(18) 1964: 18 mei DWS kampioen van Nederland

Vreemde eend in de bijt

DWS degradeerde in het seizoen 1961/1962 naar de 1e divisie maar! Het seizoen erop werd DWS kampioen van de 1e divisie en promoveerde weer naar de Eredivisie en wat niemand voor mogelijk had gehouden en tot op de dag van vandaag geen enkele vereniging is gelukt, werd DWS het seizoen erop kampioen van Nederland door thuis op de laatste speeldag met 3-1 te winnen van GVAV.

Het gebeurde in de geschiedenis van de eredivisie slechts één keer eerder dat Ajax, PSV en Feyenoord twee jaar op rij de titel aan een andere club moesten laten. Het kampioenschap ging in 1958 naar DOS, in 1959 behaalde Sparta de landstitel. DWS (1964), AZ (1981 en 2009) en FC Twente (2010) zijn de clubs die de hegemonie van ‘de grote drie’ daarna nog doorbraken.

Van bovenstaand rijtje is DWS de enige club die totaal uit het betaald voetbal verdween. In 1972 ging DWS, met Blauw Wit, op de in fusie FC Amsterdam. Na afloop van het seizoen 1973-1974 trad ook De Volewijckers toe tot de fusieclub. Na een succesvolle start zakte de fusieclub FC Amsterdam in het seizoen 1977-1978 af van de Eredivisie naar de Eerste Divisie. Dit betekende het einde voor FC Amsterdam: het aantal toeschouwers werd zo klein dat in het voorjaar van 1980 besloten werd om op het bijveld van het Olympisch Stadion te gaan spelen, zoals Blauw-Wit dat al eerder had gedaan. Dit mocht niet meer baten, na circa twee jaar viel het doek voor FC Amsterdam, in mei 1982.

Seizoen 1963-1964

DWS degradeerde in het seizoen 1961/1962 naar de 1e divisie maar de wederopstanding werd fameus en na vele jaren nog steeds niet geëvenaard. Voorzitter Solleveld betaalde zijn spelers goed en probeerde ze ook maatschappelijk verder te helpen. André Pijlman leende, tegen gunstige voorwaarden, 25.000 gulden van de club om een goedlopende sigarenzaak in de Palmdwarsstraat over te nemen.

In het seizoen 1962/1963 werd DWS kampioen van de 1e divisie en promoveerde weer naar de Eredivisie. Trainer is de Engelsman Leslie Talbot met simpele oefenstof en een beperkt tactisch inzicht. Hij was de man van de peptalk, die zijn vrolijke enthousiasme wist over te brengen op een elftal dat geliefd was in het land.

Wat niemand voor mogelijk had gehouden, zelfs niet in Amsterdam, gebeurde in het seizoen 1963/1964. Het hoogtepunt uit de geschiedenis van de Spaarndammers. DWS werd kampioen van Nederland door thuis op de laatste speeldag te winnen van GVAV. Het Olympisch Stadion, de thuishaven van DWS is dat seizoen een bijkans onneembare vesting. Frans Geurtsen werd topscorer met 28 goals maar tegen GVAV gaat het bijna fout als Daan Schrijvers een penalty gestopt ziet worden door de legendarische Groningse doelman Tonny van Leeuwen. Op dat moment, diep in de tweede helft, wordt het ook nog eens 0-1 voor GVAV. Maar DWS toont mentale veerkracht en wie anders dan Geurtsen maakt de gelijkmaker. Via goals van Huub Lenz en Mosje Temming drukt DWS door en wint met 3-1.

De populariteit van de volksclub zonder kapsones bracht de Rotterdamse zanger en liedjesmaker Johnny Hoes er zelfs toe een ode aan DWS, de Amsterdamse nummer één van het land, te brengen. Op de muziek van een Duitse schlager klonk het: ‘En van je hoempa, hoempa, hoempa, DWS.’

18 mei 1964 werd DWS Landskampioen en met een platte wagen met onder andere Joop de Jong, Frits Flinkenvleugel, Rinus Israël en Piet Schrijvers werden zij door de Spaarn- dammer- en Staatsliedenbuurt gereden. De meeste voetballers hadden een sigarenwinkel in die tijd en bij sommige sigarenwinkels werd elke zondag op grote borden de uitslagen en eindstanden opgeschreven. Het was er dan om een uur of vier altijd druk, ook vanwege de voetbaltoto.

Topscorer Frans Geurtsen op schouders in het voormalige Olympisch stadion.
foto: onbekend

De ploeg van de Engelse motivatietrainer Lesley Talbot steunde op een solide verdediging, met keeper Jan Jongbloed, de onverzettelijke ­centrumverdedigers Daan Schrijvers en Rinus Israël en de rappe backs Frits Flinkevleugel en André Pijlman.

Jan Jongbloed keept van 1959 tot 1972 voor DWS hoewel hij in beginsel een veldspeler was. Jan wordt doelman van het Nederlands elftal en staat 24 wedstrijden onder de oranje lat. “Een echte keepers trainer bestond er in mijn tijd niet. Toen ik in 1964 met DWS kampioen werd, bestond mijn training uit het op doel schieten door Frans Geurts, Henk Wery en Mosje Temming”. Zijn ervaring als voetballer blijkt later een groot voordeel te zijn. Jongbloed: “We hadden een goede ploeg. Het waren sterke jongens, niet bang voor de tegenstander. Het was een combinatie van Amsterdamse en Utrechtse karakters, die niet gauw opgaven. Je hebt pas verloren als de 90 minuten voorbij zijn. Dan moet je de spelers hebben die de nul vast kunnen houden én je moet een goede doelverdediger hebben. Toevallig was ik dat”, knipoogt hij. Jan debuteerde in de selectie van DWS op 19 jarige leeftijd en kreeg al in 1960 een uitnodiging voor het Nederlands elftal. Hij werd tweede keeper achter Eddy Pieters Graafland. Nadat de andere concurrent Piet Lagarde, bij Denemarken – Nederland een blessure op liep mocht hij in de 82ste minuut invallen. Deze match werd in 1962 gespeeld en het duurde opmerkelijk genoeg tot 1974 voordat zijn interland carrière een vervolg kreeg en hij zijn tweede oranje wedstrijd zou spelen.

1964 Het kampioenselftal van DWS
foto: Martens

De selectie bestond dat jaar uit:
Jan jongbloed, Andre Pijlman, Rinus Israël, Daan Schrijvers, Joop de Jong, Joop Burgers, Frans Geurtsen, Mosje Temming, Huub Lenz, Jos Vonhof, Henk Wery, Dick Hollander, Frits Flinkevleugel, Leo Heeres, Herman Niessen, Adri Verschoof, Tonnie Adam, Voogt en trainer Lesley Talbot.

Eindstand competitie 1963-1964

1. DWS  Punten: 58 Doelsaldo: 58 – 28
2. PSV  Punten: 41 Doelsaldo: 66 – 42
3. SC Enschede Punten: 39 Doelsaldo: 63 – 45
4. Feyenoord Punten: 36 Doelsaldo: 67 – 33
5. NAC  Punten: 35 Doelsaldo: 56 – 43
6. AJAX  Punten: 34 Doelsaldo: 63 – 40
7. Fortuna ’54  Punten: 30 Doelsaldo: 50 – 48
8. DOS  Punten: 30 Doelsaldo: 52 – 54
10. ADO Punten: 30 Doelsaldo: 47 – 60
11. MVV  Punten: 27 Doelsaldo: 40 – 53
12. Go Ahead  Punten: 24 Doelsaldo: 42 – 62
13. Heracles Punten: 23 Doelsaldo: 44 – 65
14. Sparta  Punten: 22 Doelsaldo: 34 – 52
15. Blauw-Wit  Punten: 18 Doelsaldo: 44 – 71
16. FC Volendam Punten: 18 Doelsaldo: 43 – 74

Europees avontuur

In het seizoen 1964/1965 haalt DWS zelfs de kwartfinale van de Europa Cup I. Helaas is het Hongaarse Vasas Gyor ondanks een uitblinkende Jongbloed net te sterk voor DWS. De eerste tegenstander was het Turkse Fenerbache, thuis werd het na een wervelende wed- strijd 3-1 voor DWS en uit in de hel van Istanbul won DWS met 0-1. De volgende tegenstander was het Noorse Ski-Og-Lyn, in Amsterdam won DWS met 5-0 en ook in Oslo was DWS te sterk, het werd 3-1 voor DWS. In 1965 speelde DWS in de kwartfinale tegen het Hongaarse Vasas Györ Eto thuis met 1-1 gelijk en de uitwedstrijd werd met 1-0 verloren. Het sprookje was uit!

10 maart 1965. Vasas Gyor ETO verslaat DWS in eigen huis met 1-0
foto: ANP- Flip Martens

DWS schakelde in de eerste ronde van de Jaarbeurssteden­beker het Belgische Beerschot en weerstond het elftal van Lesley Talbot ook het grote Chelsea. Na de 0-0 op Stamford Bridge in Londen bleef ook de ­return in Amsterdam, inclusief verlenging, doelpuntloos. Pas na 210 minuten werd de impasse doorbroken. Niet door het nemen van strafschoppen, maar door loting. Voormalig verdediger André Pijlman . “Verdomd ja, Chelsea. En we wonnen nog ook, door loting. Twee keer 0-0 en toen gooide de scheidsrechter een muntstuk op. Chelsea uitgeschakeld.” DWS was de gelukkige, maar zou in de derde ronde niet ­opgewassen blijken tegen Glasgow Rangers.

De topscorer en icoon Frans Geurtsen

Frans Geurtsen (17 maart 1942), een geboren Utrechter, verkaste in 1963 voor 80.000 gulden naar DWS dat toen net was gepromoveerd naar de eredivisie. DWS werd gelijk kampioen van Nederland en Geurtsen maakte 28 doelpunten en werd hiermee topscorer in de eredivisie. In oktober 1964 speelde hij zijn eerste en enige interland met het Nederlands elftal, dat op dat moment getraind werd door Denis Neville. Tegen Albanië scoorde Geurtsen kort voor tijd de 2-0. Naast Geurtsen stonden in deze wedstrijd ook de DWS’ers Daan Schrijvers en Rinus Israël opgesteld.

Ook in seizoen 1964/65 was Geurtsen topscorer van de Eredivisie, met 23 doelpunten. Met DWS eindigde hij als tweede. In de Europacup I kwam de ploeg tot de kwartfinale. Geurtsen scoorde in de eerste ronde twee keer tegen Fenerbahçe SK en in de tweede ronde tegen FC Lyn Oslo.

In de daaropvolgende jaren bleef Geurtsen een basisspeler van DWS, hoewel hij minder doelpunten scoorde en DWS afzakte naar een positie in de subtop. Vanaf 1968 kreeg Geurtsen te maken met een ontsteking aan de achillespees, waardoor hij lange tijd niet tot spelen kwam. In 1971 beëindigde hij zijn profloopbaan op 29-jarige leeftijd. Later was hij jarenlang voetbaltrainer bij verschillende amateurverenigingen in Noord-Holland. Frans Geurtsen overleed eind 2015 op 73-jarige leeftijd.

10 maart 1965. Vasas Gyor ETO-DWS Amsterdam (1-0), met Frans Geurtsen
foto: onbekend

1965: Jan Jongbloed verknalt 2e landskampioenschap

In het begin van 1965 speelde het opvallendste geval van discriminerende belediging in het Nederlandse betaald voetbal. Het was een geval met grote gevolgen; het kostte regerend kampioen DWS een nieuwe landstitel en indirect ook een plaats in de halve finales van het Europa Cup-toernooi voor landskampioenen.

Het is zondagmiddag 17 januari 1965, wanneer DWS-doelman Jan Jongbloed zich ergert aan de manier waarop Ajacied Bennie Muller op hem inloopt. Jongbloed kan zich niet beheersen en roept naar Muller: "Vuile rot-jood." Het incident vormt het bizarre diepte- punt in de sfeer van vaak zwartgallige animositeit tussen DWS en Ajax. Jongbloed is nog steeds van mening dat het Ajax er toen vooral om ging het succes van DWS te frustreren.

Ajax, waar eind 1964 de dan 17-jarige Johan Cruijff tegen GVAV zijn competitiedebuut heeft gemaakt, beleeft een hopeloos seizoen. Lange tijd moet de club zelfs vrezen voor degradatie. Deze magere tijd contrasteert met de successen van stadgenoot DWS, de club van eenvoudige jongens die in één ruk vanuit de eerste divisie naar het landskampioen- schap (1964) is doorgeschoten.

DWS begint op 17 januari 1965 in het Olympisch Stadion nog als fiere eredivisie-koploper aan de derby met Ajax. Feyenoord is nog de enige concurrent voor de titel, de rest – Heracles is derde – ligt een straatlengte achter. Ook na de 1-1 tegen Ajax staat DWS er nog goed voor. Maar het tumult dat halverwege de tweede helft ontstaat en tot onrust leidt bij de 35.500 toeschouwers, zal weken intact blijven. In zijn verklaring noteert scheidsrechter Piet Roomer het volgende: "Er moet iets gezegd zijn, maar ik stond te ver af om te horen wat. Wel zag ik dat Muller zich ontzettend kwaad maakte en op Jongbloed af ging. Ik sprong er tussen en riep: ‘Muller, wat doe je nou?" Hij antwoordde: "Meneer Roomer, hij scheldt mij uit voor vuile rot-jood. Ik legde het spel stil en riep Jongbloed ter verant- woording. Waar Muller bij stond, verklaarde Jongbloed: ‘Ik heb niets gezegd.’ Derhalve kon ik niets doen."

DWS-Ajax Klaas Nunninga scoort voor Ajax, Jan Jongbloed en Rinus Israël zijn kansloos.
foto: Voetbal International

Wanneer het lijkt dat hiermee het incident ten einde is, besluit Ajax toch maar geen genoegen te nemen met deze afloop. Bennie Muller kan de woede niet van zich afzetten. Dit is voor Jaap van Praag een reden de KNVB te vragen ‘een diepgaand onderzoek’ in te stellen. Dit komt DWS slecht uit, want de competitie gaat de beslissende weken in en bovendien wacht de kwartfinale voor het Europa Cup I-toernooi tegen Vasas Györ. Van Praag kan zich daar niet druk om maken en zegt: "Wij hopen hiermee te bewerkstelligen dat allerlei verwensingen van de velden verdwijnen." Een woordvoerder van de KNVB geeft te kennen dat het onderzoek mogelijk vast loopt in "welles-nietes verklaringen, maar ondanks dat probleem zeker nuttig zal zijn".

Op 1 februari hoort de KNVB-commissie van onderzoek – hierin hebben Henk Zon, Hennie van Daalen en mr.J. van Zaayen zitting genomen – aan Ajax-zijde Bennie Muller en de bestuursleden Jaap van Praag en Martin Bremer. Namens DWS worden naast Jan Jongbloed voorzitter Henk Solleveld en de spelers Frits Flinkevleugel en Daan Schrijvers gehoord. Om beurten verschijnen in een kamer van Hotel Terminus de opgeroepenen voor de commissie. Jaap van Praag is woedend als blijkt dat de commissie bij de verhoren Jan Luikinga als ‘onafhankelijk waarnemer’ toegang heeft verschaft. Jan Luikinga is secretaris van DWS….

De bevindingen van de commissie worden doorgespeeld aan de tuchtcommissie. Dit college wijst op 8 februari de klacht van Ajax af. Maar heel opmerkelijk is wel dat Jan Jongbloed zich een tweede maal voor de tuchtcommissie zal moeten verantwoorden. De doelman is terug gekomen op zijn eerste verklaring aan scheidsrechter Roomer. Jawel, Jongbloed heeft Muller wel degelijk beledigd. Dat het om een antisemitische opmerking ging, blijft Jongbloed echter vooralsnog ontkennen. Het afleggen van een valse verklaring komt de keeper duur te staan.

24 oktober 1965. DWS-Ajax 0-2. Met Johan Cruijff, Jos Vonhof (DWS), Jan Jongbloed (DWS), Co Prins en Henk Groot
foto: Joop van Bilsen – ANEFO

Voor het in diskrediet brengen van de naam van DWS, wordt hij door zijn club voor twee wedstrijden geschorst en dient hij voorts een boete van vijfhonderd gulden te betalen. Even later doet de tuchtcommissie er nog een flinke schep bovenop, wanneer aan de ‘minder parlementaire uitdrukkingen’ (Jongbloed) wel degelijk het kenmerk van antisemitisme wordt gekoppeld. De tuchtcommissie schorst Jongbloed voor drie wedstrijden.

Die straf houdt in dat de doelman de competitiewedstrijden tegen Feyenoord – min of meer beslissend voor het kampioenschap – en Fortuna ’54 alsmede de eerste wedstrijd tegen Vasas Györ moet missen. Op 17 februari verzacht de commissie van beroep die straf enigszins. Feyenoord-uit en Fortuna-thuis wordt Jongbloed geschorst, tegen Vasas mag hij wel meedoen.

De kwestie Jongbloed/Muller, die aanvankelijk met een sisser leek af te lopen, heeft in werkelijkheid zware consequenties. Als DWS in de Kuip tegen Feyenoord voor de titel gaat, blundert invaller-doelman Leo Heeres tot drie keer toe en wint Feyenoord met 3-1. Ook tegen Fortuna ’54 verliest het DWS van Leo Heeres een week later met 0-2.

Door die resultaten wordt niet DWS maar Feyenoord kampioen. Jongbloed, door alle heibel uit het veld geslagen, is er voor de Europa Cup tegen Vasas Györ wel twee keer bij. In Györ maakt hij drie minuten voor tijd een beslissende blunder die door Laszlo Povaszai wordt afgestraft: 1-0. In Amsterdam was het eerder 1-1 geworden; toen had de Hongaar Tibor Korsos na een fout van Jongbloed ook al met een goal toegeslagen.

[Bron: Trouw – Matty Verkamman]

Eerste full-prof club

In 1964 was landskampioen DWS, naar buitenlands voorbeeld, als eerste overgestapt op het full-profsysteem. De club bracht voetballers voort als Jan Jongbloed, Rinus Israël en Robbie Rensenbrink – mannen die later betrokken waren bij de successen van Oranje. Andere clubs volgden, en daarmee werd de basis gelegd voor de Europacups en wereld- bekers die Feyenoord, Ajax en PSV zouden winnen en die Nederlandse voetballers als Johan Cruijff en Willem van Hanegem wereldberoemd maakten.

Record transfer

Rinus Israël begon zijn carrière bij DWV, Door Wilskracht Verkregen, uit Amsterdam. In 2013 fuseerde deze club met De Volewijckers tot DVC Buiksloot. Israel werd ontdekt door DWS, en was een vaste waarde in het kampioenselftal van 1964. In dit elftal speelde ook Joop Burgers, de zwager van Rinus israël en tevens oud-international. 86 wedstrijden speelde Rinus Israel voor DWS waarin hij (slechts) éénmaal wist te scoren.

Een record- transfersom van 450.000 gulden zorgde er voor dat Rinus Israël DWS ging verlaten. Israël stapte in 1966 over naar ‘het grote’ Feyenoord, toentertijd ook wel aangeduid met ‘de Maasstedelijke formatie’, waar hij als speler zijn grootste successen beleefde met driemaal een landskampioenschap, eenmaal de KNVB beker, de Europa Cup I en de UEFA Cup.

Rinus Israël (l) in actie voor DWS tegen een nog jonge Johan Cruijff
foto: Joop van Bilsen – ANEFO

Bekende spelers

Een aantal bekende spelers die het shirt van DWS hebben gedragen, waarvan tevens de meeste interlands achter hun naam hebben:
Roy Beukenkamp, Hans Boskamp, Bertus Caldenhove, Geoffrey Castillion, Jos Dijkstra, Frits Flinkevleugel, Frans Geurtsen, Ruud Gullit, Rinus Israël, Jan Jongbloed, John Metgod, Rob Rensenbrink, Frank Rijkaard, Daan Schrijvers, Piet Schrijvers, Mosje Temming, Henk Wery

Door Wilskracht Sterk (DWS)

Op 11 oktober 1907 werd de club opgericht onder de naam Hercules. De naam werd op 22 maart 1909 veranderd in Door Wilskracht Sterk (DWS). DWS werd voor de invoering van het betaald voetbal in 1954 verschillende malen kampioen in de eerste klasse. Het lands- kampioenschap werd in die jaren nooit behaald.

In 1954 trad de club toe tot het betaald voetbal. Door Wilskracht Sterk is oorspronkelijk de club van Oud-West, van de Spaarndammerbuurt, van alles ten westen van het Centraal Station, tussen het spoor en het IJ. Diep in de vorige eeuw werkten de Spaarndammers in de havens en op de houtwerven aan de Tasmanstraat. Er zat rauw volk tussen, mannen met losse handen die er al gauw op los sloegen. Jatten en matten was schering en inslag in de buurt die ook wel de Moord en Brandwijk werd genoemd.

DWS zorgde voor vertier en ontspanning. Bij de buurtvereniging werd niet alleen gevoetbald, maar ook gehandbald en gehonkbald. En er was een visclub: De Woeste Stekel.

D.W.S.-A (DWS) uit de Spaarndammerbuurt te Amterdam, Nederland, 1962.
Vlnr: Gerrit Braam, Jos Vonhoff, Leen Corbran, Dick Schenkel, Herman Niessen, trainer Toon van der Ende, Arie de Oude, Joop de Jong, keeper Jan Jongbloed, Jacques Westphaal, Theo van Doorneveld en Wim de Kreek. (Frits Flinkevlegel ontbreekt)
foto: onbekend

DWS had ook een sterk sociaal karakter en binding met andere volksbuurten, de Jordaan vooral. Toen het werk in de haven en op de werven terugliep, riep de club een fonds in het leven voor de financieel minst daadkrachtige leden. Die maakten van DWS met nogal wat zelfspot Door Werklozen Sterk. Een gouden vondst was in 1955 de Voetbalpool, waar binnen de kortste keren het halve land aan meedeed. De voorloper van de toto was een simpel spel: een gulden inleggen en op een formuliertje aankruisen of een wedstrijd in een één (winst voor de thuisploeg), een twee (winst voor de uitspelende ploeg) of een drie (gelijkspel) zou eindigen.

Cabaretier Wim Sonneveld scoorde een hit met De voetbalpool: ‘Zeg, heb je ’t al gehoord van ome Thijs, ome Thijs heeft de prijs in de voetbalpool.’ Bij DWS stroomde het geld binnen. Sigarenboeren en andere tussenpersonen die aan DWS kwamen afdragen, leegden hun zakken vol guldens boven een grote wasketel, die vervolgens naar de bank werd gesjouwd. Eén van de grote financiële steunpilaren van de voetbalclubs was de voetbalpool die op 5 mei 1955 voor de eerste keer haar intrede deed. Bij elke inzet van een clublid was er een afdracht naar de vereniging. Er werd dan ook flink gelobbyd bij de leden. Deze voetbalpool werd zo populair, dat de jaren erna heel Nederland eraan deelnam.

Het fortuin van de voetbalpool bracht DWS sportieve voorspoed. Door de invoering van het betaald voetbal in 1954 was de club zijn beste spelers kwijtgeraakt aan de BVC Amsterdam, alias de Zwarte Schapen. De Betaald Voetbal Club van ondernemer Dingeman (Dé) Stoop had echter geen achterban, maar wel een kostbare spelersgroep en moest voor zijn thuiswedstrijden in het Olympisch Stadion een flinke huur betalen.

BVC Amsterdam werd daardoor een noodlijdende eredivisieclub, die in 1958 maar al te graag een fusie aanging met DWS. Het kwam erop neer dat de Zwarte Schapen werden opgevreten door de vermogende arbeidersclub. Maar ook DWS A, zoals de samengestelde vereniging ging heten, raakte in de problemen. De profclub werd op amateuristische wijze geleid, door eenvoudige arbeiders die niet de geringste sjoege van zakendoen hadden.

Het was een periode dat DWS het hoog in de bol had. Toenmalig voorzitter Henk Solleveld besloot zelfs spelers fulltime in dienst te nemen, waardoor DWS in 1965 de eerste echte profclub van Nederland werd.

Maar de dure huishouding en de hoge kosten van het spelen in het Olympisch Stadion begonnen zich te wreken. In 1965 wist DWS nog bijna zijn landstitel te prolongeren, maar daarna ging het langzaam bergafwaarts. Voormalig DWS verdediger André Pijlman: “De prestaties werden minder en de supporters die niet uit de Spaarndammerbuurt kwamen, hielden het voor gezien. Toen ging het al snel van kwaad tot erger.”

Drie jaar later was het gedaan met DWS, dat met twee andere armoedzaaiers in het betaald voetbal, Blauw Wit en De Volewijckers, opging in FC Amsterdam. Wat overbleef van DWS keerde terug in de rijen der amateurs. De club die eerst zijn thuis had op de Spaarndammerdijk en later in de Jan van ­Galenstraat, belandde in het stadsuitbreidingsgebied voorbij de A10.

Daar speelden Frank ­Rijkaard en Ruud Gullit in de jeugd van DWS, op Sportpark Spieringhorn zou altijd voetbaltalent uit Geuzenveld en Slotermeer blijven aanwaaien. Toch heeft de club nooit een hechte band met Nieuw-West gekregen. Te ver weg van de Spaarndammerbuurt verloor DWS zijn ziel.

Bronnen en referenties
afcdws.com, Trouw, Het Parool, historiebetaaldvoetbal.nl