101 voetbaliconen: (71) Johan Neeskens

PASPOORT

Geboren: Heemstede, 15 september 1951
Overleden: –
Nationaliteit: Nederlands
Positie: Middenvelder
Clubs: RCH, Ajax, FC Barcelona, New York Cosmos, FC Groningen, Fort Lauderdale, Kansas City, FC Löwenbrau, FC Baar, FC Zug
Interlands: 49 doelpunten: 17
Doelpunten: RCH: 1, Ajax; 33, FC Barcelona: 35, New York Cosmos: 17, Overige clubs: 7
Trainer: FC Zug, FC Stäfa, FC Singen, Nederland (assistent), N.E.C., Australië (assistent),
FC Barcelona (assistent), Nederland B, Galatasaray SK (assistent), Mamelodi Sundown

Johan Cruijff was in de jaren zeventig de grote ster van het Nederlands elftal, maar Johan Neeskens (of ‘Johan Twee’, zoals hij zou gaan heten) was de dirigent van het orkest. Hij was de ideale spil op het middenveld en bepaalde met zijn afgemeten passes en schoten het spel en baltempo.

Neeskens maakte in 1970 de overstap van RCH naar Ajax en werd een internationale ster en speelde zowel in 1974 als in 1978 de WK finale. In dat laatste jaar had hij Ajax inmiddels verruild voor Barcelona, waar hij vijf jaar voor speelde.

Neeskens beleefde wellicht zijn mooiste moment in 1974, toen hij in de wedstrijd tegen Brazilië al zijn medespelers negeerde en de bal, als een golfer vanuit een bunker de perfecte hole slaat, achteloos over de keeper lepelde.

Net als veel anders sterspelers van zijn generatie sloot hij zijn carrière af in de NASL, bij New York Cosmos.

Hij maakte op het WK van 1974 als middenvelder vijf doelpunten, een indrukwekkend aantal voor een speler die niet bekend stond om zijn offensieve dadendrang. Neeskens was weliswaar getalenteerd, maar geen lieverdje. In de beruchte wedstrijd tegen Brazilië in 1974 speelde hij met verve de rol van spijkerharde middenvelder.

In 1976 verloor Nederland op het EK in een harde wedstrijd de halve finale tegen Tsjecho-Slowakijje. Neeskens liet zich opnieuw van zijn slechte kant zien en was één van de twee Nederlandse spelers die van het veld werden gestuurd.

Een voetballer zoals hij zou ook nu moeiteloos in de top meekunnen. Want Neeskens was het prototype van De Complete Middenvelder. Hij kon alles. Was technisch goed, tactisch en verdedigend ongekend sterk, hij scoorde veel en was een gouden vent in de kleedkamer. Behalve op momenten dat hij even de greep op het leven verloor. Dan was Neeskens nergens.

Johan Neeskens als Nederlands international op het WK 1978 tegen Argentinië
foto: Onbekend

Jeugdjaren

Neeskens werd geboren in Heemstede. Op de lagere school, de Heemsteedse Dreefschool, ontpopte hij zich tijdens de jaarlijkse schoolsportdagen tot de schrik van andere sportieve leerlingen. Neeskens bleek van alle sportieve markten thuis te zijn. In de zomermaanden speelde hij honkbal bij RCH (Racing Club Heemstede). Hij zat direct in het Nederlands Juniorenteam, waarmee hij deelnam aan de Europese Kampioenschappen.

Een gemakkelijk bestaan had hij niet. Neeskens, geboren in Heemstede op 15 september 1951, leert in zijn prille jeugd wat vechten is. Zijn moeder is ziekelijk, ze lijdt aan astma, aan tuberculose en heeft maar één long. Zijn vader werkt bij de Hoogovens in de staal- verbranding en is geen sportman. ‘Hij stond liever aan de zijkant te kankeren’, vertelt Neeskens eens. Vanuit zijn jongenskamertje kijkt Han – zo noemt moeder haar jongste zoon – uit op de kippen, koeien, varkens en hazen, die zijn vader houdt. Vaak gaan ze ’s middags samen met paard-en-wagen de wijk door, om schillen te halen voor de dieren.

Die klusjes doet hij zelfs nog als hij later in het eerste van RCH speelt. ‘Af en toe geneerde ik me wel, dat je overal om schillen en oud brood moest vragen.’

Neeskens is de grote trots van zijn opa Jilles, maar heeft het op school moeilijk. Bij sommige schoolvriendjes is hij thuis niet welkom. ‘Ik was niet goed genoeg’, zegt hij daar later over. ‘Je kon merken als ik met die jongens omging, dat ze dachten: hij is maar een dommerik. Maar tijdens de gymnastieklessen sloeg ik terug. Dan was ik de beste. Of het nou hardlopen, verspringen of hoogspringen was; ik won de prijzen.’

Ooit zei hij zich te willen bewijzen tegenover leeftijdgenoten die van huis uit meer kansen hadden meegekregen. Als jongen van zestien jaar, die dagelijks dertig kilometer fietste om in Hoofddorp de LTS te bezoeken, meldde hij zijn vader: “Ik heb besloten dat ik mijn geld met mijn voeten wil verdienen.” Vrijwel gelijkertijd was hij LTS’er af en kreeg hij van RCH zijn eerste voetbalcontract.

Een jonge Johan Neeskens (links) aan het begin van zijn voetballoopbaan bij RCH
foto: Onbekend

Piet Peeman zet hem bij RCH in het eerste. Het komt de trainer op veel kritiek te staan. ‘Die jongen is nog een kind, hij gaat eraan kapot’, waarschuwen enkele jeugdleiders. Neeskens trekt zich op aan het fanatisme van Peeman. Als centrale verdediger moet hij het in de Eerste Divisie opnemen tegen gevreesde midvoors als Wytze Couperus van Haarlem en Tonny van der Linden van Elinkwijk.

Neeskens heeft pas vijf duels in RCH 1 gespeeld als bondscoach Arie de Vroet hem opneemt in het nationale UEFA-team. De Heemskerker biedt een ploeg iets extra’s. De Vroet: ‘Wij in Nederland hebben altijd wel knappe voetballertjes gehad. Jongens met een fijne techniek en zo. Maar in grote toernooien komt er meer bij kijken. Dan moet de body worden gebruikt. Neeskens is iemand die zich, hoe jong ook, niet laat intimideren.’

Bij de UEFA’s belandt hij in één elftal met Wim Rijsbergen, Johnny Rep, René van de Kerkhof en Bert van Marwijk. Het team maakt indruk tijdens het jeugd-EK door op Ibrox Park met 0-1 van Schotland te winnen. In de finale tegen de DDR wordt het 1-1, waarna de Oost-Duitsers via loting worden aangewezen als toernooiwinnaars.

In Haarlem verdient Neeskens de kost met het schrobben van gangen en portieken in de flatgebouwen. Thuis is het geen vetpot. Zijn oudere broer Jilles woont er ook, samen met vrouw en kind. Het is er vochtig en tochtig. In de zomer van 1970 kraken de twee broers een huis in Haarlem. ‘Iedere dag was het feest’, herinnert Neeskens zich later. ‘Totdat we er na een dag of tien toch zijn uitgezet.’

In de lente van 1970 degradeerde Johan Neeskens met RCH naar de kelder van het betaald voetbal, in de herfst van datzelfde jaar was hij na precies tien competitiewedstrijden in Ajax 1 international. Toen hij in de zomer van 1970 door Ajax voor 225 000 gulden van het zojuist naar de tweede divisie gedegradeerde RCH werd overgenomen, moest hij het in de kleine ouderlijke woning temidden van zeven bewoners nog altijd doen met een bed op de overloop. De rug- en spierklachten die hij toen had, werden door de medische staf van Ajax in verband gebracht met dat vochtige huis.

AJAX 1970-1974

Na de zomer van 1970 verandert zijn leven compleet. Neeskens kan naar Ajax, waar zijn grote idool Johan Cruijff speelt. De club uit Amsterdam heeft 225 duizend gulden voor hem over. Neeskens denkt: als ik over anderhalf jaar in het eerste speel, dan heb ik het goed gedaan. De tweede oefenwedstrijd is die tegen Chelsea. Hij valt in voor Gerrie Mühren en raakt zijn plaats nooit meer kwijt. ‘Ajax heeft er een ster bij’, schrijft de pers.

Trainer Rinus Michels wil meer hardheid en duelkracht op het middenveld zien. De coach koppelt twee brekers aan elkaar: Nico Rijnders is de andere helft van het duo. Bij Ajax gaf hij met de al even krachtdadig ingestelde Nico Rijnders gewicht aan het middenveld. De twee waren ook buiten het veld onverbrekelijk en werden bij Ajax afwisselend De Slopers, De Broertjes en Beekman & Beekmman genoemd. Bij Oranje liep Neeskens in de achterhoede aanvankelijk als voorstopper aan de hand van de ook al bikkelharde Rinus Israël. Wanneer dat eerste Nederlands elftal met Johan Neeskens (Dresden, 11 november 1970, Oost-Duitsland-Nederland 1-0), nog eens wordt bekeken, is het bijna een wonder dat op die gure avond geen Oostduitser gewond raakte: Wim Suurbier, Rinus Israël, Pleun Strik, Johan Neeskens, Nico Rijnders, Wim van Hanegem – zes ruige geestverwanten in één elftal!

ADO-Ajax met doelman Stuy en Neeskens
foto: Onbekend

In een interview bekent Neeskens: ‘Ik treed nooit zachtzinnig op. Dat komt doordat ik iets te weinig techniek heb. Mijn inzet en hardheid moeten dat compenseren.’ Met ogen- schijnlijk gemak trotseert Neeskens tal van blessures. Ook een gebroken neus of een lichte hersenschudding deren hem niet. ‘Zijn lichaam is van zijn heup tot zijn enkel vaak bont en blauw’, verklapt zijn moeder.

Op jonge leeftijd is Neeskens al wars van alle aandacht die de pers voor hem heeft. ‘Ik durfde geen interviews te geven. Ik was bang dat de mensen zouden zeggen: Hij voetbalt goed, maar kan zijn mond niet opendoen.’

Op 5 oktober 1970 wordt hij opgeroepen voor Jong Oranje. Vier weken later maakt hij op uitgekiende wijze het beslissende doelpunt tijdens de Europa Cup-wedstrijd tussen FC Basel en Ajax (1-2), waarna bondscoach Frantisek Fadrhonc hem opneemt in de selectie van het Nederlands A-elftal. ‘Ik sta perplex’, is het enige citaat dat uit Neeskens’ mond wordt opgetekend.

Zonder Cruijff, die op het punt staat vader te worden, verliest Oranje op 11 november met 1-0 van de DDR. Ploeggenoot Willem van Hanegem is lyrisch over de debutant. ‘Neeskens speelde geweldig’, reageert De Kromme na de wedstrijd. Journalist Maarten de Vos schrijft in De Tijd: ‘In een half jaartje is hij uitgegroeid van een provinciaaltje tot een gevierd international.’

De overgang van RCH naar Ajax is loodzwaar. Van twee trainingen per week naar een leven als full-prof vraagt veel van zijn lichaam. Soms moet hij na een training overgeven. Michels zet de rem erop bij Neeskens. Hij adviseert hem ‘eens goed op stap te gaan’, want: ‘Soms moet je alles opzijzetten. Het helpt niet als je steeds vroeger naar bed gaat of steeds harder gaat trainen. Je moet goed aan de zwier, een stevig glas gaan drinken en vergeten dat je profvoetballer bent.

Niet één dag, maar twee of drie. Je zult zien dat het helpt.’

Neeskens neemt het advies van Michels ter harte en verwerft de reputatie van een stapper. Zijn populariteit in Amsterdam en omgeving is groot. Ruud Krol en hij zijn vrijgezel en ontvangen bij Ajax regelmatig liefdesbrieven van enthousiaste meisjes. Michels spreekt hem uiteindelijk aan op het gedrag dat hij eerder stimuleerde. Dat maakt Neeskens woedend. Hij durft zijn coach er niet mee te confronteren en stort zijn hart uit bij Sjaak Swart, de nestor van het elftal.

Swart is als een tweede vader. Op de zaterdagavonden logeert Neeskens vaak bij hem. ‘Dan zit hij lekker ontspannen in pyjama tv te kijken’, vertelt Swart. ‘Ik weet precies wat ik tegen hem moet zeggen. Hij is daar erg gevoelig voor. Je mag nooit zeggen: Je móét dit of je móét dat. Dan wordt hij te fel, te geprikkeld. Als je hem rustig zijn gang laat gaan, is hij een onbetaalbare kracht voor je team.’

In de Europa Cup-finale tegen Panathinaikos (2-0) speelt hij noodgedwongen rechtsback. Ook bij Oranje laat Neeskens zien hoe veelzijdig hij is. Op weg naar het WK van ’74 is hij thuis tegen Noorwegen de smaakmaker. Het wordt 9-0 en Neeskens scoort drie keer. Drie weken later opent een deel van de Nederlandse pers een spervuur van kritiek op hem. In en tegen België heeft hij Paul Van Himst uit de wedstrijd gespeeld. Of gespeeld? Geschopt, vinden sommigen.

In de Volkskrant spreekt sportjournalist Frans Ensink zijn afschuw uit over Neeskens. ‘De grote schaver’, noemt de krant hem. Dertien overtredingen in één wedstrijd – het is een schande. Ensink schrijft: ‘Neeskens was de grote boosdoener in het stadion. Eerst probeerde hij Wilfried Van Moer met lichamelijk geweld uit te schakelen, later werd Van Himst zijn doelwit. Wat mankeerde Neeskens door zo vaak en zo hard de spot te drijven met de spelregels? Hij leek wel door het dolle heen.’

‘De grote schaver’, noemt men hem. ‘In een wedstrijd dertien overtredingen – het is een schande’ Cruijff neemt het op voor zijn ploeggenoot. ‘Neeskens heeft ons gered’, zegt de meester na de 0-0. Die uitspraak helpt hem, want kritiek is voor Neeskens zwaar te verdragen. ‘Daar was ik helemaal kapot van. Ik heb vreselijk zitten janken. Huilbuien gehad, in de put gezeten en gedacht: Ik speel nooit meer voor Oranje. Zover was ik heen.’

Hij oogt mentaal sterk, maar is ook kwetsbaar en introvert. Bovendien is Neeskens veel méér dan alleen een sloper. Hij is technisch, behendig en dynamisch. Neeskens groeit uit tot de complete middenvelder, zoals het voetbal die nog nooit heeft gekend. Hij kan de spelmaker van de tegenpartij uitschakelen (zoals Sandro Mazzola in de Europa Cup I-finale tegen Internazionale in 1972), maar duikt net zo gemakkelijk op in het vijandelijke strafschopgebied.

1972: Johan Neeskens in de ECI finale tegen Inter Milan.
foto: Onbekend

Op weg naar het WK valt Ajax uit elkaar. Na drie succesvolle jaren met Ajax vertrekt Cruijff naar FC Barcelona. Neeskens volgt hem een jaar later. In zijn laatste seizoen (1973/74) wordt Neeskens met vijftien doelpunten clubtopscorer. Na een verliespartij tegen promovendus De Graafschap (1-0) verspeelt Ajax in april 1974 de titel. Het blad Deze Week publiceert twee dagen later een hoofdartikel met de kop: AJAX GAAT STUK AAN DRANK EN VROUWEN.

Het betreft een uitspraak van de trainer, George Knobel. Hij zegt: ‘Het is helemaal verziekt, iedereen doet maar wat-ie wil. Het enige beetje zelfdiscipline dat ze moeten opbrengen is: ga toch op tijd naar bed en ga niet achter de wijven aan of loop je niet te bezatten.’ Het interview kost Knobel zijn baan.

Na vier jaar Ajax kan Neeskens een prachtig rapport overleggen. Twee keer landskampioen, driemaal winnaar van de Europa Cup, één keer van de KNVB-beker en meer dan 120 competitiewedstrijden in de benen, waarin hij ook nog eens 33 keer scoorde.

Barcelona 1974-1979

En hij is nog altijd maar 22 jaar. De wereld ligt aan zijn voeten, lijkt het. Maar andere geluiden zijn er ook. Van mensen die vrezen dat hij zijn lichaam verwaarloost en snel opgebrand zal zijn. Tevens komt hij in financiële problemen. Neeskens heeft samen met zijn compagnon Peter Steeman de Cocky’s Bar en het Wiener Café in Zaandam gekocht. Door verkeerde investeringen ontstaat er een schuld van twee ton. Er wordt beslag gelegd op zijn salaris en alle premies van het Nederlands elftal gaan linea recta naar de fiscus. Cor Coster, schoonvader en zaakwaarnemer van Cruijff, begeleidt Neeskens bij zijn transfer naar FC Barcelona, waar de middenvelder los van een riant salaris een handgeld opstrijkt van een half miljoen dollar. De financiële zorgen lijken op slag voorbij.

Het faillissement typeert Neeskens. Hard en meedogenloos binnen het veld, goedgelovig en wat naïef erbuiten. Zijn omgeving kenschetst hem als een man met een heel zacht karakter. ‘De mensen vonden me een vreselijk aardige gozer’, zegt hij er zelf over.

Johan Neeskens (links) spelend voor Barcelona.
foto: Onbekend

In Catalonië noemen ze hem El Torero, De Stierenvechter. De verwachtingen zijn hoog nu Barcelona voor het eerst sinds veertien jaar weer kampioen is geworden. Met Neeskens in het team lukt het niet die prestatie te evenaren. In het seizoen 1974/75 eindigt de ploeg als derde. Thuis blijft Barcelona ongeslagen, uit verliest het twaalf van de zeventien wed- strijden.

In de vier jaren erna moet de club in eigen land buigen voor de hoofdstedelijke suprematie van Real en Atlético Madrid. In ’76 wordt Neeskens clubtopscorer en is hij de eerste buitenlander die wordt gekozen tot Voetballer van het Jaar. Een ander hoogtepunt is het winnen van de Europa Cup voor bekerwinnaars in 1979. Fortuna Düsseldorf verliest na verlenging met 4-3.

Neeskens kijkt voldaan terug op die periode in Camp Nou. ‘Vanwege de entourage speelde ik er elke wedstrijd met kippenvel op mijn lijf. Na vijf jaar wilden ze verder met Alan Simonsen. Had ik geen problemen mee. Ik heb in Barcelona een geweldige tijd gehad, met de verkiezing tot Voetballer van het Jaar als hoogtepunt.’

Soms was zijn zachtaardige karakter een verraderlijke bondgenoot, maar daar staat een grenzeloze populariteit tegenover. In Barcelona adoreren de fans hem nog steeds en elke Nederlandse liefhebber die Neeskens zag spelen, heeft een zwak voor hem. FC Barcelona is voor altijd zijn club. ‘Meer nog dan Ajax’, zegt hij later.

New York Cosmos 1979-1984

In Amerika, bij de sterrenploeg van New York Cosmos, maar ook al tijdens zijn laatste periode als de motor van Barcelona, was Johan Neeskens een dankbaar object voor de schandaalpers. In Barcelona werden zijn huwelijksproblemen en een ernstige verwijdering met Johan Cruijff breed uitgemeten. Later werd door rijp en groen beweerd dat de karaktervoetballer van weleer aan de drank en de drugs was. Neeskens heeft zich nooit tegen die beweringen verdedigd. Dat hij in New York met de clubleiding voortdurend overhoop lag, was echter niet te ontkennen.

Ze zeggen dat het een vlucht is, zijn transfer naar New York Cosmos. Feit is dat in de North American Soccer League (NASL) megasalarissen worden betaald. Neeskens moet nog 28 worden als hij medio 1979 in New York een vijfjarig contract tekent waar een beloning van zeshonderdduizend gulden per jaar tegenover staat. Een terugkeer bij Oranje zit er niet in. Neeskens laat in oktober ’79 weten ‘psychisch en fysiek niet in staat te zijn aan zo’n zware wedstrijd (in de DDR, beslissend in de EK-kwalificatiereeks), deel te nemen’. In december zegt Neeskens wel zijn aanwezigheid toe bij een wedstrijd van het Wereldelftal dat voor Unicef tegen Borussia Dortmund speelt. Maar als de ploeg – met verder ook Cruijff en Krol – zich verzamelt, is Neeskens nergens te bekennen. Hij is dan volgens de pers al ‘bekend om zijn verdwijntrucs’.

Neeskens is ondergedoken in het Oostenrijkse Schladming, waar hij ‘moet bijkomen van alle voetbal- en privéspanningen’. Het gaat niet goed met hem. Hij ligt in scheiding en de Amrobank laat beslag leggen op zijn tegoeden van de KNVB (de WK-premies), omdat Neeskens een lening uit de tijd van zijn faillissement nog niet heeft terugbetaald. Behoefte aan contact met de Nederlandse buitenwereld heeft hij niet. ‘Nooit meer in Oranje, nooit meer in de pers’, luidt zijn credo.

Als Neeskens verstek laat gaan bij de wedstrijd New York Cosmos-Los Angeles Aztecs, wil de club zijn contract ontbinden. Het is de derde keer dat hij zonder opgaaf van redenen niet verschijnt. Zijn trainer Hennes Weisweiler is er klaar mee. Het levert Neeskens een schorsing op die ruim negen maanden duurt. Nadat ploeggenoot Wim Rijsbergen al eens heeft geroepen dat Neeskens ‘aan de fles’ is, doet Rinus Michels een boekje open. In De Telegraaf zegt hij: ‘Het verbaast me niet dat Neeskens zomaar verdwijnt. Hij is het slachtoffer geworden van de alcohol.’ Rijsbergen: ‘Neeskens lijkt wel een magneet. De verkeerde mensen hebben zijn hele leven beheerst.’

De helpende hand komt van Kees Rijvers, die Neeskens uitnodigt weer in het Nederlands elftal te gaan spelen. ‘Hij kan bij mij thuis slapen’, zegt de bondscoach. Rijvers reist in augustus ’81 zelf naar New York om Neeskens na diens schorsing te zien spelen. Die houdt de boot af, maar Rijvers is de aanhouder die wint. Neeskens heeft dat nodig, de warmte van iemand die in hem gelooft. Hij maakt een overtuigende rentree in Oranje, dat op weg naar het WK ’82 België in De Kuip met 3-0 verslaat. Het publiek scandeert zijn naam.

Na afloop vertelt Neeskens ‘zielsgelukkig’ te zijn. Hij is een speler die zich optrekt aan de toeschouwers. ‘Als ik een moeilijke bal toch nog veroverde en daarvoor een staande ovatie kreeg, groeide ik boven mezelf uit. Ik voetbalde op het ritme van het publiek’, vertelt hij later. De liefde met Oranje is trouwens van korte duur. Frankrijk wint de beslissende WK-kwalificatiewedstrijd met 2-0 en Neeskens zit er mentaal doorheen. Hij heeft niet kunnen brengen wat de supporters hadden verwacht.

In Amerika bouwt Neeskens een nieuw leven op. Hij krijgt een relatie met de Zwitserse blondine Marlis von Reding. De twee leiden een rustig bestaan in het plaatsje North Haledon, ten noordwesten van New York. Daar komt Neeskens thuis: ‘Ik heb eindelijk de rust gevonden waar ik al zo lang naar op zoek was’, zegt hij daarover. Vaak wordt Neeskens gevraagd voor ere- of afscheidswedstrijden, zoals die van Willem van Hanegem in juni 1983. Hij belooft te komen, maar komt niet. Een jaar later laat hij – als enige speler – de revanche van de WK-finale uit 1974 aan zich voorbijgaan. ‘Het vliegtuig had vertraging.’

Juli 1979: Johan Neeskens voor New York Cosmos tegen Minnesota.
foto: Colorsport/Andrew Cowie

De wraak op Duarte

Op 25 juni 1978 verliet Neeskens in Buenos Aires de finale, een vuile oorlog, met bloed op zijn shirt. Tijdens dat toernooi was hij nooit fit. Lang had hij last van een aanslag van Velasquez, de Peruviaan op wie hij zich veel later in de Noord-Amerikaanse competitie met een bewuste karatetrap op de knie revancheerde.

Het incident, waardoor Neeskens zoveel haat had tegen Duarte, stamt uit het WK van 1978. In een toch al keihard duel stompt Duarte met zijn elleboog vol in de ribbenkast van Neeskens. De keiharde middenvelder, die bekend stond om zijn vermogen te kunnen uitdelen en incasseren, kon na de stoot geen stap meer verzetten. De doelman van Peru moest uiteindelijk de Nederlander buiten de lijnen leggen. Neeskens bleek achteraf twee gekneusde ribben te hebben.

Deze ribben deden echter zoveel pijn dat Neeskens het verzoek deed terug te mogen keren naar zijn woonplaats Barcelona. Uiteindelijk wist KNVB-arts Frits Kessel Neeskens ervan te overtuigen te blijven. Het toernooi zou namelijk nog achttien dagen duren en Neeskens kon nog van grote waarde zijn voor Oranje. Bondscoaches Jan Zwartkruis en Ernst Happel erkennen de waarde van Neeskens en laten hem ondanks een helse pijn aantreden tegen Schotland. Dit duel vond vier dagen na de elleboogstoot plaats en Neeskens had dan ook een flinke bandage om zijn ribben. Na tien minuten werd echter Neeskens de pijn te veel en hij moest vervangen worden. De twee duels in de volgende ronde, tegen Oostenrijk en West-Duitsland, moest Neeskens vervolgens ook aan zich voorbij laten gaan.

Op het moment dat Nederland zich tegen Italië kon plaatsen voor de finale, wilde Neeskens, tegen beter weten in, toch meedoen. Teamarts Kessel legt Neeskens de gevaren uit die meespelen met zich meebrengen, maar Neeskens is vastberaden om te spelen. Het hele gebied rond zijn borstkast wordt verdoofd. Een nieuwe botsing zou echter een groot gevaar betekenen, omdat dat blijvende klachten zou kunnen opleveren. De botsing kwam er toen een Italiaan hem opnieuw een elleboog in zijn ribben stootte. Na de wedstrijd ondergaat Neeskens vier dagen lang helse pijnen, maar met een nieuwe spuit treed Neeskens toch aan in de verloren finale. Nog maanden na het WK zal Neeskens last hebben van zijn ribben.

In 1982 kan Neeskens eindelijk revanche nemen op zijn aartsrivaal. Zijn New York Cosmos neemt het namelijk op tegen Peru, dat zich voorbereid op het WK. Duarte speelt nog steeds mee bij Peru en Neeskens had zijn strijdplan al klaarliggen. Hij zag zijn kans schoon op het moment dat er een opstootje plaatsvond tussen Duarte en één van Neeskens’ ploeggenoten. In een vlaag van woede sprint Neeskens het hele veld over en hij plaatst een vliegende tackle op de benen van de verbaasde Duarte. Zowel Neeskens als Duarte, die vlak daarvoor ook een doodschop had uitgedeeld, worden vervolgens door de verbaasde scheidsrechter van het veld gestuurd.

Neeskens had achteraf alles behalve spijt van zijn actie: “Ik voelde me op slag voldaan”, vertelde Neeskens. “Soms heb je spijt van een overtreding, maar hier heb ik nooit spijt van gehad. We werden allebei van het veld gestuurd, maar ik liep op eigen kracht, die Duarte werd per brancard weggedragen.”

FC Groningen 1984-1985

Als zijn verbintenis met Cosmos afloopt, zijn Botafogo en West Ham United de eerste clubs die hem willen aantrekken. Maar Neeskens kiest in februari 1985 voor FC Groningen. Die club heeft de intentie samen met shirtsponsor Aegon een baan voor hem te vinden. Het avontuur wordt geen succes. Neeskens heeft vijf weken nodig voordat hij fit genoeg is voor een wedstrijd. Thuis tegen PEC Zwolle maakt hij op 10 maart ’85 na elf jaar zijn rentree op de Nederlandse velden. Populair is Nees nog altijd, maar zo goed als vroeger allang niet meer. De velden zijn hard, Neeskens forceert zichzelf, hij kampt vaak met blessures en komt tot slechts zeven duels.

Hierbij dient te worden aangetekend dat hij op de positie “laatste man” speelde, terwijl Neeskens van origine een (verdedigende) middenvelder was. In 1986 speelde hij bij Fort Lauderdale Sun, bij Lowenbrau, nog drie seizoenen bij FC Baar als speler/trainer.

Tussendoor trouwt hij op 30 maart 1985 in het Zwitserse dorp Baar (nabij Zug) met zijn Marlis. Neeskens speelt nog twee jaar in Amerika en vestigt zich vanaf 1987 in Baar. Neeskens sluit zijn voetbalcarrière in Zwitserland af bij FC Zug. De middenvelder is op dat moment al 40 jaar. Cruijff probeert hem als jeugdtrainer terug te halen naar FC Barcelona. Maar wat Neeskens betreft hoeft dat niet. Marlis en hij hebben twee jonge kinderen en de sport is de komende tien jaar ondergeschikt aan zijn privéleven.

Nederlands elftal

In een hete Ajax – Feyenoord kraakte Wim van Hanegem met een elleboog zijn neus, maar zelfs dat kon de hechte band bij het Nederlands elftal niet verbreken. Johan Neeskens was een bikkelaar en een echte volksheld uit een zeer eenvoudig milieu; precies als Van Hanegem. Als kind was Nobby Stiles, de bottenbreker en rasprovocateur van Manchester United, al zijn grote voorbeeld. Dus klikte het ook meteen tussen Johan Neeskens en Wim van Hanegem, de wonderlijke linkshalf die zo verschrikkelijk goed kon voetballen dat velen nooit begrepen waarom hij in het veld ook zo gemeen was.

Oranje vormde ook het podium waarop Johan Neeskens op zekere dag voor zichzelf uitmaakte dat de voetbalwereld uit goeden en uit kwaden bestaat. Het was de zeven jaar oudere Wim van Hanegem die in 1972 met hem dat zwart-wit beeld invulde:

Zondag 19 november 1972, in Antwerpen speelt het Nederlands elftal de WK-kwalifi- catiewedstrijd tegen België. In een buitengewoon slechte wedstrijd blijft het 0-0. Johan Neeskens, als net 21-jarige Ajacied dan al twee keer winnaar van de Europa Cup voor landskampioenen, laat zich in de Hel van Deurne meer dan ooit door fysieke kracht leiden. ‘Karakter’, prijzen zijn fans. ‘Een gangster’, menen zijn heftigste critici. Met veertien, veelal zware overtredingen op de Belgische spelmaker Pol van Himst, haalt Neeskens zich de gramschap van de Belgen op de hals. Pas in de slotminuut krijgt hij van de Engelse scheidsrechter Walker de gele kaart.

Met de 0-0 is de WK-plaatsing voor Duitsland ’74 al aardig in de buurt gekomen. Dolgelukkig is Neeskens dan ook met dit resultaat. Verbijsterd is hij wanneer even later vrijwel alle journalisten zeer kritisch getinte vragen op hem afvuren. De massala kritiek is zelfs zo venijnig, dat de middenvelder bij het banket zijn tranen niet kan bedwingen. Voor zich zelf heeft hij het gevoel het ‘landsbelang’ optimaal te hebben gediend.

De volgende dag wordt hij echter neergesabeld. Onder de kop Neeskens, de grote schaver, schrijft Frans Ensink in De Volkskrant: “Een andere arbiter zou Neeskens al snel in de tweede helft naar de roestige catacomben hebben gestuurd. Wat mankeerde Neeskens door zo vaak en zo hard de spot te drijven met de spelregels? De benjamin van het team, die in een mum van tijd tienduizenden guldens naar zich toe ziet drijven, heeft de weelde misschien niet kunnen verdragen. In de meeste gevallen hief hij de armen als excuus, maar Walker had Neeskens zonder pardon moeten verwijderen bij, pakweg, de tiende over- treding. Bondscoach Fadrhonc, die dit beulswerk zonder pardon aanzag, had Neeskens al veel eerder kunnen terugtrekken; al was het maar om de Ajacied tegen zich zelf in bescherming te nemen. Neeskens leek wel door het dolle heen.”

Later heeft Johan Neeskens toegegeven dat de zware mediakritiek op zijn woeste spel in Antwerpen bij hem voor een omslag heeft gezorgd. Hij was al geen extroverte jongen, maar na die interland – zelfs medespelers spraken schande van zijn gedrag – werd hij nagenoeg ondoordringbaar. Van spelerskant nam vooral Wim van Hanegem het toen nadrukkelijk voor Neeskens op. En in de mediameute koos alleen Maarten de Vos van het dagblad De Tijd zijn spoor. De Vos nam de aangeslagen Neeskens na de interland zelfs mee in zijn auto naar Amsterdam.

Maar gelukkig Neeskens laat alle kritiek achter zich en plaatst zich met Oranje voor de finale van het WK in West-Duitsland. De Ajacieden zijn in topvorm. Neeskens groeit uit tot een van de sterren van het toernooi en is goed voor vijf doelpunten, waarvan drie uit een strafschop. De snoeiharde penalty van Neeskens wordt een iconisch beeld: hij maakt er twee tegen Bulgarije en één in de finale tegen West-Duitsland. Ook tegen Brazilië scoort Neeskens op typerende wijze. Hij rondt een steekpass van Cruijff af met een wilskrachtige en beheerste sliding. Neeskens is meer dan ooit de perfecte adjudant van Cruijff. ‘Johan zag in mij dé man om als ploeg pressie te kunnen spelen’, verklaart hij later. ‘Ik voerde uit wat Cruijff zei”.

De snoeiharde penalty van Johan Neeskens in de WK finale.
foto: Onbekend

Bij Oranje gaat het er tussen ’74 en ’78 onrustig aan toe. Na het WK in West-Duitsland komt er een nieuwe bondscoach, Knobel nota bene. Cruijff en Neeskens krijgen zo hun privileges. Voor de oefenwedstrijd in en tegen Zweden, op 4 september ’74, verschijnen zij een dag te laat op het appèl én laten zij zich vergezellen door hun echtgenotes. Cruijff gebruikt zijn column in De Telegraaf om dat gedrag te verklaren. ‘Ik zie niet in wat er verkeerd aan is om je vrouw mee te nemen naar een voetbalwedstrijd’, laat hij noteren. Oranje wint met 1-5, Neeskens scoort twee keer.

De spelers van PSV hebben zich voor dit duel afgemeld. Beide gebeurtenissen krijgen een jaar later een staartje. Op 10 september ’75 arriveren Cruijff en Neeskens opnieuw een dag te laat voor een uitwedstrijd, deze keer in Polen. Dat zint Jan van Beveren en Willy van der Kuijlen (beiden PSV) niet. De laatste roept: ‘Daar zullen we de koningen van Spanje hebben.’ Er ontstaat een rel met Van Beveren en Cruijff als middelpunt, maar met Van der Kuijlen en Neeskens als secondanten. De PSV’ers besluiten zich niet langer beschikbaar te stellen voor Oranje.

Op het EK verliest Neeskens zichzelf. In de halve finale tegen Tsjechoslowakije krijgt hij na 76 minuten van scheidsrechter Clive Thomas de rode kaart wegens een bikkelharde tackle op Zdenek Nehoda. Dat is nogal dom, omdat de Tsjechoslowaken eerder met tien man kwamen te staan na een aanslag van Jaroslav Pollak op diezelfde Neeskens. Als in de verlenging, direct na de omstreden 1-2 van Nehoda, ook invaller Van Hanegem met rood van het veld verdwijnt wegens protesteren, verliest Oranje kansloos: 1-3. Een ontluiste- rend afscheid van een team dat qua rijpheid en potentie nog sterker is dan in 1974.

In 1978 bevestigt Neeskens tijdens het WK in Argentinië zijn wereldwijde reputatie als een van de hardste middenvelders die het voetbal kent. In de poulewedstrijd tegen Peru loopt hij een zware ribblessure op, die hem de duels met Oostenrijk en West-Duitsland in de tweede ronde kost. Maar in de eindfase van het toernooi verbijt hij alle pijn. Vijf injecties doen de rest. Met Neeskens knokt Oranje zich voorbij Italië, waarna het in de finale sneuvelt tegen Argentinië. Met bebloed shirt en bebloed gelaat verlaat Neeskens het veld.

25 juni 1978: Bertonia (Argentinië) passeert Johan Neeskens in de WK finale
foto: Popperfoto /Getty Images

De interlandloopbaan van Johan Neeskens duurde elf jaar. Hij was er bij in de verloren WK-finales tegen de Duitsers en tegen de Argentijnen. In totaal speelde hij 49 interlands, waarin hij 17 keer scoorde. Hij werd befaamd om zijn strafschoppen, die hij zonder aarzelen met de punt van zijn kicks genadeloos hard en hoog in het doel joeg, vaak door het midden. Hij stond bekend om zijn hardheid, zijn ‘jagen op de bal’ en zijn hoge incasseringsvermogen.

Johan Neeskens als trainer

Van 2000 tot en met 2004 is Johan Neeskens trainer van NEC. In 2004 wordt hij in Nijmegen ontslagen vanwege tegenvallende resultaten. Veel NEC supporters kijken echter terug op een periode met uitstekende voetbal waarbij Neeskens dus prima werk leverde.

Neeskens is tijdens het WK 2006 assistent van Guus Hiddink bij Australië. Na het WK trad hij in dienst van FC Barcelona als assistent-trainer naast Frank Rijkaard en in 2009 bondscoach van het Nederlandse B-elftal. Vanaf het seizoen 2009/10 was hij opnieuw de assistent van Rijkaard; dit keer bij het Turkse Galatasaray SK, tot oktober 2010.

In 2011 wordt hij trainer bij het Zuid-Afrikaanse Mamelodi Sundowns waar hij dat jaar net geen landskampioen wordt. Zijn Zuid Afrikaanse avontuur eindigt halverwege 2012 wanneer hij -vanwege teleurstellende resultaten- meerdere malen door zijn eigen fans wordt bedreigd en uiteindelijk begin december 2012 door de clubleiding wordt ontslagen.

In november 2017 kwam er een fotoboek uit over zijn voetballoopbaan, “Johan Neeskens – wereldvoetballer”. De voetballer van wie vaak werd gezegd dat hij de dertig niet zou halen. De meest dynamische middenvelder die Nederland ooit kende. De adjudant van Johan Cruijff. Een eerbetoon met rafelige randjes.

Prijzenkast en erelijst:

* Kampioen van Nederland: 1970, 1972, 1973
* KNVB beker: 1970, 1971, 1972
* Wereldbeker voor clubteams: 1972
* Europacup I: 1971, 1972, 1973
* UEFA Super Cup: 1972, 1973
* Europacup II (Barcelona) :1979
* Primera División (Barcelona): 1974
* Copa del Rey (Barcelona): 1978
Nederlands elftal
* interlands: 49 doelpunten: 17
* Wereldkampioenschap voetbal Zilver: 1974, 1978
* Europees kampioenschap voetbal Brons: 1976
Individueel
* FIFA World Cup Silver Boot: 1974
* FIFA World Cup All-Star Team: 1974
* FIFA 100
* Don Balón Award (Beste buitenlandse speler La Liga): 1976
* IOC Europees Voetballer van het Seizoen: 1971/72

Referenties en bronnen:
Wikipedia, Het Voetbal Boek, Voetbal International,Trouw, www.bestevoetballers.nl, www.bestevoetballers.nl, www.catenaccio.nl