(95) 2012: 1 juli Spanje voor 2e keer Europees kampioen

Koningen van het voetbal, koningen van Europa

Spanje werd in 1964 voor het eerst kampioen van Europa door in de finale in eigen land de Sovjet-Unie te verslaan (2-1). Daarna moest het lang wachten voor de opvolging van dit succes. Sinds het EK in 1960 zijn eerste editie beleefde, werd Spanje maar één keer kampioen (in 1964 in eigen land) en één keer tweede (in 1984). Weinig voor een grootmacht. Maar toen kwam de omslag. Spanje kroonde zich in 2008 voor de tweede keer tot Europees kampioen door Duitsland te verslaan. In 2012 lukte het het Spaanse voetbal- elftal om geschiedenis te schrijven door het EK 2012 te winnen dankzij de 0-4 winst op Italië. Spanje schreef geschiedenis door met champagnevoetbal van het zuiverste soort het EK in 2008, het WK in 2010 en het EK in 2012 te winnen. Iets wat nog nooit eerder is voorgekomen in de geschiedenis van het voetbal. Het Madrileense dagblad Marca omschreef dit als volgt; "Nog nooit won een team drie grote toernooien achter elkaar. Of je nu de voorkeur geeft aan het Brazilië van de jaren zeventig of het effectieve Duitsland van Franz Beckenbauer, feit is dat dit Spanje het beste land in de historie is."

Door middel van het zogenaamde tiki-taka-voetbal won het Spaanse nationale team twee EK’s en ééén WK. Verder zijn Real Madrid en Barça regelmatig te bewonderen in de finale van de Champions League en speelt de club uit Catalonië sinds het seizoen 2007/08 ieder jaar in de halve eindstrijd. Bovendien zijn de Spaanse teams recordhouder van elke Europese beker op de Supercup na.

Aan de Spaanse triomftochten lijkt maar geen einde te komen.

29 Juni 2008 kan de boeken in als de start van een Spaans tijdperk. Het tijdperk van Nederland vond plaats in dejaren ’70, Frankrijk had zijn beste periode rond de eeuw- wisseling en Brazilië won in 1958 en 1962 twee wereldkampioenschappen op rij. Op die memorabele dag in juni 2008 won Spanje de EK-finale met 1-0 van Duitsland. Fernando Torres gaf met zijn treffer in de 33e minuut min of meer een startsein voor jaren vol overwinningen voor de Spanjaarden. Barcelona pakte twee keer de Champions League in een korte periode en Del Bosque, de vervanger van Aragones, hielp Spanje aan nog twee grote prijzen: een EK en een WK.

Wellicht zijn er twee reden voor dit succes.

1. Het Bosmanarrest in 2003. Na het Bosmanarrest kregen spelers meer macht in contractonderhandelingen en geldt er vrij verkeer binnen de Europese Unie. Hierdoor kwamen er veel buitenlandse voetballers bij de Spaanse topteams terecht. De Spaanse bond vreesde dat de gevolgen voor de nationale teams niet te overzien zijn en talenten uit het vaderland geen kans meer krijgen. Daarom werd besloten dat er maximaal vier spelers van buiten de Europese Unie per club in de hoogste divisie gebruikt mogen worden.

Later werd dit aangescherpt naar maximaal drie niet-EU-spelers . Dat de regel niet zijn volledige effect heeft, blijkt uit de vele Argentijnse voetballers die zonder problemen bij de clubs spelen. Ook Messi kwam in aanmerking voor een Spaans paspoort en behoort daarom nu niet tot één van de 3 niet-EU-spelers.

2. De Spaanse voetbalopleiding. Twee van de belangrijkste Spaanse voetbalgebieden zijn Baskenland en Catalonië. Niet geheel verrassend breken er veel spelers door bij clubs uit die voetbalgebieden. Athletic Bilbao gaat wel heel ver. Alleen spelers uit Baskenland mogen voor de club uitkomen. In Catalonië heb je natuurlijk FC Barcelona, dat via haar jeugdopleiding al talloze spelers liet doorbreken.

29 juni 2008: Spanje wordt Europees kampioen

Spanje werd in 1964 voor het eerst kampioen van Europa door in de finale in eigen land de Sovjet-Unie te verslaan (2-1) en het stond in 1984 voor de tweede keer in de EK-finale, maar moest toen buigen voor het Frankrijk van Michel Platini (0-2).

Spanje onderging tijdens het EK 2008 een zelfde soort gedaanteverwisseling als Duitsland twee jaar daarvoor tijdens het WK. Het succes van Die Mannschaft leidde in 2006 tot een nieuw gevoel van vaderlandsliefde. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zwaaiden Duitsers weer zonder schroom met hun nationale vlag. De Spaanse voetbalploeg stond tot 2008 symbool voor de verdeeldheid in het land. Catalanen en Basken weigerden met de Spaanse geel-rode kleuren te zwaaien en lachten doorgaans om de sportieve mislukkingen van het nationale elftal.

Het Spaanse elftal op het EK van 2008
foto: onbekend

In de aanloop naar het EK van 2008 namen de Spanjaarden aanvankelijk een gereser- veerde houding aan. Terwijl in Nederland de Oranjegekte al voor de openingswedstrijd toesloeg, bleef het in Spanje rustig. De nationale supermarkten lokten hun klanten niet met Spaanse welpies of ‘Spanje-bier’. Maar naarmate het elftal van Aragones in het toernooi groeide, werd de verbondenheid van het volk met de voetballers alsmaar groter. De Catalanen keken ineens met trots toe hun ‘zonen’ als Carles Puyol, Xavi Hernandez en Cesc Fabregas hun bijdrage leverden aan het succes.

Aragones wist niet alleen een hechte groep te smeden van de zeer talentvolle generatie, maar hij liet zijn spelers ook nog eens modern en aantrekkelijk voetbal spelen. Spanje opende het toernooi met een klinkende 4-1 overwinning op het Rusland van Guus Hiddink. Spanje speelde daarna mindere wedstrijden tegen Zweden, Griekenland en Italië, maar bleef als enige ploeg van het toernooi ongeslagen. In de halve finale tegen Rusland speelde Spanje met fraai combinatiespel opnieuw de ploeg van Hiddink van de mat. Dit keer won Spanje alweer verdiend met 3-0.

David Villa passeert de Russische doelman Igor Akinfeev voor zijn tweede doelpunt tegen de Russen.
foto: onbekend

De finale van het Europees kampioenschap voetbal 2008 werd gehouden op 29 juni 2008 in het Ernst Happelstadion in Wenen. Duitsland, winnaar in 1972, 1980 en 1996, nam het op tegen Spanje. De zege van Spanje was verdiend, ook al speelde de ploeg van Luis Aragones niet zo indrukwekkend als in de halve finale, toen toernooiverrassing Rusland met 3-0 van de mat werd geveegd. Spanje hoefde zijn allerbeste spel niet naar boven te halen want Duitsland, met aanvoerder Michael Ballack ondanks zijn kuitlblessure gewoon aan de aftrap, bleek niet bij machte om het sterke Spaanse blok te ontwrichten, ook al ging Sergio Ramos al na amper drie minuten klungelen.

De rechtsachter van Real Madrid speelde veel te zwak in op een ploegmaat, Klose kon echter niet profiteren van het mistasten. Aan de overzijde ontsnapte Duitsland even later op zijn beurt aan een vroege achterstand toen een op Metzelder afgeweken bal net net in doel belandde.

Maar na een minuut of 20 begonnen de Spanjaarden aan hun opmars om in de 23ste minuut hun eerste kans te zien tegen gehouden worden door de paal … een gemiste kans voor Fernando Torres.

Torres had tot nu toe al twee kansen gehad en beide gemist, het wachten was op een doelpunt van de ongrijpbare Torres. Met de hulp van Philipp Lahm en Jens Lehmann kwam die goal er ook. Na een half uur spelen stuurde Xavi de nummer 9 van Spanje weg. Lahm greep zo slap in dat Torres nog bij de bal kon en doelman Lehmann kwam zo dom en laat uit dat Torres de bal over hem heen in het doel kon wippen.

EK 2008: Torres scoort het enige doelpunt in de finale.
foto: AP

Torres maakte daarmee het belangrijkste doelpunt in zijn carrière in het shirt van Spanje. Hij stond tijdens het EK vooral in de schaduw van zijn ploeggenoot David Villa. De aanvaller van Valencia maakte vier doelpunten, maar raakte in de halve eindstrijd tegen Rusland geblesseerd. Villa werd uiteindelijk wel topscorer van het toernooi, maar ontbrak in de finale. De eindstrijd werd het podium van el niño Torres. Hij werd de matchwinnaar van Spanje-Duitsland. In de tweede helft kreeg Torres nog een paar mogelijkheden om de wedstrijd vroegtijdig te beslissen, maar een echte heldenrol bleef uit.

Direct na rust leek Spanje door te drukken. Drie keer was het net niet en kon Duitsland opgelucht ademhalen. De overmacht verleidde Spanje tot gemakzucht. Aanvallend wilde de ploeg van bondscoach Luis Aragonés het te mooi doen en verdedigend waren ze niet kordaat genoeg.

Naarmate de tweede helft vorderde ging Duitsland steeds meer risico’s nemen. Spanje kreeg nu meer ruimte en kon naar hartenlust counteren maar Ramos, Iniesta en vooral Senna (alleen voor een leeg doel) verprutsten de kansen.

Een verlossend tweede doelpunt kwam er niet, waardoor Duitsland mocht blijven hopen. Tot een slotoffensief was de onderliggende partij nooit in staat. Die Mannschaft kwam kwalitatief simpelweg tekort om aanspraak te maken op de gelijkmaker.

Spaans middenvelder Andres Iniesta (6) schermt de bal af tegen de Duitse verdediger Per Mertesacker (17).
foto: onbekend

Spanje haalde daardoor de titel binnen en gezien het spel over het hele toernooi kon iedereen daar vrede mee hebben. De overwinning van Spanje betekende ook een zege voor het aanvallende voetbal. Vier jaar geleden had Europa nog met verbijstering toegezien hoe het verdedigende Griekenland in Portugal de titel veroverde.

Onder het toeziend oog van de Spaanse koning Juan Carlos reikte UEFA-baas Michel Platini de Coupe Henri Delaunay uit aan de Spaanse aanvoerder Iker Casillas. De laatste keer dat het Zuid-Europese land zich kampioen van Europa mocht noemen was nog onder het regime van dictator Francisco Franco in 1964. La Furia Roja zoals Spaanse elftal ook genoemd wordt verloor net als Duitsland in 1996 geen enkele wedstrijd tijdens het EK.

En de grootste winst was misschien nog wel dat heel Spanje is er trots was. De kampioen van 2008 had tijden het EK de harten van alle Spanjaarden gestolen. Nog niet eerder in de Spaanse voetbalgeschiedenis vierden de inwoners van steden als Madrid, Barcelona en Bilbao zo massaal het succes van een nationale sportploeg.

Wedstrijdgegevens:
29 juni 2008
Duitsland 0 – 1 Spanje
Doelpunt: Torres 33′,
Ernst Happelstadion, Wenen
Toeschouwers: 51.428
Scheidsrechter: Roberto Rosetti (Italië)

Duitsland:
1 Jens Lehmann, 3 Arne Friedrich, 17 Per Mertesacker, 21 Christoph Metzelder, 16 Philipp Lahm (46′), 8 Torsten Frings, 15 Thomas Hitzlsperger (58′), 13 Michael Ballack, 7 Bastian Schweinsteiger, 11 Miroslav Klose (79′), 20 Lukas Podolski.
Wisselspelers: 2 Marcell Jansen (46′), 22 Kevin Kurányi (88′), 9 Mario Gómez (79′)
Coach: Joachim Löw.

Spanje:
1 Iker Casillas, 15 Sergio Ramos, 4 Carlos Marchena, 5 Carles Puyol, 11 Joan Capdevila, 19 Marcos Senna, 6 Andrés Iniesta, 8 Xavi Hernández, 10 Cesc Fàbregas (63′), 21 David Silva (66′), 9 Fernando Torres (78′)
Wisselspelers: 14 Xabi Alonso (63′), 12 Santi Cazorla (66′), 17 Dani Güiza (78′)
Coach: Luis Aragonés

Vervolg op het EK succes van 2008; Spanje wordt wereldkampioen in 2010.

Het worden de succesjaren van het Spaanse nationale team. In 2008 kroonde het team van toenmalig bondscoach Luis Aragonés zich tot Europees kampioen, en behoorden de spelers Marcos Senna, Xavi en Fernando Torres tot de uitblinkers. Twee jaar later stond Vicente del Bosque aan het roer: ooit een ondergewaardeerde succestrainer bij Real Madrid en in 2010 een gemoedelijke vader-, of misschien beter gezegd: opa-figuur, die met een schat aan ervaring Spanje naar zijn hand zette.

De allang pensioengerechtigde trainer durfde het aan om de spelvisie van FC Barcelona over te nemen in de nationale ploeg. De ietwat uitgebluste en teveel behoudende midden- velder Senna werd vervangen door Sergio Busquets, die bij Barcelona aantoonde dat een middenlinie met drie ‘naar voren denkende’ spelers de balans in een ploeg niet hoeft te verstoren. Daarvoor dien je als ploeg wel superieur te zijn op het gebied van balbezit en passend vermogen. En dat was Spanje overduidelijk. Het tikkie-takkie voetbal wordt tot in den treure uitgevoerd en met engelengeduld wordt de bal soeverein rondgespeeld.

Dat geduld werd ook bij de schoppartij tegen Nederland in de WK-finale van 2010 beloond door een doelpunt in de verlenging van Andres Iniesta; een van de drie creatieve midden- velders met meer vrijheden dan verplichtingen. Verder blonken gedurende die eindronde weer de vertrouwde namen uit: Xavi, Carles Puyol en doelman Iker Casillas. In de spits had David Villa min of meer de glansrol van Fernando Torres uit 2008 overgenomen. Dit duo topspitsen toonde zich waardige opvolgers van het ‘probleem’ Raúl Gonzalez Blanco, dat ruim voor het EK in 2008 reeds door trainer Aragonés uit de weg was geruimd.

WK finale 2010: Xavi Hernandez wordt in de mangel genomen door John Heitinga en Gregory Van Der Wiel
foto: Laurence Griffiths/Getty Images

Raúl had jarenlang een aparte status, zowel in het Spaanse team als bij zijn club Real Madrid. Maar Raúl stond tegen wil en dank ook symbool voor de falende generaties in het Spaanse nationale team. Groepen topspelers die geen team konden en wilden vormen vanwege de regionale sentimenten en de barre onderlinge verstandhouding. Spelers uit het Baskenland, uit Castilië, uit Catalonië en uit Andalusië zagen het niet zo zitten om te rennen en te draven voor de Spaanse vlag, terwijl de spelers uit het gecentraliseerde Madrid het niet zagen zitten in de provincieclubs.

Raúl had hier in principe part nog deel aan, maar stond in de verjongde spelersgroep min of meer symbool voor deze oude problematiek. Hij werd dus vriendelijk bedankt voor bewezen diensten, wat de verbazing en verontwaardiging van vele Spanjaarden opriep.

2012 Un, dos, tres. Spanje wordt wederom Europees kampioen.

Spanje bereikte als eerste de finale. De Zuid-Europeanen wonnen het toernooi al eens in 1964 en 2008. Tegenstander Italië was dan weer de Europees kampioen van 1968.

Op 6 juni 2012 stond Spanje op de eerste en Italië op de twaalfde plaats van de FIFA-wereldranglijst. Spanje stond sinds 2008 vrijwel onafgebroken op de eerste plaats. Italië stond in 2009 op de vierde plaats, maar verdween in de daaropvolgende jaren uit de top 10. Op 10 juni 2012 troffen beide landen elkaar in de poulefase van het toernooi. Het duel in groep C eindigde in een gelijkspel (1-1) na doelpunten van Cesc Fàbregas en Antonio Di Natale. Spanje werd uiteindelijk groepswinnaar met twee punten voorsprong op Italië.

De finale van het Europees kampioenschap voetbal 2012 werd gespeeld op 1 juli 2012 in het NSK Olimpiejsky in Kiev.

De Spaanse bondscoach Vicente del Bosque begon met een 4-3-3-formatie met Cesc Fàbregas als valse negen. Omdat de valse negen een spits is die zich regelmatig naar het middenveld laat uitzakken, kan de formatie ook beschouwd worden als een 4-4-2 of meer specifiek een 4-1-2-1-2. Het driekoppige middenveld van Spanje bestond uit de contro- lerende middenvelder Sergio Busquets en de spelverdelers Xavi en Xabi Alonso. In de verdediging vormden Gerard Piqeé en Sergio Ramos het centrale duo. Álvaro Arbeloa was de rechtsachter, Jordi Alba de linksachter. Het doel werd verdedigd door aanvoerder Iker Casillas. In de 75e minuut werd Fàbregas vervangen door Fernando Torres, waardoor Spanje overschakelde op een echte 4-3-3 met Torres als diepe spits.

Casillas, Arbeloa, Ramos en Alonso waren op het ogenblik van de finale spelers van Real Madrid. Piqué, Xavi, Fàbregas, Busquets en Iniesta speelden voor FC Barcelona. Valencia-verdediger Alba stond dan weer op het punt om zich aan te sluiten bij de Catalanen. Enkel Silva van Manchester City had geen link met Real Madrid of FC Barcelona.

Het Spaanse elftal dat in 2012 Europees Kampioen wordt

Rond het trainingsveld in Gniewino, het basiskamp van Spanje, waren door Del Bosque de spreuken opgehangen die de Spaanse internationals moesten herinneren aan de basis van hun eerdere successen.

‘Geschiedenis wint geen wedstrijden, dat doet inspanning’. ‘Geschiedenis houdt jouw opponent niet tegen, dat doet concentratie’. ‘Geschiedenis maakt geen doelpunten, dat doet talent’. ‘Geschiedenis maakt je niet tot kampioen, dat doet bescheidenheid’.

En geschiedenis schrijf je dus door als team te opereren, en je met niets minder dan het hoogste tevreden te stellen.

Tijdens de eerste confrontatie in de poule was de angel nog zo knap uit het Spaanse spel gehaald. Juist na die wedstrijd (1-1) was er voorzichtig kritiek geuit op de door Del Bosque verkozen tactiek met een ‘valse nummer 9’, Fabregas dus. Del Bosque kreeg te horen dat er niet eindeloos moest worden door gecombineerd. Kennelijk gevoelig voor die geluiden, switchte hij daarna tegen de Ieren en Kroaten naar een systeem waarin ruimte was voor spits Torres. Maar hij voldeed simpeelweg niet.

In Kiev viel Del Bosque opnieuw terug op Fabregas, die nu wél bekoorde als aanspeelpunt. Alle radertjes grepen ineen en Italië werd in de openingsfase overrompeld door de gretige Spanjaarden. Die combineerden dat het een lieve lust was en komen na een kwartier verdiend op 1-0. Na een prima actie van Fabregas kopte Silva voorbij Buffon.

Spanje kroop dan wat achteruit en gunde Italië de bal. De Italianen misten echter de ideeën van Pirlo, die uit de wedstrijd werd gespeeld. Afstandsschoten van Cassano en Montolivo vormden geen probleem voor een alweer erg secuur keepende Casillas.

Hoewel Italië zich knap terugvocht in de wedstrijd, was het wel duidelijk dat Spanje de regie niet ging afstaan. Na wekenlang de onzinnige verwijten aangehoord te hebben, dat tikkie-takkie ‘saai’ is, antwoordde Spanje op de enige juiste manier.

Vlak voor de rust kwam Spanje er nog eens pijlsnel uit. Alba liep iedereen eraf op zijn linkerflank en werd perfect aangespeeld door Xavi. Buffon was kansloos op de geplaatste bal: 2-0 bij de rust.

Spain verplettert Italië met 4-0 in de EK finale. Grootste uitslag ooit in een EK finale.
foto: onbekend

Tot overmaat van ramp moest Italië na ruim een uur met zijn tienen verder. Motta viel geblesseerd uit, maar Prandelli had zijn drie wissels al doorgevoerd.

Met een mannetje meer was Spanje helemaal zeker van zijn stuk. In de 84e minuut maakte Fernando Torres er met zijn eerste balcontact 3-0 van. Hij is de eerste speler die in twee EK-finales weet te scoren. Voor Torres, de verguisde spits die vier jaar geleden in Wenen het enige doelpunt maakte in de EK-finale tegen Duitsland, moet dat een moment van genoegdoening zijn geweest. In het huidige Spaanse elftal was hij een figurant geworden. Wel eentje die met respect werd behandeld.

Uiteindelijk werd het – op aangeven van Torres – nog 4-0 via invaller Matta, die ook nog geen bal had geraakt. Kiev ging een dolle feestnacht in.

Man van de wedstrijd Andres Iniesta glipt langs twee Italianen.
foto: Getty Images

Het is de grootste overwinning ooit in een EK-finale. Na afloop werd de aanvallende middenvelder Andrés Iniesta verkozen als man van de wedstrijd. Spanje was het eerste land dat zichzelf opvolgde als Europees kampioen.Voor het nieuwe Italië, dat tot de finale was doorgedrongen met enthousiast makend spel, moet het frustrerend zijn geweest. Zo zwak speelde de ploeg van Prandelli niet, maar het geweldige combinatiespel van Spanje was ze te machtig. Als ploeg was Spanje uniek. Liefhebbers van La Roja wisten dat al wat langer.

Als coach evenaarde Del Bosque nu Helmut Schön, die met West-Duitsland de wereldtitel won (1974) én Europees kampioen werd (1972).

Wedstrijdgegevens:
1 juli 2012
Spanje 4 – 0 Italië
Doelpunten: Silva 14′, Alba 41, Torres 84′, Mata 88′
NSK Olimpiejsky, Kiev
Toeschouwers: 63.170
Scheidsrechter: Pedro Proença (Portugal)

Spanje:
1 Iker Casillas, 17 Álvaro Arbeloa, 3 Gerard Piqué, 15 Sergio Ramos, 18 Jordi Alba, 16 Sergio Busquets, 8 Xavi Hernández, 14 Xabi Alonso, 21 David Silva (59′), 10 Cesc Fàbregas (75′), 6 Andrés Iniesta (87′).
Wisselspelers: 7 Pedro Werd (59′), 9 Fernando Torres (75′), 13 Juan Mata (87′)
Coach: Vicente del Bosque

Italië:
1 Gianluigi Buffon, 7 Ignazio Abate, 15 Andrea Barzagli , 19 Leonardo Bonucci, 3 Giorgio Chiellini (21′),’21 Andrea Pirlo, 8 Claudio Marchisio, 16 Daniele De Rossi, 18 Riccardo Montolivo (57′). 10 Antonio Cassano (46′), 9 Mario Balotelli.
Wisselspelers: 6 Federico Balzaretti (21′), 11 Antonio Di Natale (46′), 5 Thiago Motta (57′)
Coach: Cesare Prandelli

Met Buffon, Barzagli, Bonucci, Chiellini, Pirlo en Marchisio stonden er zes spelers van Juventus in de basiself.

Reacties uit de media

De Spaanse media was na de zege van de nationale ploeg in de finale van het EK in een jubelstemming. "Met fantastisch spel is Italië meedogenloos verslagen. Een memorabele wedstrijd", bericht El Pais na de 4-0 overwinning. Spanje is er als eerste land in geslaagd om de Europese titel te prolongeren.

"Koningen van het voetbal, koningen van Europa", kopt de Catalaanse krant Sport. "Europees kampioen in 2008, wereldkampioen in 2010 en nu opnieuw de beste van Europa. Op 1 juli om 22.37 uur, toen de scheidsrechter affloot, werd de suprematie van de Spaanse ploeg in het voetbal bevestigd."

Het Madrileense dagblad Marca wijst erop dat Spanje met zijn nieuwste titel geschiedenis heeft geschreven. "Nog nooit won een team drie grote toernooien achter elkaar. Of je nu de voorkeur geeft aan het Brazilië van de jaren zeventig of het effectieve Duitsland van Franz Beckenbauer, feit is dat dit Spanje het beste land in de historie is."

Ook in de Italiaanse pers zijn er lovende woorden voor Spanje. "Spanje is groots", stelt Gazzetta dello Sport. "Het land is technisch en atletisch superieur." Voor de Italiaanse ploeg is het verlies echter ‘bitter’, aldus Gazzetta.

"Het einde van een droom", laat Corriere dello Sport weten na de nederlaag van Italië. "De definitieve beslissing viel na een uur. Door een blessure bij Thiago Motta moesten we met tien man verder, dat kon niet tegen Spanje."

Het Duitse Bild vindt Spanje een waardig kampioen. "Precies op tijd leverde Spanje een galavoorstelling af. Het wervelende spel met de korte passes zorgde voor verwarring in de Italiaanse defensie, die normaal zo sterk is. Het was een voetbalfeest." De Britse krant The Guardian sluit zich daar bij aan. "Italië werd aan de kant gezet door een ontketend Spanje."

De Spaanse doelman Iker Casillas zwaait trots met de beker na de gewonnen finale tegen Italië.
foto: AP Photo/Matthias Schrader

Spanje: de Rode Furie (La Furia Roja)

Het nationale elftal van Spanje staat ook wel bekend onder de namen La Furia Roja (de Rode Furie) en La Selección (de Selectie).

Met een overwinning tegen Italië in de kwartfinale van Euro 2008, later gezien als dé doorbraak van de nationale ploeg, was Spanje vier jaar geleden begonnen aan zijn droomreis door Europa. Uitgerekend tegen dezelfde opponent werd die joyride in Kiev op meesterlijke wijze vervolmaakt en maakte La Roja duidelijk waarom het team de nummer één van de wereld was.

Nog maar eens een het hele rijtje: één (EK 2008), twee (WK 2010) en drie (EK 2012). Niet één team in de voetbalgeschiedenis die dat huzarenstukje eerder voor elkaar kreeg. Een weergaloos Spanje deed -in tegenstelling tot eerder dit EK- zijn bijnaam bovendien alle eer aan: ‘La Roja‘ is weer ‘La Furia Roja‘. Alsof er meerdere tiki taka’s bestaan, en Spanje de mooiste vorm ervan voor de finale bewaard had. Een machteloos Italië stond erbij, keek ernaar en moest de kelk tot de bodem leeg drinken. In een hoogstaande finale, naar het beeld van heel het EK, zegevierde ‘La Selección‘ eens te meer na vier wondermooie goals van Silva, Alba en de invallers Torres en Mata. ‘Tripleeeeeta‘ (hattrick), zongen de 12.000 meegereisde Spanjaarden in Kiev.

Tekenend was de metamorfose die Xavi doormaakte. Bijzonder krampachtig en nooit beslissend vóór de finale, maar in de finale opnieuw de magiër van FC Barcelona. Goed voor een heerlijke assist bij de 2-0 van Alba. Rondom hem dartelden ook Iniesta, David Silva en Fabregas als in hun beste dagen. Tegen dit Spanje was niets te beginnen.

En toch lagen de hoeksteen van dit Spaanse succes niet voorin. Wel in de achterhoede, waar Ramos en Pique zowel weergaloos zijn in de duels, het positiespel als het uit- verdedigen. Alleen Italië wist tegen dit Spanje te scoren, maar dan wel in de groepsfase. Pak daar ook nog eens locomotief Alba op links bij en de onwrikbaarheid van die arme Arbeloa op rechts – de man zou zogezegd niet zo goed kunnen voetballen. Vond de tegenstander dan toch eens een gaatje, dan stond doelman Iker Casillas wel in de weg.

Maar ook als collectief toonde Spanje zich weer ijzersterk. De regionale sentimenten, die ook in de Spaanse Primera Division de kop opstaken, werden tijdens het EK aan de kant geschoven.

Toch konden na de overwinning Busquets en Fàbregas het niet laten om stiekem even met de Catalaanse vlag op de foto te gaan. Juichen deden ze ook voor de Spaanse vlag, maar desondanks kun je het Catalaanse chauvinisme niet uit deze spelers krijgen. Zij ontleenden ‘hun’ tikkie-takkie, en het Barcelona-systeem zonder klassieke spits, aan het nationale team. Spanje speelde superieur tikkie-takkie. De andere landen speelden in vergelijking met Spanje slechts hamertje-tik.

Bronnen en referenties
haviksogen.blogspot.com, ek-voetbal.com, sporza-be, unibet.be, nieuwsblad.be, donquijote.nl, metronieuws.nl, tussendelinies.nl, voetbalinfo.nl, hln.be, Algemeen Dagblad, NRC, Voetbal International, Volkskrant.