(96) 2014: 24 mei CL Finale: Real – Atletico 4-1 (n.v.)

Spaanse furie raast over Europa

Een Spaanse furie raast over de Europese voetbalvelden. Schier onver- slaanbaar worden de prijzen aaneengeregen in 2014. Sevilla won de finale van de Europa League en de eindstrijd in de Champions League is met Atlético en Real Madrid een geheel Spaanse aangelegenheid. Met Real Madrid en Atlético Madrid stonden er voor het eerst twee clubs uit dezelfde stad in de finale. De Europese hoofdprijzen vallen dit seizoen geheel in Spaanse handen. Bovendien is Spanje op het moment van de CL finale nog steed regerend Europees- en wereldkampioen.

De Spaanse clubs domineren ieder op hun eigen manier. De nationale ploeg en Barcelona zweren bij tiqui-taca. Real moet het vooral van zijn dodelijke omschakeling hebben. Atlético-coach Diego Simeone stuurt elke wedstrijd elf bloeddorstige commando’s het veld in. Sevilla won de Europa League dankzij een sterke mix van Spaanse furie, techniek en goed positiespel.

De eeuwige rivalen uit Madrid

Voor het eerst staan twee stadsgenoten tegenover elkaar in de finale van de Champions League. Het duel tussen Real Madrid en Atlético Madrid is meer dan een strijd tussen twee ploegen die toevallig uit dezelfde stad komen. De twee Madrileense teams zijn elkaars eeuwige rivalen.

Real heeft het imago van de keurige club met het grote geld, van de elite, van de pracht en praal. Atlético heeft het imago van de volksclub. De club heeft een zeer trouwe aanhang, traditioneel afkomstig uit de arbeidersklasse. Maar sociaal, politiek of anderszins ver- schillen de aanhangers van de twee clubs echter nauwelijks. Zowel Atlético als Real was begin vorige eeuw een club van de Madrileense bourgeoisie. El Atléti – zoals de roodwitte supporters hun club noemen – was die van de keurige studenten, El Madrid – zoals Real in Spanje door het leven gaat, zonder het koninklijke adjectief – die van de ondernemers en de winkeliers. Wel verhuisde Real later naar een chiquere wijk, Chamartín, dan het Cuatro Caminos waar Atlético zijn stadion bouwde.

De thuishaven van Real Madrid: Estadio Santiago Bernabéu
foto: onbekend

Het Franco en Jesús Gil y Gil regime

En in de jaren ’50 en ’60 Real werd de club van het Franco-regime, waarin de Koninklijke het aimabele uithangbord van dictatoriaal Spanje in het buitenland was. Maar tijdens en net na de burgeroorlog was juist Atlético de club van de fascisten, door de fusie met de legerclub Atlético Aviación.

Atlético heeft ook nog een hele andere reputatie. De excentrieke zakenman Jesús Gil y Gil was tussen 1987 en 2003 voorzitter van de club en versleet in die tijd vele spelers en trainers en werd veelvuldig in verband gebracht met corruptie.

Gil y Gil werd in zijn leven voor meer dan 80 juridische kwesties aangeklaagd. Hij werd veroordeeld tot gevangenisstraffen in 1971, 2000 en 2002. In het laatste geval werd hem verweten tijdens zijn burgemeesterschap van Marbella 26 miljoen euro te hebben achter- gehouden. Met een afkoopsom van 700.000 euro kocht hij zichzelf echter weer vrij na een week.

Dat hij een discutabel karakter heeft wordt duidelijk gedurende zijn carrière als voorzitter van Atlético Madrid. Rondom de wedstrijden tegen Ajax in de kwartfinale van de Champions League van het seizoen 1996/97 maakt hij racistische opmerkingen over de zwarte spelers van de Amsterdamse club door te zeggen: "het lijkt hier de Kongo wel, de zwartjes groeien als paddenstoelen uit de grond" en "hebben ze hier een oliebollenmachine die zwartjes maakt?". Een ander bekend beeld zijn de opnames van de Spaanse televisie- zender Antena 3 van 1995 wanneer hij een ordinaire scheldpartij heeft met bestuurslid Fidalgo van SD Compostela en een rechtse hoek verkoopt aan voorzitter Caneda van dezelfde voetbalclub.

Gil y Gil overleed op 71-jarige leeftijd en kreeg een herdenking in het stadion van Atlético, Estadio Vicente Calderón. Zo’n 20.000 fans betoonden de oud-voorzitter de laatste eer. Zijn zoon Miguel Angel werd na de dood van zijn vader technisch directeur bij de club.

Vanaf het seizoen 2005/06 spelen Atlético Madrid en Real Madrid elk jaar om de Memorial Gil y Gil in eerbetoon aan deze voorzitter.

Het voormalige onderkomen van Atlético: het Estadio Vicente Calderón stadion.
foto: onbekend

Sinds het seizoen 2017/18 is Estadio Metropolitano de thuishaven van voetbalclub Club Atletico de Madrid. Om sponsorredenen heet het stadion Wanda Metropolitano. Het krakemikkige Estadio Vicente Calderon werd ingeruild voor een hypermoderne voetbal- tempel die plaats biedt aan liefst 68.000 toeschouwers. Het stadion was deel van de poging van de gemeente van Madrid om de wereldkampioenschappen atletiek van 1997 naar Madrid te halen. De bouw van het stadion begon in 1990 en op 6 september 1994 werd het stadion geopend. De wereldkampioenschappen atletiek werden echter toebedeeld aan Athene. In 2004 sloot het stadion en was het onderdeel van een project om de Olympische Spelen van 2016 naar Madrid te krijgen. In 2009 werd echter bekend dat de Olympische Spelen in Rio de Janeiro zouden worden gehouden. Uiteindelijk werd bekend dat Atlético Madrid de bespeler van het stadion zou worden.

De verschillen

Wat supporters op dit moment werkelijk onderscheidt, wordt verwoord door David Castro, een fotograaf die graag zijn fanatisme voor Real Madrid belijdt, maar bewondering voor de kleinere buur heeft. "De supporters van Atléti laten hun club nooit in de steek, zullen altijd blijven aanmoedigen. Zelfs toen ze twaalf jaar in de tweede divisie speelden, zat het stadion vol. Ze geven echt nooit op. Wij, die van Real, beginnen al te fluiten als we een verkeerde pass zien. We steunen onze ploeg alleen als hij wint, we voelen de kleuren lang niet zo sterk. En we houden meer van mooi voetbal."

Het verschil tussen beide clubs etaleert zich ook in de prijzenkasten. Een kleine greep uit de erelijst van De Koninklijke: 23 keer werd Real landskampioen, 19 keer won het de nationale bekers en 9 keer de Europa Cup 1 of de Champions League. Atlético deed het met 10 landkampioenschappen en 10 bekeroverwinningen niet slecht, maar de successen stammen vooral uit de jaren ’50, ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Daarna boekte de tweede club van Madrid weinig succes, met de degradatie in 2000 als dieptepunt. De club krabbelde langzaam op, resulterend in de winst van de Europa League in 2010 en 2012.

De trainers zijn wel types in lijn met hun clubs: bij Real de keurige gentleman Carlo Ancelotti, veel meer geaccepteerd dan zijn ruziemakende voorganger José Mourinho, en straatvechter Diego Simeone bij Atlético. Liever had Real hem en Atlético vermeden in de finale. Voetballers als Ronaldo, Ramos en Casillas hadden graag hun oude baas Mourinho te grazen willen nemen. En verliezen van Chelsea zou in elk geval iets makkelijker te verteren zijn, een nederlaag tegen de kleinere stadsgenoot zou onverdraaglijk zijn voor de meeste Madridistas.

Spaans kampioen

Uit de schaduw van Real Madrid stapte Atlético echter nooit. Real is de grote en aansprekende club, vooral voor mensen van buiten Madrid. Met een enorme inter- nationale achterban heeft Real Madrid dan ook de grootste begroting van alle voetbalclubs ter wereld (519 miljoen euro), vele malen hoger dan die van Atlético (120 miljoen euro).

Des te opmerkelijker is het dat Altlético in 2014 jaar kampioen van Spanje werd, voor het eerst sinds 1996. In de laatste wedstrijd van het seizoen wisten Los Rojiblancos FC Barcelona, de enige overgebleven concurrent, op een gelijkspel te houden. Als Barcelona deze wedstrijd had gewonnen, zou die ploeg kampioen zijn geworden.

De weg naar de finale voor Real Madrid

Real Madrid was als Spaans vicekampioen rechtstreeks geplaatst voor de groepsfase van de Champions League. De Koninklijken werden ondergebracht in groep B, samen met Juventus, Galatasaray en FC Kopenhagen. Het team van coach Ancelotti won eerst met 1-6 van Galatasaray en versloeg nadien Kopenhagen met 4-0. Twintig dagen later werd er in Madrid ook gewonnen van Juventus (2-1), de andere groepsfavoriet. De terugronde startte Real in Turijn, waar het voor eerst punten liet liggen (2-2). Nadien wonnen de Konink- lijken opnieuw overtuigend van Galatasaray (4-1) en Kopenhagen (0-2). Real sloot de groepsfase af met 16 punten en een positief doelsaldo van 15 goals.

Ook in de 1/8 finale kende Real Madrid geen genade. FC Schalke 04 verloor de heen-wedstrijd voor eigen publiek met 1-6. De drie aanvallers van Real, afgekort B-B-C, scoorden elk twee keer. De overbodig geworden terugwedstrijd in Madrid werd met 3-1 gewonnen.

In de kwartfinale stonden de Spanjaarden opnieuw tegenover Borussia Dortmund, de Duitse club die Real een jaar eerder in de halve finale van het kampioenenbal had uitgeschakeld. Real won de heenwedstrijd overtuigend met 3-0, maar kon in de terug- wedstrijd niet op sterkhouder Ronaldo rekenen en kwam zo nog in de problemen. Dortmund scoorde al in de eerste helft twee keer en kwam nadien nog een paar keer dicht bij een derde treffer. Uiteindelijk bleef het 2-0, waardoor Real het in de halve finale mocht opnemen tegen titelverdediger Bayern München.

Het was de derde Duitse tegenstander op rij voor de Madrilenen. Hoewel Bayern het balbezit opeiste, versierde Real op de tegenaanval de beste kansen. Benzema rondde na 19 minuten een snelle counter af en zorgde zo voor het enige doelpunt van de heenwedstrijd. Een week later kwamen de Spanjaarden nog beter voor de dag. Al in de eerste helft voetbalde Real via twee kopbaldoelpunten van Sergio Ramos en een snelle tegenaanval, die door Cristiano Ronaldo werd afgerond, een 0-3 voorsprong bij elkaar. In de tweede helft diepte Ronaldo de score uit door een vrije trap onder de muur binnen te schuiven: 0-4.

Cristiano Ronaldo scoorde op weg naar de finale een recordaantal van 16 doelpunten.

De CL kraker in 2014: Atlético tegen Real Madrid.
foto: onbekend

De weg naar de finale voor Atlético Madrid

Atlético Madrid werd in het seizoen 2012/13 derde in de Primera División en kwalificeerde zich zo voor de groepsfase van het kampioenenbal. De Madrilenen belandden samen met FC Porto, Zenit Sint-Petersburg en Austria Wien in groep G en namen daarin meteen de leiding. Atlético begon de groepsfase met zeges tegen Zenit (3-1) en Porto (1-2), de twee belangrijkste concurrenten. Nadien volgden twee confrontaties met Austria Wien die telkens overtuigend gewonnen werden. In Oostenrijk werd het 0-3, in Spanje 4-0. Daardoor waren de Madrilenen al na vier speeldagen zeker van groepswinst. In het volgende duel, tegen Zenit, liet Atlético voor het eerst punten liggen (1-1). Op de slot- speeldag wonnen de Spanjaarden opnieuw van Porto (2-0).

In de 1/8 finale trof het team van Simeone het AC Milan van trainer Clarence Seedorf. In San Siro won Atlético na een spannend duel met 0-1 dankzij een late treffer van Diego Costa. In de terugwedstrijd kenden de Madrilenen minder problemen. Atlético won overtuigend met 4-1 en mocht het daardoor een ronde later opnemen tegen de land- genoten van FC Barcelona.

Los Rojiblancos zagen in Camp Nou spits Diego Costa uitvallen met een blessure, maar de Braziliaan Diego toonde zich een waardige vervanger. Na 56 minuten opende hij de score met een afstandsschot. Barcelona maakte gelijk via Neymar. In de terugwedstrijd in het Estadio Vicente Calderón kon Atlético wel afstand nemen van de Catalanen; na vijf minuten zorgde Koke voor de openingstreffer. De Madrilenen waren nog een paar keer dicht bij een doelpunt, maar het bleef 1-0.

In de halve finale nam Madrid het op tegen het Chelsea van Jos&eacute Mourinho. De Portugese coach droeg zijn team in de heenwedstrijd op om zich tot verdedigen te beperken, met een scoreloos gelijkspel als gevolg. In de terugwedstrijd op Stamford Bridge speelde de Londense club aanvallender en kwam het via Fernando Torres, de oud-spits van Atlético, op voorsprong. Atlético zette de situatie nog voor de rust recht dankzij Adrián. Meteen na de pauze kreeg Atlético een strafschop naeen overtreding op Diego Costa. De Braziliaanse Spanjaard zette de penalty om en zag hoe hoe Arda Turan tien minuten later de voorsprong verder
uitdiepte (1-3).

Zo wordt de CL finale van 2014 een Madrileens onderonsje. In Europa troffen Real en Atlético elkaar één keer; in 1959 namen beide clubs het tegen elkaar op in de halve finale van de Europacup I. Omdat de totaalscore na de terugwedstrijd van die halve finale 2-2 bedroeg, volgde er een derde wedstrijd tussen de twee Madrileense clubs. Dat duel werd gewonnen door Real, dat vervolgens in de finale Stade de Reims versloeg.

23 mei 2014 CL finale: Madrileense derby Real – Atlético Madrid

Nog nooit eerder hadden twee clubs uit dezelfde stad het tegen elkaar opgenomen in de finale van het kampioenenbal. Dat de twee finalisten uit hetzelfde land afkomstig waren, was minder zeldzaam. Sinds de oprichting van de Champions League kwam het vier keer voor. De eerste keer, in 2000, stonden er met Real Madrid en Valencia eveneens twee Spaanse clubs in de finale. De Madrilenen wonnen toen met 3-0 van hun landgenoten. Ook in de finales van 2003 (met Carlo Ancelotti als coach van uiteindelijke winnaar AC Milan), 2008 en 2013 waren de twee clubs van hetzelfde land afkomstig. In de Europacup I, de voorloper van de Champions League, gebeurde het nooit.

Eerste helft:

Op voorhand bestonden er twijfels over de fitheid van sterspelers Karim Benzema, Cristiano Ronaldo, Arda Turan en Diego Costa. Uiteindelijk verscheen enkel de Turkse middenvelder Arda niet aan de aftrap. Zijn positie bij Atlético werd ingenomen door Raúl García. Maar na negen rustige openingsminuten bleek ook Diego Costa nog te zwaar geblesseerd om verder te kunnen spelen. Hij ging naar de kant voor zijn landgenoot Adrián.

Coach Diego Simeone had een flinke gok genomen door de spits Diego Costa op te stellen. Costa sukkelde al weken met een hamstringblessure en reisde zelfs naar Servië af om zich door de ‘placentadokter’ Marijana Kovacevic te laten helpen. De tot Spanjaard genatura- liseerde Braziliaan hield het nog geen tien minuten vol.

In een gesloten eerste helft viel na 32 minuten de eerste kans uit de lucht. Gareth Bale onderschepte een bal en rukte door het centrum op, maar schoot van dichtbij naast. Enkele minuten later was het aan de overzijde wel raak. De bal werd meteen na een hoekschop terug in het hoekschopgebied gedropt. Diego Godín troefde in een luchtduel Sami Khedira af en kopte de bal over de te ver uitgekomen Iker Casillas in doel: 0-1.

Diego Godín scoort de openingstreffer voor Atlético Madrid.
foto: Reuters

Real slaagde er na die goal niet echt in om grip op het duel te krijgen. Het miste bovendien de geschorste Xabi Alonso, die niet al te succesvol werd vervangen door Sami Khedira. De Duitser speelde pas voor het eerst in een half jaar in de basis na een zware knieblessure en miste overduidelijk ritme.

Tweede helft:

Na tien minuten liet Cristiano Ronaldo zich een eerste keer zien. De Portugees mocht een vrije trap nemen, maar zijn afgeweken schot werd gekeerd door Thibaut Courtois. Net voor het uur greep coach Carlo Ancelotti een eerste keer in. Hij haalde Fábio Coentrão en Khedira naar de kant en bracht de meer aanvallend ingestelde Marcelo en Isco in.

Na 66 minuten voerde ook Diego Simeone zijn tweede wissel door. José Sosa verving Raúl García. Met nog dertien minuten te spelen kreeg Bale een tweede grote kans. Hij rukte op langs de rechterzijde, maar trapte vervolgens in de grond en zag zijn schot zo opnieuw naast het doel van Courtois gaan. Na de grote kans voerde Ancelotti zijn laatste vervanging door.

De onzichtbare Benzema werd gewisseld voor Álvaro Morata. In de 83e minuut viel ook Filipe Luís geblesseerd uit en bracht Simeone met Toby Alderweireld een tweede Belg op het veld. Real startte meteen daarna een gevaarlijk slotoffensief en zette Atlético zwaar onder druk.

3e minuut van de blessuretijd:

Lang zag het er naar uit dat Diego Godín de grote held van Atlético zou worden. De Uruguayaan dacht het enige doelpunt van de wedstrijd te hebben gemaakt, door in de 35e minuut met een kopbal te profiteren van een enorme inschattingsfout van de ervaren doelman Iker Casillas. Een slotoffensief van Real werd in de 3e minuut van de blessuretijd door Sergio Ramos beloond met de gelijkmaker.

In de 93e minuut kopt Sergio Ramos de gelijkmaker binnen.
foto: onbekend

De verdediger kopte de bal fraai achter de Belgische doelman Thibaut Courtois 1-1.

Verlenging:

In de verlenging creëerde Atlético geen kansen en was het vooral Real dat op zoek ging naar de beslissende treffer. Na 110 minuten dribbelde Ángel Di María zich op de linkerflank voorbij de defensie van Atlético. Zijn schot werd gekeerd door Courtois, maar in de rebound kopte Bale de bal alsnog tegen de netten: 2-1. Net voor affluiten, diepte Marcelo de score verder uit met een laag schot: 3-1.

In de verlenging scoort Bale de bevrijdende 2-1 voor Real Madrid.
foto: AP

Een minuut later werd Ronaldo neergehaald en kreeg Real nog een strafschop. De Portugees benutte de penalty zelf : 4-1.

De gemoederen liepen na het doelpunt van de Portugees nog hoog op. Atletico-trainer Diego Simeone stormde woest het veld op na een opstootje tussen Gabi en Raphaël Varane. De Nederlandse scheidsrechter Björn Kuipers gaf de coach nog de rode kaart. De frustaties van Simeone waren enigszins te begrijpen, want de Argentijn waande zich vlak voor tijd waarschijnlijk de winnaar van de Champions League.

Wedstrijdgegevens:
24 mei 2014
Real Madrid 4 – 1 (n.v.) Atlético Madrid
Doelpunten: Godín 36′, Ramos 90+3′, Bale 110′, Marcelo 118′, Ronaldo 120′ (pen.)
Estádio da Luz, Lissabon
Toeschouwers: 60.976
Scheidsrechter: Björn Kuipers (Nederland)

Real Madrid:
1 Iker Casillas, 15 Daniel Carvajal, 2 Raphaël Varane, 4 Sergio Ramos, 5 Fábio Coentrão (59′), 19 Luka Modric, 6 Sami Khedira (59′), 22 Ángel Di María, 11 Gareth Bale, 9 Karim Benzema (79′), 7 Cristiano Ronaldo.
Wisselspelers: 3 Pepe, 12 Marcelo (59′), 17 Álvaro Arbeloa, 21 Álvaro Morata (79′). 23 Isco (59′), 24 Asier Illarramendi, 25 Diego López
Coach: Carlo Ancelotti (Italië)

Atlético Madrid:
13 Thibaut Courtois, 20 Juanfran, 23 Miranda, 2 Diego Godín, 31 Filipe Luís (83′), 8 Raúl García (66′), 14 Gabi, 5Tiago, 6 Koke, 9 David Villa, 19 Diego Costa (9′)
Wisselspelers: 1 Daniel Aranzubia, 4 Mario Suárez, 7 Adrián (9′), 11 Cristian Rodríguez, 12 Toby Alderweireld (83′), 24 José Sosa (66′) 26 Diego
Coach: Diego Simeone (Argentinië)

Décima is voltooid

De tiende Europa Cup voor landskampioenen is een feit voor Real Madrid. Het was twaalf jaar wachten tot El Décima voltooid werd, maar dan heb je ook wat. Het leek een obsessie te worden voor Real Madrid, maar met trainer Carlo Ancelotti – die de cup als trainer al twee keer won met AC Milan – lukte het in één poging.

Real Madrid pakte zo de tiende eindzege in het belangrijkste Europese toernooi voor de clubs en de vierde eindzege sinds het toernooi Champions League heet. De ‘Koninklijke’ zette al z’n finales in het kampioenenbal (1998, 2000, 2002 en 2014) in winst om en is dankzij de winst alleen recordhouder.

CL finale 28 mei 2016. De geschiedenis (van 2014) herhaalt zich.

De finale van de Champions League gaat net als in 2014 tussen Real Madrid en Atlético Madrid. Voor de tweede keer in drie seizoenen gaat de finale van de Champions League tussen de twee Madrileense grootmachten. Twee jaar na de eindstrijd vol dramatiek in Lissabon, nemen Los Blancos en Los Colchoneros het tegen elkaar om. Dit keer in Milaan op 28 mei.

Atletic coach Diego Simeone zei ooit dat Barcelona en Real Madrid "in een andere com- petitie spelen" dan Atlético Madrid. De Argentijn deed deze uitspraak uit financieel perspectief en hij had daarin volkomen gelijk. De twee concurrenten hebben jaarlijks bijna vierhonderd miljoen euro meer aan inkomsten dan Atlético en toch presteert Simeone bijna beter dan de andere Spaanse reuzen.

Met een club die jaarlijks minder inkomsten heeft dan bijvoorbeeld Tottenham of Schalke, heeft Simeone op de een of andere manier toch een winnende ploeg neergezet. Na de 4-1 nederlaag in de finale van 2014, hoeft Simeone zijn spelers eigenlijk niet meer te moti- veren. Velen dachten dat die wedstrijd een unieke kans was om geschiedenis te schrijven, maar in 2016 krijgt Atléti dus een nieuwe kans. En wie kan je dan beter treffen dan de ploeg die destijds nog te sterk bleek?

Sinds die dag in Lissabon stonden Real en Atlético nog eens tien keer tegenover elkaar. Vijf keer won de ploeg van Simeone, vier keer eindigde de wedstrijd in een gelijkspel en slechts één keer was Real Madrid de sterkste. Toch is Atlético weer de underdog, maar in die rol schaart de ploeg zich maar al te graag.

Atletico Madrid staat bekend om het passievolle spel, maar in de eerste helft was het Real Madrid dat met meer gif speelde. Na een kwartier mocht het witte gedeelte van San Siro al juichen. Gareth Bale bereidde de openingsgoal van Ramos voor. Belangrijk detail: het leek er sterk op dat de Spanjaard buitenspel stond op het moment dat hij scoorde. Ramos maakte in de finale van 2014 tussen de twee ploegen ook al een belangrijke goal. Vlak voor tijd produceerde hij toen de gelijkmaker.

Sergio Ramos scoort de openingstreffer voor Real Madrid in de CL finale van 2016.
foto: Clive Rose

De tweede helft begon met spektakel. Pepe maakte een overtreding op Fernando Torres, die gretig ging liggen. Antoine Griezmann mocht vanaf 11 meter voor zijn achtste Champions League-treffer van het seizoen tekenen, maar de Fransman ramde de bal op de lat. Arjen Robben was in 2012 de laatste speler die een penalty miste in de finale van het kampioenenbal. Zijn misser in de verlenging tegen Chelsea werd Bayern München uiteindelijk fataal.

Real koos ervoor om de voorzichtige druk van Atletico te absorberen en op de tegenaanval te loeren. Geen slechte tactiek, want het leverde Benzema een uitstekende open kans op die hij tegen Oblak schoot. Toen Ronaldo en Bale eveneens kansen lieten liggen, achtte Carrasco zijn moment gekomen. Hij tikte een voorzet binnen (1-1) en zaaide daarna verwarring met zijn onnavolgbare dribbels.

Voor Daniel Carvajal kwam erin de 52e minuut een einde aan de finale. De verdediger van De Koninklijke verstapte zich en verliet huilend het veld.

Twintig minuten voor tijd weigerde de Franse spits Karim Benzema het duel voortijdig te beslissen. In plaats van Cristiano Ronaldo, die niet zijn beste duel speelde, te bedienen, ging hij voor eigen succes. Vijf minuten later haalde Zidane zijn landgenoot naar de kant.

Het egoïsme van Benzema kwam Real duur te staan. In de 79e minuut zette Juanfran namens Atlético messcherp voor en invaller Yannick Carrasco werkte de bal zwaar gehinderd in het dak van het doel van Keylor Navas. Carrasco werd de eerst scorende Belg ooit in de finale van de belangrijkste Europa Cup.

Uiteindelijk draaide het uit op verlengen. In twee keer 15 minuten die werden bij- getrokken, vloeiden de krachten weg. Real leek het onderspit te moeten delven, zeker omdat Zidane gegokt had en al zijn wissels had opgebruikt. Dat leek in de verlengingen, waarin om de haverklap een speler neergingen met kramp, een funeste beslissing. Op karakter haalde de Koninklijke toch nog de strafschoppenreeks. Daarin bleek Real beter, ook al omdat Atlético-doelman Jan Oblak het duiken leek verleerd. Juanfran werd de pineut en de onvermijdelijke Ronaldo de held.

Cristiano Ronaldo scoort de laatste en beslissende strafschop.
foto: Telegraph

Real Madrid mocht voor de elfde keer de Beker met de Grote Oren in de lucht steken, een absoluut record. Atlético is dan weer de eerste ploeg die drie keer het onderspit delft in een finale zonder er eentje te winnen.

Wedstrijdgegevens:
28 mei 2016
Real Madrid 1 – 1 (n.v.) 5-3 (n.s) Atlético Madrid
Doelpunten: Ramos 15′, Carrasco 79′
Strafschoppen Real: Vázquez, Marcelo, Bale, Ramos, Ronaldo. Atlético: Gabi, Saúl, Juanfran (mist)
Stadion: Giuseppe Meazza, Milaan
Toeschouwers: 71.942
Scheidsrechter: Mark Clattenburg (Engeland)

Real Madrid:
1 Keylor Navas, 15 Daniel Carvajal (52′), 3 Pepe, 4 Sergio Ramos, 12 Marcelo, 19 Luka Modric, 14 Casemiro, 8, Toni Kroos (72′), 11 Gareth Bale, 9 Karim Benzema (77′), 7 Cristiano Ronaldo.
Wisselspelers: 6 Nacho, 10 James Rodríguez, 13 Kiko Casilla, 18 Lucas Vázquez (77), 20 Jesé, 22 Isco (72′), 23 Danilo (52′)
Coach: Zinédine Zidane

Atlético Madrid:
13 Jan Oblak, 20 Juanfran, 15 Stefan Savic, 2 Diego Godín, 3 Filipe Luís (109′), 17 Saúl Ñíguez, 14 Gabi, 12 Augusto Fernández (46′), 6 Koke (116′), 9 Fernando Torres, 7 Antoine Griezman.
Wisselspelers: 1 Miguel Ángel Moyà, 5 Tiago, 16 Ángel Correa, 19 Lucas Hernández (109′), 21 Yannick Carrasco (46′), 22 Thomas Partey (116′), 24 José María Giménez.
Coach: Diego Simeone

Spaanse overheersing

De Spaanse Armada domineert het Europese voetbal al een decennium lang. Dat valt het beste te vatten in verbluffende cijfers. In 2006 pakte Barcelona de Champions League en Sevilla de Europa League. Vanaf dat jaar wonnen Spaanse clubs dertien van de 22 Europese finales.

De Spaanse clubs domineren ieder op hun eigen manier. De nationale ploeg en Barcelona zweren bij tiqui-taca. Real moet het vooral van zijn dodelijke omschakeling hebben. Atlético-coach Diego Simeone stuurt elke wedstrijd elf bloeddorstige commando’s het veld in. Sevilla won de Europa League dankzij een sterke mix van Spaanse furie, techniek en goed positiespel.

Champions League:
2014 Real Madrid
2015 Barcelona
2016 Real Madrid

Europa League:
2014 Sevilla
2015 Sevilla
2016 Sevilla

Real Madrid viert de elfde finale overwinning op het hoogste Europese voetbalplatform.
foto: onbekend

Voor de echte topspelers als Messi, Ronaldo, Suárez, Neymar, Bale en Iniesta is en blijft Spanje het beloofde voetballand. De stadion zijn er groot, de salarissen hoog en het leven is er goed. Engelse clubs zullen de komende jaren vanwege een lucratieve tv-deal miljarden gaan uitgeven, maar hun achterstand op de clubs uit de Primera Division is enorm. Dat blijkt nog het best uit de coëficiëntenlijst van de UEFA, die op basis van prestaties in de afgelopen vijf jaar de Europese landen rangschikt. Spanje heeft daar een immense voorsprong op de concurrentie.

Waar komt die Spaanse overheersing vandaan? Clubs als Barcelona, Valencia, Bilbao, Atlético en in iets mindere mate Real Madrid staan ook bekend om de fantastische jeugdspelers die ze afleveren. De aanwas van potentiële toppers in Spanje is enorm.

Donkere kanten

Maar er zijn ook schaduwzijdes aan het Spaanse succes. De topclubs hebben veelal een schuld van honderden miljoenen euro’s. Wrang in vergelijking met de situatie in bij- voorbeeld Nederland, waar de afgelopen jaren clubs uit het betaald voetbal verdwenen vanwege een schuld van ‘slechts’ enkele miljoenen. Overduidelijk een staaltje van oneerlijke concurrentie.

In Spanje redeneert men anders dan in de meeste Europese landen. De honderden miljoenen aan schuld worden toegestaan, omdat de clubs met hun topspelers en stadion over een groot ‘eigen kapitaal’ beschikken. Een denkwijze die in het bedrijfsleven niet ongewoon is.

Mocht een bank op korte termijn pakweg 100 miljoen opeisen bij Real Madrid, dan kan de club zonder probleem enkele van zijn topspelers verkopen om dat bedrag op te hoesten. Vanwege de grote populariteit van de voetbalclubs zijn banken en crediteuren echter huiverig om de schulden überhaupt op te eisen.

Vanwege Financial Fair Play van de UEFA zijn ook de Spaanse clubs de laatste jaren aan strengere regelgeving gebonden. FC Barcelona bijvoorbeeld meldde vol trots dat de schuld aan het einde van het huidige seizoen naar verwachting wordt teruggebracht tot 290 miljoen euro. De Catalanen spreken van ‘de gezondste financiële situatie in de clubsgeschiedenis’. Maar een Nederlandse (of Duitse of Engelse) club met dezelfde cijfers zou al tachtig keer failliet gegaan zijn.

Transferban

Daarnaast is er nog het gesjoemel met jeugdspelers. Spaanse clubs deinzen er niet voor terug om minderjarige voetballers uit het buitenland te halen. Lionel Messi werd op 13-jarige leeftijd door Barcelona weggeplukt uit Argentinië. Bij de latere vijfvoudig wereld- voetballer van het jaar ging dat nog op legale wijze, Barça maakte handig gebruik van het feit dat Messi familie in Catalonië had wonen. Maar bij andere transfers maakte de club zich wel schuldig aan kinderhandel. Een transferban van een jaar als straf van de FIFA volgde.

Veel effect had die maatregel niet, want gerenommeerde spelers als Arda Turan en Aleix Vidal wilden zo graag voor Barcelona spelen, dat ze het voor lief namen om een half jaar alleen maar te mogen trainen. Een dag dadat de transferban was verlopen, legde Barcelona liefst 75 nieuwe (jeugd)spelers vast.

Ook Real Madrid en Atlético hangt een transferban boven het hoofd, vanwege het illegaal aantrekken van minderjarige voetballers. De FIFA strafte beide clubs, die twee transfer- periodes geen nieuwe spelers mogen halen. Het hoger beroep dat de clubs indienden loopt nog.

Hoe dan ook, de toekomst lacht het Spaanse voetbal tegemoet. De topclubs werken hun miljoenenschulden langzaam weg, de gevolgen van FIFA-sancties voor kinderhandel blijken minimaal. En de Spaanse jeugdploegen domineren in hun leeftijdscategorie het voetbal.

Bronnen en referenties
goal.com, nu.nl, rtlnieuws.nl, Telegraaf, Trouw, sporza.be, Algemeen Dagblad.