen liep in 1955 te pletter op de Chroetsjov-complotten van het Kremlin. In de herfst van 1956 kwamen de schrijvers als eersten in opstand. De pen trotseerde het zwaard. Op 23 oktober haalden in extase verkerende Hongaren ten faveure van Nagy het standbeeld van Stalin neer en rekenden af met het stuurse schrikbewind van de Sovjets. De schrijvers verstopten het primitieve verlangen van studenten en arbeiders in één gedachtentinteling: vrijheid. Op 8 november 1956 ratelden de Russische tanks over de Boulevard der Martelaars. De stille straten van Boedapest likten de littekens van hun verzet.

Ferenc Puskas, die op een internationale tournee was, sloeg op de vlucht. De wereld- voetbalfederatie FIFA strafte hem met een wereldwijd verbod van achttien maanden. Puskas bleef achter in Spanje, waar hij vervolgens voor Real Madrid ging spelen en daar met Di Stefano en Gento nog vele internationale triomfen vierde. De communisten vermoordden Imre Nagy en wierpen hem in een anoniem massagraf. Het Gouden Team was dood.