(9.) 1954 – Invoering profvoetbal

Amateurs worden Prof

Eind jaren veertig en begin jaren vijftig verlaten veel topvoetballers de Nederlandse competitie voor een buitenlands avontuur. In het buitenland valt veel geld te verdienen met hun sport, terwijl zij in Nederland slechts als amateur het veld in mogen. Het vertrek uit het vaderland heeft voor de spelers tot gevolg dat ze niet meer voor het Nederlands elftal mogen uitkomen. De gevolgen voor Oranje zijn echter rampzaliger dan voor ‘de verraders’. Tussen november 1949 en oktober 1954 speelt het Nederlands elftal 28 wedstrijden, waarvan er 22 worden verloren, drie gelijkgespeeld en slechts drie gewonnen.

Hoewel de meeste landen in West-Europa al snel na de Tweede Wereldoorlog het betaald voetbal invoerden, was voetbal in Nederland tot 1954 een amateursport, al was het in de voetbalwereld een publiek geheim dat er wel degelijk spelers werden betaald. Toen Sparta in 1947 bijvoorbeeld zowel Wim Landman van Neptunus als Rinus Terlouw van DCV overnam, dienden beide clubs een klacht in bij de KNVB omdat Sparta beide spelers financiële toezeggingen zou hebben gedaan. De beschuldigingen werden niet bewezen maar DCV trok helemaal aan het kortste eind: tijdens het onderzoek van de voetbalbond kwam aan het licht dat DCV zelf aan illegale betalingen deed.

Rinus Terlouw scoort in eigen doel tijdens de vriendschappelijke wedstrijd België-Nederland, 4 april 1954
foto: onbekend

De discussie in en rond de KNVB over het wel of niet betalen van voetballers woedde in die tijd in ieder geval al enkele decennia. De voetbalbond wilde hiervan lange tijd niets weten, omdat ze meende dat de sport zou verloederen als de spelers er geld mee konden ver- dienen. Voorstanders vroegen zich juist af waarom de bond en de clubs wél mochten verdienen aan de betalende toeschouwers en de spelers niet. Tenslotte werden er gewoon kaartjes verkocht, waarvan de opbrengsten naar de clubs en de KNVB gingen. Geen cent ging echter naar de voetballers zelf.

Vooral tijdens de economische crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw leverde dat schrijnende toestanden op. De KNVB verdiende tienduizenden guldens per week aan recettes, terwijl de spelers nergens werk konden vinden. De sporters zouden er maat- schappelijk een stuk beter voorstaan als ze een inkomen kregen, maar desondanks bleef het amateurvoetbal de standaard.

De aanleiding tot Nederlands profvoetbal

Op 1 februari 1953 wordt Zuid-West-Nederland getroffen door de watersnoodramp. Bijna 2000 mensen verdrinken en velen raken dakloos. De Franse bond biedt aan een benefietinterland te spelen, maar de KNVB weigert het aanbod, uit angst voor een vernederende nederlaag. Liever speelt de bond een extra interland tegen Denemarken, waarvan de opbrengst ten goede zal komen aan het Rampenfonds. Die wedstrijd vindt plaats op 7 maart en wordt, zoals gebruikelijk in die jaren, verloren. Het enige positieve resultaat van de wedstrijd is het bedrag van 200.000 gulden dat wordt opgehaald.

Omdat de KNVB het Franse aanbod naast zich neer heeft gelegd, kunnen de in het buitenland spelende profspelers wel op de uitnodiging ingaan. Initiatiefnemers Theo Timmermans en Bram Appel sturen, op advies van KNVB secretaris-penningmeester Lo Brunt, wel eerst een telegram naar paleis Soestdijk. Prins Bernhard toont zich namens het Koninklijk huis verheugd over het voorstel en dan gaat ook de KNVB overstag: de wedstrijd kan doorgang vinden. De KNVB staat dan overigens niet te juichen. Super-bondsbons Karel Lotsy heeft vooraf met louter minachting op het duel gereageerd. "Die wedstrijd interesseert geen hond" zegt Lotsy.

1953: De toss bij de Watersnoodwedstrijd Frankrijk-Nederland
foto: onbekend

Voor duizenden dolenthousiaste landgenoten zorgen de profspelers in het Parc des Princes in Parijs voor een daverende verrassing. De Fransen komen in de eerste helft volgens verwachting via Saunier op voorsprong, maar in de tweede helft zetten de Nederlanders de wedstrijd op z’n kop. Bertus de Harder scoort in de 67e minuut de gelijkmaker en de Oranjesupporters kunnen hun geluk niet op wanneer Bram Appel negen minuten voor tijd de winnende treffer binnen schiet. Een Nederlands elftal dat kan winnen!

In Parijs voert de KNVB de tegenwerking overigens nog zo ver door dat de Hollandse profs niet eens in het echte oranje shirt mogen spelen. Ze moeten het doen met wijnrode, leeuw-loze tricots. Wanneer Cor van der Hart na de sensationele overwinning voorstelt nog een tweede wedstrijd te spelen, tegen het officiële Oranje (dat van de amateurs), weigert de KNVB direct hierop in te gaan. De vrees bestaat dat in dat geval van Oranje gehakt wordt gemaakt.

De watersnoodwedstrijd van 12 maart 1953 wordt vaak gezien als de directe aanleiding voor de invoering van het betaald voetbal. De roep om profvoetbal werd groter, toen deze wedstrijd zichtbaar maakte dat de Nederlandse profs in de buitenlandse competities op een beduidend hoger niveau speelden, dan de beste amateurs van Nederland zoals die destijds in het Nederlands voetbalelftal speelden.

Wilde voetbalbond

Incognito wordt de KNVB, die met deze Watersnoodwedstrijd niets te maken wenst te hebben, op de tribune vertegenwoordigd door Lo Brunt. De secretaris-penningmeester kijkt zijn ogen uit. Ook de rest van voetbalminnend Nederland wordt wakker geschud.

Op dat moment bestaat de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond al. Eind 1949 worden hiervoor de eerste plannen gesmeed in ‘Bruinsveld’, een café in de Amsterdamse Eerste Oosterparkstraat. Het bestuur bestaat uit voorzitter Piet Swart (constructeur), vice-voorzitter Ben Broersen (schoenenverkoper), penningmeester Joop Bruinsveld (café-eigenaar), secretaris Joop van den Berg (vertegenwoordiger) en Harry van Lent (kleermaker).

KNVB-voorzitter Karel Lotsy, een verknocht amateur, ging de strijd aan met de wilde voetbalbond. Beroepsvoetballers waren in zijn ogen deserteurs, minderwaardige figuren en paria’s. Spelers die voor geld voetbalden, verspeelden voor altijd het lidmaatschap van de KNVB en mochten nooit meer voor Oranje uitkomen. Hij dreigde tegen beter weten in, want zijn principiële standpunt was gedateerd en werd door de vaderlandse topvoetballers totaal niet serieus genomen.

Het ‘wilde’ beroepsvoetbal blijkt al gauw een succes te zijn. Medio augustus 1954 beginnen tien profclubs aan hun competitie. Waar mogelijk werkt de KNVB tegen. Clubs die velden ter beschikking stellen worden zware straffen in het vooruitzicht gesteld. Maar toch wordt er gevoetbald door de nieuwe profs. Tien clubs (Alkmaar ’54, BVC Amsterdam, Fortuna ’54, De Graafschap, Den Haag, Rapid ’54, Rotterdam, Twentse Profs, Utrecht en Sportclub Venlo.) sloten zich aan bij deze Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB).

Er moesten natuurlijk ook scheidsrechters komen. Het viel niet mee deze te vinden. De beste scheidsrechters wilden wel (25 gulden per wedstrijd verdienen), maar bleven, wellicht uit angst, de KNVB trouw. Het was overigens een komen en gaan van spelers. Bijna elke week waren er bij de profs weer spelers bijgekomen. Er werd zelfs gebruik gemaakt van gastspelers.

Opmerkelijk was dat alle profclubs de beschikking hadden over uitmuntende keepers. Frans de Munck was natuurlijk de allerbeste. Maar wat te denken van Wim Lamdman, Piet Kraak, Herman van Raalte en Gerard Snabilie, de wereldkeeper van Alkmaar.

Overal in het land worden na 1953 onder auspiciën van de NBVB profclubs opgericht. In Amsterdam bouwen George Kiersch en later Dé Stoop aan de BVC Amsterdam. In Geleen zet een aannemer, Egidius ‘Gied’ Joosten, zijn schouders onder een nieuwe club. ‘De Zwarte’ zoals hij wordt genoemd, een voormalige verzetsstrijder, directeur van de Bouwmaatschappij Limburg, is de grondlegger van Fortuna ’54 waar Jan Notermans, Cor van der Hart en Frans de Munck op de loonlijst komen.

Maar tijdens een vergadering van de NBVB in 1953 in het Parkhotel in Amsterdam, benoemt Joosten zichzelf ook tot de voorzitter van de beroepsbond. Het verbouwereerde bestuur, in zijn ogen te licht bevonden, kan vertrekken. "Met pioniers is het in de geschiedenis altijd slecht afgelopen", krijgen zij te horen van de Limburger.

Joosten c.s. zorgen voor grote beroering binnen de KNVB. Niet alleen is er de dreiging van een ‘wilde’ competitie, ook zien de meeste eersteklassers hun beste spelers vertrekken naar profclubs. Dat geldt ook voor de toppers. ADO raakt in de zomer van ’54 bijvoorbeeld zeven spelers kwijt. De 36-jarige voorzitter van de Haagse club, Toon Martens, is in alle staten en wil de krachten bundelen. Hij belt collega Cor Kieboom van Feyenoord die er al net zo over denkt. Met Henk Zon (Excelsior) en Jos Coler (Sparta) wordt de afspraak gemaakt om een onderhoud aan te vragen met het bondsbestuur. Doel: de invoering van semi-profvoetbal in de KNVB.

De fusie tussen de KNVB en de NBVB

Naast verzet, is er ook veel waardering voor de profs, die de levenslange schorsing van de KNVB voor lief hebben genomen. Het publiek, in tegenstelling tot de media, kiest partij voor de wedstrijden van de wilde bond. De nieuwlichters spelen voor volle tribunes. Maar de clubs van de NBVB hebben desondanks moeite om de financiële huishouding rond te krijgen. Vandaar dat beide partijen heil zien in fusiebesprekingen.

Die worden vanaf begin in het geheim gevoerd. Uiteindelijk ging de KNVB in de zomer van 1954 overstag. In Bern, na de finale Duitsland-Hongarije (3-2) van het WK 1954, confronteren de prominente sportjournalisten Kick Geudeker en ir. Ad van Emmenes erevoorzitter Karel Lotsy met het voornemen van het bondsbestuur. "Is de KNVB overstag? Wat een lafaards", foetert de voormalige keuzeheer van Oranje. Geudeker en Van Emmenes verwerken deze reactie in hun beschouwingen, maar worden later in hun hemd gezet door de conservatieve Lotsy die alles ontkende. Gelukkig voor het duo had Herman Kuiphof het gesprek in het Wankdorfstadion opgevangen. Op verzoek van Van Emmenes zou hij later de reactie van Lotsy op papier zetten.

Ondertekening fusie KNVB-NBVB
foto: KNVB

Een tijdens de zogenaamde slaapkamerconferentie voorbereid akkoord leidde ertoe dat KNVB-voorzitter Hans Hopster en NBVB-voorzitter Egidius Joosten op 13 november 1954 de Vrede van Utrecht tekenden, waarbij beide bonden fuseerden.

Op 28 november 1954 werd een nieuwe profcompetitie gestart. Enkele NBVB-clubs werden opgeheven (Twentse Profs), fuseerden met KNVB-clubs (Utrecht en Elinkwijk; Venlo en VVV; Rapid en Juliana) of fuseerden met elkaar (Den Haag en Rotterdam vormden de club Flamingo’s die al snel werd omgedoopt tot Holland Sport).

Op die zondag van 28 november 1954 begint de top van Nederland in vier eerste klassen aan een nieuwe competitie betaald voetbal. Aan het eind ervan is er zowaar nog iets te juichen voor de KNVB. De vier afdelingskampioenen die aan de kampioenscompetitie van Nederland beginnen, zijn louter afkomstig uit de oude amateurhoek, vier Brabantse clubs: Willem II, NAC, PSV en Eindhoven. Willem II mag zich laten kronen tot de eerste semi-profvoetbalkampioen van Nederland.

Afscheid van de Zilveren Bal

De Zilveren Bal 1954/55 was de 53e editie van dit traditionele officieuze openingstoernooi van het voetbalseizoen. Het was tevens voor het laatst dat het toernooi om de Zilveren Bal deze status had. De invoering van het profvoetbal maakte een einde aan dergelijke genoeglijkheidstoernooien. Nu de clubs hun spelers moesten betalen kon het niet meer uit om aan toernooien mee te doen waar slechts reis- en verblijfskosten werden vergoed. Het Venlose VVV was zwaar getroffen door de oprichting van de NBVB en had vele spelers verloren aan de nieuwe profclub uit Venlo, Sportclub Venlo ’54. Desalniettemin werden de Limburgers de laatste winnaars van de historische Zilveren Bal. In een finale tegen een met een piepjonge Coen Moulijn uitkomend Xerxes bleef VVV met 3-1 aan de goede kant van de score.

Eerste wedstrijd tussen twee profclubs in Nederland

Het Nederlandse voetbal kent zodoende enkele maanden twee (prof)competities. Want in het weekeinde van 14 augustus is ook de NBVB-competitie losgebarsten. Met fanfare- geschal wordt op het gemeentelijk sportpark op 14 augustus 1954 in Alkmaar voor elfduizend toeschouwers de eerste betaald voetbalwedstrijd gespeeld tussen Alkmaar en Venlo. Met de wedstrijd tussen de Noordhollandse Profclub Alkmaar ’54 en de Profclub Venlo werd de aftrap gegeven voor een vermaaksindustrie die ooit miljoenen voetbal- liefhebbers zou boeien.

Het Gemeentelijk Sportpark Alkmaar is op zaterdag 14 augustus 1954 afgeladen voor het duel tussen de bijeengeharkte profteams van Alkmaar en Venlo.

Sommige sportjournalisten lopen voorop waar het om steun voor deze noviteit gaat. Zij willen graag iets nieuws, iets beters. In de laatste jaren van het amateurisme is de kwaliteit van het spel in Nederland naar een bedroevend niveau gezakt.

14 augustus 1954: De keeper van Alkmaar Snabilie duikt naar de bal, terwijl Peggeman de weg afsnijdt van de aanstormende aanvaller van Venlo.
foto: onbekend

Deze wedstrijd, in Alkmaar bekend als de pontwedstrijd eindigde in een 3 – 0 overwinning voor de ploeg uit Alkmaar. Klaas Smit was de eerste doelpuntenmaker en scoorde hiermee de eerste goal in het betaald voetbal in Nederland. Volgens Gerrit Valk in zijn boek AZ is de naam was deze wedstrijd, gespeeld in Wassenaar, bedoeld om na te gaan of Alkmaar ’54 wel in de NBVB-competitie thuishoorde.

De Noordhollanders die de wedstrijd wonnen incasseerden veertig gulden per speler. De KNVB, toen een bond met 350.000 leden, houdt er aanvankelijk andere honoraria op na: twintig gulden voor een wedstrijd, vijf gulden per training met een maximum van vijftien gulden per week. Later worden de betalingen uit concurrentie-oogpunt vrijgelaten. Ajax geeft dertig gulden voor een gewonnen wedstrijd.

Herstart competitie

Nadat beide bonden fuseerden werd besloten om een herstart te maken van de eerste klassen. Alle 56 clubs werden willekeurig ingedeeld in een van de vier poules. Aan het eind van het seizoen speelden de vier kampioenen play-offs om het landskampioenschap. De 9 hoogst geklasseerde clubs spelen in het seizoen 1955/56 in de Hoofdklasse en van daaruit in het daaropvolgend seizoen in de Ere- of Eerste divisie. Alle overige clubs werden voor het volgende seizoen ingedeeld in de eerste klasse.

Willem II de eerste Nederlands kampioen

Aan het eind van het seizoen 1954/’55 vormen de vier afdelingskampioenen een Brabants kwartet. EVV Eindhoven, NAC, PSV en Willem II strijden in de kampioenscompetitie om de landstitel, die uiteindelijk door Willem II wordt behaald. De derde in de historie van de club.

1955. De kampioensploeg van Willem II

De spelers die voor dit succes zorgen, zijn: Chris Feijt, Jan Smolders, Jo Mommers (in de kampioenscompetitie vanwege een beenbreuk vervangen door Piet van Bladel), Rinus Formannoy, Frans van Loon, Piet van Beers, Piet de Jong, Sjel de Bruyckere, Jan van Roessel, Jan Brooijmans en Toon Becx. De succesvolle Willem II-formatie bestaat uit: Cees Botermans, Janus Wagener, Piet van Beers, Jef Mertens, Frans van Loon, Rinus Formannoy, Jo Mommers, Piet de Jong, Sjel de Bruyckere, Jan van Roessel en Toon Becx, met Gerrit Verreyt als vaste invaller.

Landskampioenschap voetbal 1955/56

Het was het tweede seizoen van het betaald voetbal in Nederland en de laatste editie van een kampioenscompetitie voor de oprichting van de Eredivisie.

In de hoofdklasse B was Elinkwijk bovenaan geëindigd, en Rapid JC en Sportclub Enschede deelden de tweede plaats. Rapid en Enschede speelden een beslissingswedstrijd om uit te maken wie in de kampioenscompetitie mocht meespelen. In die wedstrijd stond het na 90 minuten 4-3 voor Rapid. Nadat de wedstrijd was afgefloten, meldde de grensrechter dat een speler van Rapid hands zou hebben gemaakt, en de scheidsrechter kende Enschede alsnog een penalty toe. Deze werd benut, en in de verlenging maakte Enschede de 4-5. Rapid protesteerde tegen de uitslag, en voor de commissie van de KNVB verklaarde de grensrechter dat hij niet zeker wist of het hands was of niet, en het
protest van Rapid werd gehonoreerd zodat Rapid naar de kampioenscompetitie ging.

De kampioen van de hoofdklasse A Sparta en de nummer 2 NAC en ook de kampioen van B met Elinkwijk en de nummer 2 Rapid JC maakten in deze kampioenscompetitie uit wie zich kampioen van het Nederlandse betaalde voetbal mocht noemen. Rapid JC bleek uiteindelijk de sterkste en mocht zich voor het eerst in haar bestaan landskampioen noemen van het (officiële) betaald voetbal in Nederland.

Seizoen 1956-1957. Landskampioen Rapid JC tegen MVV 1-1
foto: onbekend

De Eredivise

Er zou ook een einde komen aan het bestaan van twee gewestelijke hoofdklassen. Vanaf 1956 was er nog maar één hoogste niveau: de Eredivisie. Voor de ongeveer 80 betaaldvoetbalclubs werd de volgende, landelijke, competitiestructuur opgezet:

Eredivisie
Eerste divisie
Tweede divisie

Tot 1966 bestond de tweede divisie meestal nog wel uit twee gewestelijke afdelingen (A en B). In het begin van de jaren zeventig werd het profvoetbal in Nederland grondig gesaneerd. De belangstelling voor de laagste divisie van het betaald voetbal was niet groot en dat leidde tot veel geldproblemen bij die clubs. Veel van die semi-profclubs verdwenen in zijn geheel of gingen verder bij de amateurs. Andere fuseerden tot nieuwe profclubs. De tweede divisie werd in 1971 opgeheven.

Sinds 1996 is het in Nederland voor voetbalclubs in de eredivisie verplicht om over een stadionveld met een vorm van veldverwarming te beschikken. Hiermee wordt in de meeste gevallen voorkomen dat wedstrijden wegens weersomstandigheden moeten worden afgelast, wat veel inkomstenderving voor clubs betekende. In 1999 trad de "CAO voor Contractspelers Betaald Voetbal" in werking. De cao werd ingesteld om te voorkomen dat contractspelers op basis van de in dat jaar ingevoerde Wet flexibiliteit en zekerheid (Flexwet) een vast dienstverband konden krijgen. Met een vast dienstverband zouden voetballers, met inachtneming van de opzegtermijn, hun contract kunnen opzeggen en dus transfervrij zijn.

Coen Dillen eerste eredivisie topscorer seizoen 1956/1957

In het seizoen 1956/1957 scoorde Dillen, bijgenaamd Het Kanon, 43 keer, wat tot heden nog steeds een record is. Hij had reeds het seizoen daarvoor zijn intrede in de rij der schutters gedaan met 27 goals. Hij stond bekend om fantastische kogels en "knalharde" kopstoten.

In het seizoen 1956/1957 scoorde Coen Dillen (midden) 43 keer, wat tot heden nog steeds een record is.
foto: onbekend

In totaal speelde hij 483 wedstrijden (waarvan 328 competitiewedstrijden) voor PSV. Daarin wist hij 429 keer (287 competitiedoelpunten) te scoren. Dillen speelde vijf interlands, waarin hij vier maal scoorde.

Verdwenen clubs uit het betaald voetbal

Veel clubs verdwenen uit het betaald voetbal. Soms bestaan ze nog als amateurclub, soms zijn ze helemaal verdwenen. Wat rest is het stadion als tastbare herinnering.

Achilles ’29 (2013-heden), Alkmaar ’54 (1954-1967), SC Amersfoort (1973-1982), BVC Amsterdam (1954-1958), FC Amsterdam (1972-1982)
De Baronie (1955-1971), Be Quick (1954-1964), Blauw-Wit (1954-1972),Brabantia (1954-1955), BVV (1954-1967)
DFC (1954-1972), DHC Delft (1954-1967), DWS (1954-1972),DOS (1954-1970),DOSKO (1955-1959), SC Drente (1966-1971)

EBOH (1954-1962), HFC EDO (1954-1971 ), Elinkwijk (1954-1970), Emma (1954-1958). SC Enschede (1954-1965), Enschedese Boys (1954-1965)
Fortuna ’54 (1954-1968),Fortuna Vlaardingen (1955-1974),Flamingo’s (1954-1955)
Go Ahead (1954-1971), ‘t Gooi (1954-1965), SC Gooiland (1965-1971), GVAV (1954-1971)

HFC Haarlem (1954-2010), Helmond (1956-1962), Helmondia ’55 (1955-1967), Helmond Sport (1967-heden), Hermes DVS (1954-1971), FC Hilversum (1955-1968), Holland Sport (1964-1971), HVC (1954-1973)
KFC (1955-1964)
VV Leeuwarden (1954 – 1964), SV Limburgia (1954-1971), LONGA (1954 – 1965)

Wedstrijd tussen twee verdwenen voetbalclubs: Holland Sport tegen DHC
foto: onbekend

NOAD (1954-1961)
VV Oldenzaal (1955-1963), ONA (1955-1960), Oosterparkers (1954-1959)
Rapid ’54 (1954-1954), Rapid JC (1954-1962), RBC Roosendaal (1955-1971 & 1983-2011), RCH (1954-1971), Rheden (1955-1960), Rigtersbleek (1954-1961), Roda Sport (1954-1962). Rotterdam (1954-1955)

SHS (1955-1964), Sittardia (1956-1968), Stormvogels (1954-1963), SVV (1954-1991)
Tubantia (1955-1967), Twentse Profs (1954-1955)
UVS (1954-1962)

De Valk (1955-1961), SC Veendam/BV Veendam (1954-2013), Velocitas (1955 – 1960), Velox (1958-1970), SC Venlo (1954-1954), FC Vlaardingen ’74 (1974-1981), VC Vlissingen (1990-1991), De Volewijckers (1954-1972), VSV (1954-1963)
Xerxes (1954-1960 & 1962-1967), Xerxes/DHC’66 (1967-1968)
FC Zaanstreek (1964-1967), VCV Zeeland (1991-1992), SV Zeist (1955-1961 ), ZFC (1954-1971), Zwartemeer (1955-1966), Zwolsche Boys (1954-1969)

Bronnen en referenties
NRC, Volkskrant, sportgeschiedenis. nl, Trouw, KNVB.nl, kanaalridder.blogspot.com